U bent hier

‘Politiek wekt te hoge verwachtingen van doorzettingsmacht bij thuiszitters’

In 2018 zaten er meer kinderen thuis dan het jaar ervoor. Ondanks het Thuiszitterspact. Minister Slob wil snel actie: samenwerkingsverbanden worden verplicht doorzettingsmacht te regelen. “Dat hádden ze al moeten regelen”, vindt Gijsbert van der Beek, samenwerkingsverbandvoorzitter. Maar die doorzettingsmacht is niet zaligmakend. “De politiek wekt veel te hoge verwachtingen van het effect ervan.”

Slob maakt zich grote zorgen over de vrijdag gepresenteerde cijfers. Voortaan wil de minister dat ieder kind wordt besproken aan een thuiszitterstafel en één persoon per regio doorzettingsmacht krijgt. Tweederde van de samenwerkingsverbanden koos er al voor de doorzettingsmacht formeel te beleggen. Maar nu wordt dat dus verplicht.

Stukje vrijheid inleveren

“Het gaat om kwetsbare kinderen die een plek moeten hebben”, reageert Van der Beek (rector van het Altena College in Sleewijk en voorzitter bestuur SWV passend onderwijs VO Gorinchem e.o.), dus doorzettingsmacht moet je als scholen onderling in een samenwerkingsverband “gewoon afspreken”. “En dat prevaleert in het geval van thuiszitters boven een stukje vrijheid van onderwijs.”

Hij ziet dat samenwerking in sommige samenwerkingsverbanden leidt onder de concurrentie. “Maar bestuurders moeten zowel de pet van de eigen club als die van het samenwerkingsverband kunnen opzetten. Als je de doorzettingsmacht buiten jezelf neerlegt, bij een gemeenteambtenaar of iemand van leerplicht, is dat een brevet van onvermogen.”

De knoop doorhakken

Neem zijn eigen samenwerkingsverband. Komen ze er in onderling overleg niet uit waar een kind terechtkan, dan hakt de directeur van het samenwerkingsverband de knoop door. “Die moet verantwoording aan zijn toezichthoudend orgaan afleggen. Daarin zitten ook vertegenwoordigers van de schoolbesturen. Zo behouden we vrijheid van onderwijs én dragen gezamenlijke verantwoordelijkheid.”

Regel het zelf

Als minister Slob de doorzettingsmacht verplicht ‘zij dat maar zo’. Van der Beek vindt dat samenwerkingsverbanden het simpelweg niet zo ver moeten laten komen door nu heel snel doorzettingsmacht te regelen. “De wettelijke stok achter de deur zou niet nodig moeten zijn.”

Tegenwerkende ouders

Tegelijkertijd, zegt hij, wekt de politiek veel te hoge verwachtingen van het effect van die doorzettingsmacht. “Want lang niet ieder kind zit thuis omdat het samenwerkingsverband geen plek biedt: niet iedereen wil. Als ouders tegenwerken, of een leerling is met geen 20 paarden naar school te krijgen, houdt het op. Wat dat betreft zou de doorzettingsmacht van het samenwerkingsverband gepaard moeten gaan met een doorzettingsmacht naar ouders. Dat ligt nogal moeilijk, dat weet ik wel. Maar voor de weinige thuiszitters in ons samenwerkingsverband hebben we vrijwel allemaal een plek gecreëerd. Ze komen ondanks inzet van ons alleen niet altijd. Soms begrijpelijk vanwege gezondheid, maar soms door niet meewerken van ouders en/of kind.”

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs