U bent hier

Passend onderwijs gaat thuiszittersproblematiek niet oplossen

Je kunt wetten en regels maken wat je wilt, als ouders niet het gevoel hebben dat hun kind op school welkom is, gaan ze ‘shoppen’. Daarom, concludeert de NRO, daalt het aantal thuiszitters niet. Overigens: Ouders zijn gemiddeld tevreden over de leerlingenzorg binnen passend onderwijs. 

Passend onderwijs is nog volop in ontwikkeling en laat zich niet eenvoudig sturen door wetten en regels. Dat concluderen de onderzoekers van de NRO in het eerste deel van de Evaluatie Passend Onderwijs. Daarin nemen zij de zorgplicht, ontwikkelingsperspectieven en positie van ouders onder de loep. Minister Slob heeft het rapport aangeboden aan de Tweede kamer.

Zorgplicht werkt niet overal

De zorgplicht is opgenomen in de Wet Passend onderwijs met drie doelen: verantwoordelijkheden helder beleggen, ouders ontlasten en thuiszitters voorkomen. Na vier jaar concluderen onderzoekers dat de zorgplicht nog niet overal werkt.

Hoewel de zorgplicht verantwoordelijkheden duidelijk belegd is er nog sprake van grijze gebieden. En voor ouders zijn de voordelen van de zorgplicht niet zo evident: die willen graag zelf controle houden over het schoolkeuzeproces.

Nul thuiszitters is onrealistisch

En thuiszitters voorkomen? Dat doel is nog vooralsnog niet bereikt. Thuiszitten wordt vaak veroorzaakt door ingewikkelde problemen, waarbij oplossingen afhankelijk zijn van veel partijen en níet doordat scholen leerlingen weigeren. De onderzoekers noemen de ambitie om het aantal tot nul te reduceren ‘niet erg realistisch’.

Doorzettingsmacht werkt niet

Een verplichte doorzettingsmacht zal hierbij niet of zelfs averechts werken, aldus het rapport. 60% van de samenwerkingsverbanden heeft al een vorm van doorzettingsmacht. De samenwerkingsverbanden die daar niet aan willen, geloven dat een afgedwongen beslissing in de praktijk niet werkt. Ouders die het met zo’n beslissing oneens zijn, gaan zich daar immers niet aan houden, is de ervaring. Ouders willen geen school die een taak opgelegd krijgt, daar hebben ze geen vertrouwen in. En de samenwerkingsverbanden die doorzettingsmacht hebben, maken daar zelden gebruik van. Scholen geven voorkeur aan goed overleg tussen alle partijen en dat blijkt in de meeste gevallen ook te werken.

Ontwikkelingsperspectief

Het ontwikkelingsperspectief heeft bijgedragen aan een betere bewustwording van wat past bij een leerling en is overal praktijk geworden. Tegelijkertijd ervaren vooral direct betrokken personeelsleden het invullen van zo’n perspectief als een bureaucratische last. Met name op scholen voor speciaal onderwijs die te maken hebben met verschillende samenwerkingssverbanden die allemaal hun eigen formats gebruiken.

Ouders willen regie

Ouders zijn gemiddeld tevreden over de leerlingenzorg, maar een substantiële minderheid van hen (25%) is niet (zo) tevreden. Passend onderwijs kijkt naar wat het kind nodig heeft en is gericht op mogelijkheden in plaats van beperkingen. Dat biedt flexibliteit en maatwerk. Ouders ervaren daardoor minder bureaucratie en tegelijkertijd minder transparantie. 

Maar bovendien willen ouders zelf regie behouden. Dus voelt het niet goed, dan zullen ze zelf naar een geschikte school blijven zoeken. Alle zorgplicht, ontwikkelingsperpectieven en regels ten spijt.

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs