U bent hier

Kamer beperkt administratieve rompslomp passend onderwijs

“De Kamer ziet in toenemende mate dat in het systeem van passend onderwijs dingen gebeuren die niemand zo bedacht heeft en gewild, en repareert die.” Harry Hoekjen, directeur-bestuurder van Stichting Onderwijscentrum Leijpark is blij met twee moties over passend onderwijs die deze week met kamerbrede steun werden aangenomen.

Ontwikkelingsperspectief vs. de centen

Een eerste motie, ingediend door Lisa Westerveld (SP) en Kirsten van den Hul (PvdA), moet ertoe leiden dat niet langer de leeftijd van leerlingen, maar hun ontwikkelingsperspectief bepaalt op welke leeftijd ze de school verlaten. “Een uitstekende motie”, vindt Hoekjen, “die de vinger op de zere plek legt.”

Leerlingen hebben recht speciaal onderwijs te volgend tot en met het jaar waarin ze 20 worden. Zo staat het in de wet. Maar sinds de financiële middelen hiervoor zijn overgegaan in samenwerkingsverbanden, lijkt het vaak het geld en niet hun ontwikkelingsperspectief dat bepaalt of ze nog een toelaatbaarheidsverklaring krijgen, constateren zowel het Kamerlid als Hoekjen. “Er zijn samenwerkingsverbanden die geen toelaatbaarheidsverklaringen meer uitgeven na de achttiende verjaardag. Maar ik had niet zo lang geleden hier nog een leerling die op zijn negentiende alsnog leerde lezen.”

Echt, zegt de directeur-bestuurder, er is geen leerling op zijn school die hij binnenhoudt terwijl hij er niet langer op zijn plek is. “Wij staan voor het eerlijke principe: zolang een kind ontwikkelingsperspectief heeft, vragen we een toelaatbaarheidsverklaring aan. En we willen niet dat er om geldelijke reden geen wordt afgegeven.” Want op dit moment lijkt vaak niet de wet het uitgangspunt (recht op onderwijs tot je 20 wordt), maar het samenwerkingsverband dat de middelen beheert.

Hoekjen is blij met de kamerbrede steun voor deze motie. “Het hart en gezond verstand hebben gesproken. Maar dat betekent ook wel dat het samenwerkingsverband z’n verantwoordelijkheid moet gaan nemen.”

Dit scheelt een berg werk

Een andere motie, eveneens Kamerbreed aangenomen, werd ingediend door Eppo Bruins (CU). En als díe wordt uitgevoerd, scheelt dat de medewerkers van Onderwijscentrum Leijpark een berg werk. 3,5 fte zijn nu namelijk dag in, dag uit bezig met het aanvragen van toelaatbaarheidsverklaringen (tlv) en aanvullende zorg vanuit WLZ, Jeugdwet en ZVW voor de 400 leerlingen van de school, waarvan een deel ernstig meervoudig beperkt is. “Tijd die we liever aan onderwijs besteden.”

Zo’n tlv wordt voor één, twee, héél soms drie jaar afgegeven. “Terwijl wij hier onder meer kinderen hebben van wie duidelijk is dat ze voor de rest van hun leven een megagrote beperking op fysiek en mentaal gebied zullen hebben.”

De ‘hele papierbrij’ kost zo’n tien tot vijftien uur per kind. En dan zijn er daarnaast nog observaties, gesprekken met ouders, gesprekken op een tlv-kantoor, discussies over de inzet van aanvullende zorg… “En ook hier zien we samenwerkingsverbanden dit moment aangrijpen om te zeggen: de beperking van dit kind is dusdanig dat onderwijs niet langer nodig is.”

Een toelaatbaarheidsverklaring voor deze doelgroep moet zo veel mogelijk afgegeven worden voor de gehele schoolperiode. En geloof me, zegt Hoekjen nogmaals, er wordt werkelijk geen kind onzinnig op deze school gehouden.

Rechtstreekse bekostiging voor EMB-kinderen

Als Bruins’ motie wordt uitgevoerd scheelt dat weggooien van geld en middelen. Maar Hoekjen hoopt op meer: in het regeerakkoord is afgesproken dat het onderwijs aan ernstig meervoudig beperkte kinderen rechtstreeks bekostigt moet worden. “Het is zo’n kleine en kwetsbare groep. Geef hen de zekerheid dat ze naar school kunnen en haal deze groep, analoog aan leerlingen in cluster 1 en cluster 2, uit het systeem van passend onderwijs en bekostig dat separaat. De oplossing is niet moeilijk.”

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs