U bent hier

Michel Rog (CDA): ‘Den Haag houdt behoefte aan vergelijken scholen op basis van eindtoets’

Er blijft behoefte aan beheerszucht vanuit de politiek, constateert Michel Rog in de week dat zijn motie werd aangenomen die de positie van alternatieve eindtoetsaanbieders verankert. “Den Haag wil scholen kunnen meten en wegen en vergelijken op basis van beperkte variabelen.” We belden hem.

Hij had van het begin af aan ambivalente gevoelens bij de eindtoets. Maar onder de voorwaarde dat alternatieve eindtoetsen mogelijk zouden zijn, ging CDA-Kamerlid Rog destijds akkoord met de invoering ervan. Drie jaar later constateert zijn SGP-collega Roelof Bisschop ‘rekolonisatie van de eindtoets door Cito’: de opgaven die bepalend zijn voor de normering komen van Cito.

Rog en Bisschop dienden vorige week, gesteund door D66-er Paul van Meenen, een motie in om af te zien van zogeheten ‘ankeropgaven’. En omdat ze al verwachtten dat minister Slob die motie zou ontraden, dienden ze er meteen één in om in het Toetsbesluit te verankeren dat aanbieders van alternatieve eindtoetsen het recht hebben een wezenlijke bijdrage te leveren aan het samenstellen van de ankeropgaven. Die laatste motie werd dinsdag aangenomen.

Bent u hiermee gerustgesteld dat de keuzevrijheid in de eindtoets geborgd blijft?
“Ja. En tegelijkertijd zie ik dat bij de overheid de behoefte blijft om te zoeken naar uniformering om de verkeerde reden: om scholen te vergelijken. Het streven naar vergelijkbare eindtoetsen gebeurt niet ten behoeve van de leerling, maar is zuiver gericht op het vergelijken van scholen. Dat vind ik een verkeerde insteek.

Alternatieve toetsaanbieders blij?
“Deze motie maakt alternatieve toetsaanbieders nevengeschikt aan Cito. En betrekt ze bij de ankeropgaven. We zitten misschien niet op die ankeropgaven te wachten, maar hun positie verzwakt in elk geval niet”

Daarmee is die behoefte aan uniformering nog niet getackeld.
“Nee, ik heb geprobeerd te voorkomen dat de vergelijkbaarheid van de toetsen vergroot wordt, maar had geen politieke meerderheid. Binnen de politieke werkelijkheid heb ik nu naar een mogelijkheid gezocht om de positie van alternatieve toetsaanbieders te beschermen. Maar de beheerszucht blijft.”

Dan nog wat anders: het team Rog-Bisschop kreeg in december een motie aangenomen die het mogelijk maakt voor schoolleiders bij het bestuursgerichte toezicht gesprekspartner te zijn. Maar wat verandert die nou in de praktijk?
“Ook schoolleiders kunnen nu gesprekspartner zijn bij het bestuursgerichte toezicht.”

Ja, maar als de inspecteur daarmee akkoord is, kan dat nu toch ook al?
“En toch zijn er wisselende ervaringen mee. We weten dat de inspectie de schoolleider soms niet als gesprekspartner accepteert. We dienden de motie in op verzoek van besturen van wie de inspectie niet de gedelegeerd schoolleider aan tafel wilde hebben.

Als je uitgaat van de organisatievorm van de vereniging, kennen sommige scholen vrijwilligersbesturen, soms ouders met een bestuurlijke rol waaraan ze op ander niveau invulling geven dan grote schoolbesturen dat kunnen doen. Dan vinden we het belangrijk dat de directeur-bestuurder of de schoolleider met een bestuurlijke invulling van zijn takenpakket, de ruimte krijgt bij het gesprek met de inspectie aanwezig te zijn. Als het bestuur daar behoefte aan heeft.”

Van deze motie dienden jullie maar liefst drie versies in. De minister was niet echt enthousiast he?
“De minister was uiterst terughoudend. Daarom willen we nauw monitoren hoe dit in de toekomst gaat. Van bestuurders die hier tegenaan lopen, hoor ik graag.”

In het ringoverleg met de inspectie heeft Verus ook gevraagd naar haar uitleg van deze situatie. De inspectie gaf aan dat het bestuur de delegatie bepaalt. En dat het in de praktijk voor een klein vrijwilligersbestuur geen probleem zal zijn om de directeur bij het gesprek te laten aanschuiven.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs