U bent hier

’Er is niet maar één bepaalde norm of visie op hoe je seksuele voorlichting moet geven’

We zitten middenin de Week voor de Lentekriebels, waarin aandacht wordt gevraagd voor seksuele voorlichting in het basisonderwijs. Maar hoe is het daar vandaag de dag, met name door de coronapandemie, mee gesteld? Verus vroeg het aan Arjet Borger, gezondheidswetenschapper, auteur en directeur Care for Sexuality Foundation. Met de laatstgenoemde organisatie ontwikkelde zij de lesmethode Veiligwijs, waar ook veel christelijke basisscholen mee werken.

Of seksuele voorlichting tijdens het afstandsonderwijs is doorgegaan? De kans is groot van niet. ‘’Vanuit Veiligwijs zien we niet dat er tijdens deze periode van thuisonderwijs gebruik is gemaakt van het lesmateriaal. In die periode werd vooral het broodnodige als taal en rekenen gedaan. Voor seksuele voorlichting zijn groepsgesprekken en het live contact met de leerlingen heel belangrijk. Dat doe je niet online. We zien nu wel weer dat scholen ons benaderen omdat ze dit thema belangrijk vinden en aankomende periode graag goed willen oppakken’’, vertelt Borger.

Maar, benadrukt zij, dit hoeft niet perse een gevolg te zijn van het thuisonderwijs. Normaal gesproken vinden lessen rondom dit thema ook vaak in de tweede helft van het schooljaar plaats. ‘’In september is het namelijk verstandig om je eerst te focussen op de groepsvorming. Dat is ook in een normaal jaar zonder lockdown zo. In de lente tot aan de zomervakantie wordt dan aandacht besteed aan seksuele vorming en relaties.’’

Besef van noodzaak

Het besef van ouders en scholen dat hier aandacht aan moet worden besteed, is de laatste jaren toegenomen. ‘’Er is meer openheid gekomen in de afgelopen jaren. Ouders begrijpen dat ze hier werk van moeten maken om het onderwerp te bespreken. Zij zijn zich ook erg bewust van de smartphones en wat hun kinderen op internet kunnen tegenkomen’’, zegt Borger.

Eveneens merkt zij dat scholen steeds meer zoeken naar goede lesmethodes, al blijft het volgens haar voor sommige scholen nog lastig. “‘’Zonder voorbereiding een tv-programma als Dokter Corrie gebruiken, doet het thema tekort. Daarnaast voelen veel leerkrachten (en kinderen) zich daar helemaal niet prettig bij.  We willen de school helpen om een visie op dit onderwerp te hebben en te weten wat ze kinderen wil meegeven. Onze ondersteuning en een doorlopende leerlijn helpen daarbij.’’

Waardengericht

Voor zowel openbaar als identiteitsgebonden basisscholen ontwikkelde Borger met haar organisatie de lesmethode Veiligwijs. In deze waardengerichte lesmethode, door het RIVM erkend op het niveau van Goed onderbouwd, staat veilige relatievorming centraal. ‘’We wilden een integere methode ontwikkelen, waar leerkrachten en kinderen van verschillende geloven en culturen zich veilig bij voelen. Liefde, zorg, veiligheid en respect staan in onze methode centraal. Belangrijke waarden waar je als christelijke leerkracht veel in herkent en die in veilige relatievorming voor alle kinderen onmisbaar zijn.”

Waar er dan aandacht aan wordt besteed in de lesmethode? Leren dat je lichaam van jezelf is en herkennen van veilige relaties. Bij wie voel je je prettig, bij wie niet? ‘’Het is niet enkel seksuele voorlichting, seksualiteit gaat over veel meer. Hoe ga je om met intimiteit, wat is liefde eigenlijk, hoe respecteer je iemand of hoe ga je met je eigen grenzen, en die van een ander, om?

Vanaf groep 1

De lesmethode kan al vanaf groep 1 worden ingezet, want het is een doorlopende leerlijn. ‘’Iedere leerkracht van de kleuterklas zal weten dat sommige kinderen elkaars broek naar beneden trekken uit nieuwsgierigheid. Daarom is het ook goed om in de lagere groepen bijvoorbeeld bespreekbaar te maken dat je lichaam van jezelf is en waarom we kleding dragen’’, legt Borger uit. Ook wordt er ingegaan op wanneer je je veilig voelt. Moet een kind bijvoorbeeld altijd een kusje of knuffel geven bij een afscheid of zwaai je liever?

Daarnaast zegt Borger ook dat je actualiteiten, zoals het tv-programma BlootGewoon, bespreekbaar kunt maken in de klas. ‘’Je hoeft dit zeker niet positief te vinden of dit programma in de klas te gebruiken. Er zijn ook heel veel andere manieren om over bloot in gesprek te gaan, daar heb je geen programma als dit bij nodig.’’

Juist in seksuele voorlichting is het belangrijk dat je bij je eigen gevoel blijft. Wat vind je belangrijk om aan kinderen mee te geven over seksualiteit? Openheid is nooit een doel op zich, maar wel belangrijk volgens Borger. ‘’Dus zo’n programma en alles wat kinderen online tegenkomen: dat is ook de realiteit. Praat erover. Zeg niet wat goed of fout is, maar vraag wat de kinderen erover denken en wat ze erbij voelen. Ga daarover in gesprek. En ik weet: een heleboel leerkrachten kunnen dat heel goed. Er is niet maar één bepaalde norm of visie op hoe je voorlichting moet geven. Blijf bij jezelf en de visie van de school.’’

Meer weten over Veiligwijs? Ga naar de website.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs