U bent hier

Steeds passender onderwijs

Passend onderwijs is een wens die je niet waar kunt maken.” Met dat bericht opende de Verus-nieuwsbrief half juni. Edwin Schrik, coördinator leerlingondersteuning bij Greijdanus in Zwolle, mailde meteen: “Kom eens bij ons langs.” Greijdanus wil 98% van alle leerlingen opvangen. Dat lukt.

Er zijn feitelijk drie voorwaarden om leerling te kunnen zijn op het Greijdanus (vestigingen in Zwolle, Hardenberg, Meppel en Enschede): de levensovertuiging van de ouders sluit aan bij de identiteit van de school, het moet veilig zijn voor jezelf en voor je omgeving en er zijn geen BIG-geregistreerde verpleegkundigen, dus zorg ontvangen onder schooltijd, kan niet.

Passend onderwijs past bij deze school, vertelt Schrik. “We denken als geheel. Alle kinderen horen erbij. Je kunt hier dan ook niet alleen vakdocent zijn, je bent voorbeeldfiguur. Regulier is het doel. Ook leerlingen zien dat.”

Ondersteuning zo laag mogelijk

Greijdanus Zwolle startte in 2014 (toen passend onderwijs werd ingevoerd) met een steunpunt voor de vroegere ‘rugzakjes’: een lokaal waar een ambulant begeleider aanwezig was. Al snel groeide het steunpunt uit tot twee locaties waar leerlingen dagelijks van 9 tot 17 uur terechtkunnen. Twee medewerkers werden aangenomen om binnen de school begeleiding te bieden. Leerlingen kunnen er heen als ze even moeten rusten, insuline moeten spuiten, prikkelgevoelig zijn of rustig willen werken.

Let wel: het steunpunt is niet toegankelijk voor alle leerlingen. “We willen de ondersteuning zo laag mogelijk houden”, legt Schrik uit. “Heeft een leerling in jouw mentorgroep extra ondersteuning nodig, dan bespreek je dat eerst in je team en dan met de leerlingbegeleider van jouw team. Besluit je op te schalen naar het steunpunt, dan ga je een ondersteuningsplan schrijven. Dat blijft altijd de verantwoordelijkheid van de mentor.”

Supportgroep

Drie jaar geleden bleek dat er meer leerlingen in het steunpunt bivakkeerden dan de bedoeling was. Het ging om jongeren die een lage belastbaarheid hebben, lastig kunnen structureren en plannen en veel bij de hand genomen moeten worden. Greijdanus startte de Supportgroep: leerlingen die dat nodig hebben, krijgen een vaste, fysieke plek op het steunpunt. Daar starten ze elke ochtend en hebben ze gesprekken. Het was de eerste groep waarbij de mentor werd losgelaten. De supportgroep heeft een specialistmentor.

Perspectief

Weer een jaar later, in 2017, startte een nieuwe pilot: het Perspectieftraject. Hierin zitten leerlingen die volledig buiten het onderwijs, buiten de jaarlagen kunnen werken. Ze volgen hun eigen traject. Sommigen volgen nog wel wat lessen, anderen IVO. “We willen geen thuiszitters hebben”, verklaart Schrik de keuze voor dit traject. “Al volgens ze geen les, ze moeten zoveel mogelijk in school zijn.”

De naam zegt het al: het perspectieftraject is geen eindstation. Binnenkort gaat één van de 14 leerlingen bijvoorbeeld terug naar een reguliere klas. “Een leerling die éigenlijk een uitvaller is, niet meer meekon”, benadrukt Schrik.

Geen verwijzingen meer

Vorig jaar deed Greijdanus één verwijzing, dit jaar verwacht Schrik geen enkele leerling door te verwijzen naar het speciaal onderwijs: “Dat is minder dan een half promille.” Het woord ‘groeien’ valt vaak: respect hebben voor het feit dat de ene leerling sneller tot bloei komt dan de ander. Vorig jaar haalde een 20-jarige zijn vwo-diploma bij Greijdanus, vertelt Schrik trots. Het examen deed hij gespreid. “Het duurde gewoon even voordat het kwartje viel.”

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs