U bent hier

Onderwijs aan vluchtelingenkinderen. ‘Geef ze meer tijd. Zet dat maar boven je artikel’

2015: tienduizenden -met name Syrische- vluchtelingen bereiken Nederland. Hun kinderen zagen soms jaren geen school van binnen en zijn getraumatiseerd. Zij hebben hier recht op onderwijs. Verus sprak destijds met bestuurders, directeuren en leerkrachten die zich voor een enorme uitdaging gesteld zagen en er vaak met hart en ziel ingingen. Hoe blikken zij nu terug op die tijd? “De buurt was furieus toen het Taalcentrum zich hier vestigde. Inmiddels helpen mijn leerlingen met brigadieren bij de oversteek van de naastgelegen basisschool.”

Amersfoort had al decennialang een Taalcentrum. Maar in 2015 was er met spoed een extra locatie nodig voor 12- tot 18-jarigen. Vmbo-school Het Element wilde wel. Financiële risico’s werden verdeeld onder de zogeheten VO-Kamer Amersfoort. De gemeente stelde een gebouw beschikbaar. Marleen Miedema werd aangetrokken als locatieleider.

Die willen we hier niet

En toen: gedoe. In de buurt. Het Taalcentrum ligt namelijk ingeklemd tussen drie basisscholen. “En enkele ouders van die basisscholen waren furieus”, zegt Miedema. “Hoe konden we die enge verkrachters zo dicht bij hun kinderen neerzetten?” Er gingen brandbrieven naar de burgermeester, ouders surveilleerden bij de basisscholen tot hun kinderen veilig binnen waren en Miedema’s school mocht pas om 9 uur beginnen zodat de buurtkinderen en de vluchtelingenjongeren elkaar niet tegen het lijf zouden lopen. “Maar onze leerlingen waren zo enthousiast dat ze éindelijk weer naar school mochten, dat sommigen al om 8 uur voor de deur stonden”, grinnikt Miedema.

Ze ging alle buurscholen langs, organiseerde activiteiten waarbij haar leerlingen bijvoorbeeld de kleuters kwamen voorlezen en liet hen meehelpen bij de lichtjesoptocht in de wijk. “We laten ons bewust positief zien.” Nu, vier jaar later, brigadieren enkele van haar leerlingen elke middag bij de basisschool en helpen vrijwilligers uit de buurt mee in de lessen op het Taalcentrum.

Ga jij maar even roken

En dan de situatie ín haar school. Miedema hoefde voor wat betreft leerplannen en lesmethodes niet bij nul te beginnen want er kwamen drie docenten van de andere locatie, maar het was in één woord chaos. Zowel Zeist als Leusden hadden een noodopvang, veel van de leerlingen sliepen daar op slaapzalen. “Niet slapen, continue onzekerheid… Je kunt wel naar school gaan, maar als alles op zijn grondvesten schudt, kun je niet leren.” Roken bijvoorbeeld, dat wil je als school ontmoedigen. “Maar bij sommige leerlingen dacht ik: Ga maar even roken, dat is goed voor je.” Hetzelfde geldt voor bijslapen in de klas… “Dan sliepen ze tenminste even.”

Elke dag nieuwe instroom, leerlingen die plotsklaps ‘op transfer’ bleken gegaan, geen idee of de Mohammed die je klas binnenstapt wel degene is die op jouw lijst staat, nieuwe medewerkers werven om in de laatste maand van het jaar nog een nieuwe klas te starten. “Hoe goed je ook bent, tegen die hectiek kun je niet op. We hebben daarbij wel vanaf dag één gezegd: deze school moet een thuis zijn. We moeten deze jongeren weer grond onder de voeten geven.”

Ze krijgen twee jaar

De hectiek duurde een jaar. Op dit moment bestaat het grootste deel van de leerlingen uit jongeren die hier in het kader van gezinshereniging komen. Vaak direct vanuit een oorlogssituatie. Of ze hebben vijf jaar in Turkije gewoond of op straat in Libië. Ze moesten er werken, zichzelf verkopen soms, sommige leerlingen hebben grote gaten in hun onderwijs: “Ze zijn niet of nauwelijks gealfabetiseerd, kunnen rekenen tot 10, beheersen geen schoolse vaardigheden.”

Die jongeren hebben twee jaar de tijd om aan te sluiten bij het reguliere onderwijs in Nederland. Voor veel leerlingen is er geen passend vervolgonderwijs. Die stromen dan uit naar het praktijkonderwijs, terwijl er genoeg zijn die daar in Miedema’s ogen niets te zoeken hebben. “Met name de jongeren die helemaal alleen hierheen komen. Die zijn het eerste jaar zo gestrest, die kunnen helemaal niet leren. Wat ze nodig hebben is tijd.”

Geef ze tijd. Geef ze tijd

In 2016 zag de regering dat ook. Onderwijs aan vluchtelingenkinderen werd niet langer één jaar, maar twee jaar bekostigd (waarbij de grootste pot met geld in het eerste jaar wordt uitgekeerd).

Maar de wegen van het COA zijn ondoorgrondelijk: veel kinderen gaan van azc naar azc, dus het duurt zo een halfjaar voordat ze een vaste plek hebben. Zes maanden bekostiging down the drain. “Die financiering is mooi geregeld, maar ik zou de bekostiging graag willen zien ingaan vanaf het moment dat een jongere echt onderwijs geniet.”

Maar ook de ontvangende scholen hebben een opdracht, zegt Miedema. “Geef ze tijd. Geef ze tijd. Zet dat maar boven dit artikel. Scholen zouden deze leerlingen op een misschien wel creatieve manier extra tijd kunnen geven, zodat ze toch hun diploma kunnen halen. Dus een kind niet af of uit laten stromen als het in het eerste jaar de normen niet haalt. Ook zou het fijn zijn als leerlingen niet meteen alle vakken hoeven te doen als ze in hogere leerjaren instromen.”

Ja, zulk onderwijs aan deze leerlingen kost meer geld. “Maar als we niks doen gaat het nog veel meer geld kosten, want ze komen allemaal in de bijstand.”

Het doet ertoe

Miedema werkte hiervoor jarenlang op een school in het Gooi. “Ik heb het super gehad. Maar laten we wel wezen: hoe goed ik mijn werk deed maakte niet echt uit voor het geluk van die kinderen. Hier zie ik elke dag dat ons werk ertoe doet. Deze leerlingen leren in zúlke curves, ze zijn dankbaar, hun persoonlijkheid en zelfvertrouwen groeien Het inmiddels goed op elkaar ingewerkte team is buitengewoon gemotiveerd om de leerlingen daarbij te helpen.”

Lees ook

Onderwijs aan vluchtelingenkinderen. De school is weg, de rompslomp nog niet afgerond

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs