U bent hier

Gedeputeerde Limburg: ‘Niet zeggen wat het onderwijs moet doen, maar luisteren’

Nog twee weken, dan gaan we naar de stembus voor de Provinciale Statenverkiezingen. In die Staten zitten volksvertegenwoordigers die formeel geen enkele bemoeienis met het onderwijs in hun provincie hebben. Maar dat vormde voor gedeputeerde Hans Teunissen (D66) geen blokkade om zich de afgelopen vier jaar niet druk te maken voor het onderwijs in Limburg.

“Het is eigenlijk heel simpel”, legt Teunissen uit. “Als gedeputeerde staten willen we graag investeren in de toekomst van Limburg. En dan moet je beginnen bij de generatie die nu op school zit.”

Hij weet zijn plek. “Wij gaan als Provincie helemaal niet over het onderwijs. En we moeten ook niet zeggen wat het onderwijs moet doen, maar horen voor welke uitdaging het onderwijs staat en daar handen en voeten aan geven.”

De gedeputeerde reserveerde een pot met geld en riep alle onderwijsorganisaties bij elkaar. Van Noord- tot Zuid-Limburg en van primair tot universitair onderwijs. Teunissen had twee vragen: wat zijn jullie opgaves? En waarin kan de Provincie jullie ondersteunen? “Was de uitkomst geweest dat de Provincie niks moet doen? Ook prima. Maar als het onderwijs onze steun wil, geven wij die graag.”

Vraaggericht werken

Ja, er zijn honderd-en-één clubs die zich met het onderwijs bemoeien. “Iedereen heeft een mening, dat is dé klassieke fout. Je moet niet aanbodgericht, maar vraaggericht werken.” Provinciebreed en sectoroverstijgend plannen maken, “dat is typisch de verbindende rol van de provincie”.

Onderwijsinnovatie, kwaliteit van de leerkracht en doorgaande leerlijnen bleken dé uitdagingen in Limburg. En Teunissen -in zijn verbindende rol- organiseerde niet alleen bijeenkomsten waarop scholen van alle sectoren van elkaar konden leren, maar betrok ook het bedrijfsleven erbij.

Onderwijs raakt iedereen

Zowel in het onderwijs als binnen de Limburgse Staten, die akkoord moesten gaan met de onderwijsvisie én het budget, heeft Teunissen geen tegenwerking of kritiek gehoord. “Onderwijs is een beleidsterrein dat iedereen raakt. Daarom is er veel betrokkenheid en steun. Het gaat ook niet om bizar grote bedragen. Slechts om financiële middelen om te ondersteunen, niet om te sturen.”

Waar hij trots op is? De slag die is gemaakt in het techniekonderwijs. En de onderwijsinnovatie. “Onze Onderwijswerkplaats, een broedplaats waar leraren onderwijsconcepten met elkaar kunnen uitdenken en uitproberen. Individuele leraren dienen projecten in, hun uren betaalt de onderwijspartij, de benodigde ondersteuning betaalt de provincie Limburg.”

Ook is Teunissen trots op de gelijkekansenalliantie. “We hebben zwaar geïnvesteerd in het project Kansrijk van start waarbij we proberen te voorkomen dat kinderen met een achterstand aan hun onderwijscarrière beginnen. Daaraan werken consultatiebureaus en voorscholen. Want onderwijsinhoudelijk beleid, daar houden we ons als Provincie niet mee bezig.”

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs