U bent hier

Breaking news: Cito-eindtoets ongeschikt om scholen te vergelijken

We wísten het natuurlijk allang, maar vandaag publiceert het CPB een onderzoek dat uitwijst dat de gemiddelde cito-score van een basisschool in een bepaald jaar inderdaad niet alles zegt over de kwaliteit van de school. We belden de onderzoeker. “De verschillen tussen scholen zijn minder groot dan je zou verwachten op basis van de cijfers in de Staat van het Onderwijs 2015/2016.”

Het Centraal Planbureau deed het onderzoek naar verschillen in leerresultaten tussen basisscholen op verzoek van het ministerie van OCW. De onderzoekers onderscheiden vier oorzaken van verschillen in leerresultaten tussen scholen:

  1. Achtergrond van leerlingen. Dat verklaart 20% van de verschillen tussen scholen;
  2. Toeval. Het schoolresultaat van dit jaar is het gemiddelde van de eindtoetsscore van maar een beperkt aantal leerlingen. Toevallige uitschieters spelen daardoor een grote rol;
  3. Medeleerlingen. Voor leerprestaties maakt het uit wie je medeleerlingen zijn;
  4. Kenmerken van de school. Heb je een ervaren of onervaren leraar? Dat verklaart het laatste deel van de verschillen in onderwijskwaliteit.

Lang verhaal kort: de kans dat een school die dit jaar tot de 10% scholen met de hoogste leerresultaten behoort, volgend jaar weer fantastisch scoort, is 36%. En andersom geldt dat van de scholen die dit jaar tot de 10% scholen met laagste citoscores behoren, 28% volgend jaar weer in die categorie terechtkomt. Voor het onderzoek zijn alleen cijfers gebruikt van scholen die de afgelopen 8 jaar de Cito-eindtoets afnamen.

We belden onderzoeker Jonneke Bolhaar.

Dus schoolkwaliteit kan niet vergeleken worden op basis van de eindtoetsscores. Dat is toch niet verrassend?
“Het is heel logisch, inderdaad. En tóch vergelijken mensen scholen op deze manier.
Ons onderzoek laat heel mooi zien wat de verschillen tussen scholen verklaart. En hoe wisselend de score over tijd is. Ieder jaar maakt maar een heel kleine groep kinderen zo’n toets. Misschien maar 20 kinderen op een school. Dat is niet veel. En daardoor heb je te maken met heel veel toevallige uitschieters naar boven en naar beneden.

Het is heel erg belangrijk je ervan bewust te zijn dat toeval en uitschieters zo’n grote rol spelen. En dat je dus niet van Citoscores van één jaar uit moet gaan.”

Is het toeval dat jullie persbericht verschijnt daags na het jaarlijkse scholenonderzoek van RTL Nieuws? En hoe beoordeelt u dat onderzoek?
“Ja, dat is echt toeval. Met de gegevens die openbaar zijn, doet RTL voor een heel eind wat wat er mogelijk is. Maar hun onderzoek is veel grover dan dat wat wij kunnen uitvoeren. RTL gebruikt gegevens op schoolniveau, wij gebruikten gegevens op individueel niveau van leerlingen en kunnen daarom beter corrigeren voor achtergrond van leerlingen.”

En wat zeggen deze uitkomsten over de Staat van het Onderwijs 2015/16? Daarin constateerde de inspectie dat de verschillen in leerresultaten tussen scholen groter worden. Zijn die verschillen toch niet zo groot als de inspectie ons wil doen geloven?
“Voor de inspectie geldt een vergelijkbaar verhaal als voor RTL. De inspectie trekt haar conclusies op basis van minder precieze data, alleen op schoolniveau en gecorrigeerd op basis van het percentage leerlingen met laag opgeleide ouders.
Dus ja: De verschillen zijn minder groot dan je zou verwachten op basis van het figuur in de Staat van het Onderwijs.

De invloed van laagopgeleide ouders verklaart slechts een deel van het verschil in kwaliteit. Wij hebben ook mee kunnen nemen wat het inkomen van ouders is, de migratieachtergrond, verblijfsduur in Nederland bij ouders van de eerste generatie, uit wat voor soort huishouden leerlingen komen, of ouders in de schuldsanering zitten, de inkomstenbron van het huishouden.”

Is, alles overwegende, de eindtoetsscore nou een geschikt middel om schoolkwaliteit aan af te meten?
“Alleen op basis van de eindtoetsscore kun je scholen niet vergelijken. Als je hem corrigeert voor kenmerken van leerlingen en hun medeleerlingen en je niet één cohort, maar verschillende jaren neemt. Dan komt het meer in de richting. Maar dan zitten er nog steeds zaken in waarvoor we niet kunnen corrigeren.”

Reactie Onderwijsinspectie

De Onderwijsinspectie reageert op dit artikel:

Verus baseert dit artikel op een feitelijk onjuiste aanname. Er wordt aan ons toegeschreven dat wij kwaliteitsverschillen tussen scholen baseren op de eindtoets. Dat doen we niet. Die verschillen in kwaliteit baseren we op observaties van onze inspecteurs tijdens schoolbezoeken. De gegevens over de eindtoets gebruiken we alleen om zicht te krijgen op verschillen in de resultaten tussen scholen/opleidingen, maar dat is wezenlijk iets anders dan verschillen in onderwijskwaliteit. (Op pagina 30 en 31 van de Staat van het Onderwijs 2015-2016 kunt u dit teruglezen)

Het is goed om te zien dat ook het CPB ook concludeert dat er aanzienlijke verschillen in leerling-prestaties bestaan tussen basisscholen. Het onderzoek levert ons een aantal bruikbare methodologische inzichten op waarmee wij onze analyses verder verbeteren, zoals nog beter rekening houden met de achtergrondkenmerken van leerlingen. Een deel van de achtergrondkenmerken werd de afgelopen jaren al gebruik om cijfers te corrigeren. Deze verbetering hebben we overgenomen.

Daarnaast bevestigt de CPB-studie opnieuw dat het belangrijk is de prestaties over meerdere jaren te middelen, iets dat we al standaard doen. De CPB-studie laat verder mooi zien dat meer ervaren leerkrachten tot hogere leerlingprestaties leiden. Dit inzicht nemen we mee in onze lopende studie naar verklaringen van schoolverschillen. Het is belangrijk dat we deze beter gaan begrijpen, zoals ook het CPB concludeert.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs