U bent hier

Gelijke-kansen-estafette – Gewoon normaal en veel leren bij Biezonderwijs

Verus houdt een gelijke-kansen-estafette: we delen voorbeelden van scholen die erin slagen de segregatie te verkleinen en kwaliteit te verbeteren. Dit keer een blog van Biezonderwijs-bestuurder Dave Ensberg. "Sommige van onze leerlingen zien de scholen van Biezonderwijs als ‘Tweede kansenscholen’."

Sommige van onze leerlingen zien de scholen van Biezonderwijs als ‘Tweede kansenscholen’. Bij ons krijgen ze na een vervelende ervaring in één of meerdere andere scholen een tweede kans. Niet alleen een kans om alsnog het maximale uit hun cognitieve vaardigheden te halen. Maar vooral een kans om zichzelf te kunnen zijn als mens; een kans om gelukkig te zijn. Voor deze ‘Gelijke-kansen-estafette’ kreeg ik de vraag van Verus mee om vanuit het Brabantse Biezonderwijs te vertellen wat ik doe om onze bijzondere groep leerlingen ‘gelijke kansen’ te bieden. Dat doe ik graag, want woorden doen ertoe.

Nuchtere Brabanders

Alhoewel het beeld bestaat dat vooral mensen van ‘boven de grote rivieren’ de meeste nuchtere Nederlanders zijn, merk ik dat Brabanders – en zeker mijn Tilburgse stadsgenoten - geregeld meer van het doen dan van het praten zijn. Nuchtere doeners die werken aan resultaat. ‘Laat die Amsterdammers maar praten, wij doen het gewoon’, hoor ik sommige Brabanders wel eens zeggen.

Het was dan ook geen verrassing dat één van onze leerlingen in 2016 als antwoord op de vraag ‘Wat is jouw onderwijsdroom van de toekomst?’ vrij droog antwoordde: “Gewoon normaal en veel leren”. Dat pakkende citaat is dan ook meteen gepromoveerd tot de naam van ons strategisch meerjarenbeleidsplan 2016-2020.

Onnodige etiketjes

Bij onze leerlingen gaat het leren en opgroeien om verschillende redenen niet vanzelf. Volgens het soms tenenkrommende jargon van samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs hebben ze een “extra ondersteuningsbehoefte”. Diverse artsen plakken allerlei medische etiketjes op hun onvolgroeide voorhoofden. En de mensen in hun sociale (woon)omgeving noemen onze leerlingen vaak ‘raar’, ‘gehandicapt’, ‘gek’ of als ze geluk hebben: ‘anders’. Zo jammer dat we als samenleving kinderen en jongeren alleen al woordelijk uitsluiten en ze daarmee het gevoel geven dat ze geen volwaardig onderdeel zijn van onze maatschappij.

Woorden doen ertoe, weet iedereen die als kind of als volwassene weleens is gepest of is uitgesloten. En als woorden ertoe doen, het eerder geparafraseerde adagium ‘geen woorden, maar daden’ ten spijt, is het zaak hen zwaar te wegen in de zoektocht naar ‘gelijke kansen’. Gelijke kansen ontstaan dus ook in de taal als uiting van onze visie op (mede)mens en maatschappij. Taal die resoneert in beleidsdocumenten en voorsorteert op dagelijks handelen in de praktijk. Zo heb ik gemerkt dat gemeenteambtenaren in hun beleidsstukken geregeld schrijven over ‘kwetsbare kinderen’. Daar begint de taalkundige stigmatisering al.

Ben je zoon of dochter van ouders met een lager dan gemiddelde intelligentie, van ouders zonder betaald werk en met de nodige gezondheidsproblemen, dan ben je vast een ‘kwetsbaar kind’. Ik heb geleerd te spreken van ‘kinderen in kwetsbare posities’ om dergelijke onnodige en ongewenste stigma’s te voorkomen.

Woorden kunnen kinderen vormen

Het is dus zinvol vaker stil te staan bij onze woordkeuze. Een keuze die geregeld voortkomt uit onbewuste vooroordelen en die het effect kunnen krijgen van een ‘self fulfilling prophecy’. Kinderen veranderen langzaam, maar zeker in de woorden die ze dagelijks ontvangen. Ze gaan zich ernaar gedragen, omdat ze denken dat dat van hen verwacht wordt. Stil staan bij meer weloverwogen woordkeuzes betekent ook stilstaan bij de onderliggende, onbewuste vooroordelen.

Een andere dimensie van de strijd voor ‘gelijke kansen’ is die van sociaal-culturele tegenstellingen in onze moderne, multiculturele samenleving. Herhaaldelijk onderzoek van onder andere de Inspectie laat zien dat kinderen met een niet-westerse culturele achtergrond lagere onderwijskansen hebben dan anderen. Een hardnekkig probleem met meerdere oorzaken, waarvan er één onbewuste vooroordelen van leerkrachten is. Leerkrachten zijn gewoon mensen, al vergeten we dat in het tijdperk van een soms doorgeslagen drang naar ultieme professionalisering van een beroep dat ooit een menselijke roeping was – maar dat terzijde. Deze mensen, leerkrachten, kunnen een kind uit een woonwagengezin onbewust lagere kansen toebedelen dan een kind uit een rijk en stabiel kakgezin. Terwijl de cognitieve en sociaal-emotionele intelligentie van beide kinderen hetzelfde kunnen zijn. Een ‘kampkind’, zoals zo’n kind in een lerarenkamer wel eens wordt genoemd, staat zonder dat hij er iets aan kan doen als vierjarige al met 1-0 achter als hij voor het eerst een klaslokaal binnenstapt.

Ik vraag me daarom oprecht af of het leren over onbewuste vooroordelen en stereotyperingen geen standaardonderdeel zou moeten zijn van onze moderne lerarenopleidingen. In de Verenigde Staten zijn dergelijke ‘implicit bias’ trainingen in verschillende sectoren inmiddels de normaalste zaak van de wereld, maar in Nederland lijkt het nog altijd een zeldzaamheid. En dat, terwijl de Volkskrant onlangs liet weten dat de segregatie in het Nederlandse basisonderwijs weinig onder doet voor die in het land van Trump.

Woorden doen ertoe

Oftewel: woorden doen ertoe. Vandaar dat wij in het nuchtere Brabant onze onderwijskundige ambities samenvatten in de vorm van ‘gewoon normaal en veel leren’. Want dat is de manier waarop we naar leerlingen kijken en hoe we de essentie van ons werk kunnen samenvatten. En woorden hebben soms onzichtbare scheppende krachten en komen voort uit overtuigingen en onbewuste vooroordelen. Tijd om meer bewust te worden van het onbewuste en zo écht te werken aan gelijke kansen voor ieder kind.

Dave Ensberg-Kleijkers, Voorzitter College van Bestuur Stichting Biezonderwijs

Lees ook

 

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs