U bent hier

Scholen: ‘Los crisis rond schoolexamens niet op met nieuw ‘systeempje’’

De deugdelijkheid van de schoolexaminering in het voortgezet onderwijs is onvoldoende gegarandeerd. Dat constateert de Commissie Kwaliteit Schoolexaminering deze week. En ze komt met aanbevelingen. Scholen herkennen die, maar zijn ook voorzichtig. “Laten we voorkomen dat we weer een heel systeem optuigen.”

Een onafhankelijke Commissie deed op verzoek van de VO-raad onderzoek naar de kwaliteit van de schoolexaminering. Aanleiding waren de problemen rond de examens op vmbo Maastricht. De commissie doet vier aanbevelingen. Daaronder: Waardeer en verbeter de verbinding tussen schoolexamen en onderwijsvisie.

“Geen nieuws”, vindt Joke Hengefeld, rector van het Koningin Wilhelmina College in Culemborg. “Het schoolexamen is aanvullend op het eindexamen, daar moet je geen klein eindexamen van maken. En dat hoeft ook niet.” Neem de Agora-afdeling op haar school, een plek waar leerlingen vanaf 10 jaar binnenkomen en zij helemaal zelf de regie over hun leerproces hebben. “We hebben nu gesprekken met de inspectie over hoe het PTA eruit gaat zien. Zodat aan de eindtermen wordt voldaan, maar we ook het eigen leerproces een plek geven.”

Kan het ook anders?

Op het Gomarus College (op 7 locaties) denken ze na over een hernieuwde vulling van de PTA’s. “Waarom doen we die zo vol? Kunnen we ook anders toetsen? Wat is de ruimte die elke locatie heeft?”, legt directeur Karel Eschbach van het Gomarus in Leeuwarden uit. “Onze eigen onderwijsvisie zit natuurlijk verpakt in de diverse PTA’s. Denk daarbij vooral aan Biologie, Geschiedenis en Aardrijkskunde. Voor Godsdienst, CKV, Maatschappijleer en LO hebben we een eigen examenprogramma. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat veel methoden nu wel erg gericht zijn op het Centraal Eindexamen. Voor praktische opdrachten en handelingsopdrachten geldt een grotere eigenheid.”

Begin bij goed onderwijs

“Toetsen hoort bij goed onderwijs”, reageert Albert Weishaupt, directeur-bestuurder van het Roelof van Echten College in Hoogeveen. “Je visie op onderwijs en toetsen, moet er één zijn.” Waar Weishaupt een beetje bang voor is, zegt hij na lezing van het rapport, is dat er een ‘systeempje’ komt. “Dat we aan allerlei dingen moeten voldoen en dán een goed kwaliteitssysteem hebben. Maar waar het feitelijk om gaat bij toetsen is: Goed onderwijs. En de term ‘goed onderwijs’ komt in dat hele rapport twee keer voor.”

Systeem optuigen

De Commissie Kwaliteit Schoolexaminering wijst wel op het belang van goede docenten. Een van de aanbevelingen is: Zorg voor meer deskundigheid bij leraren en schoolleiding. “Maar dan moeten we dus éérst met elkaar de discussie voeren: wat is goed onderwijs, wat is de rol van de professional en wat is dan goed toetsen? Ik vrees dat alleen dat laatste, de toetsen, er nu uit worden gelicht. We moeten oppassen dat we hier niet weer achter aan rennen, een systeem optuigen, voor je het weet ook met externe controles. Dan is het systeem bevredigd, maar daar gaat het niet om.”

Interne controle

Controle op de kwaliteit van schoolexamens organiseert het Roelof van Echten College intern. En dat geldt ook voor het Koningin Wilhelmina College. Daar werken secties samen als het gaat om examinering. Hengefeld: “We verspreiden de resultaten, die zijn voor iedereen inzichtelijk. We bespreken die met elkaar en stellen verbeterdoelen vast.” In het advies van de commissie om bij elke sectie een examenexpert aan te stellen, ziet Hengefeld geen meerwaarde. “Ik denk dat het beter is om mensen samen te laten werken, dan eén persoon verantwoordelijk te maken.”

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs