U bent hier

Aanpak leraren- en schoolleiderstekort: kabinet besluit tot taskforce

Een landelijke taskforce is nodig bij de aanpak tegen het leraren- en schoolleiderstekort. Deze aanpak moet leiden tot meer slagkracht, intensievere regionale samenwerking en minder versnippering, zoals nu het geval is. Zo kan de begeleiding van startende leerkrachten en zij-instromers beter.

Ook zouden de lerarenopleidingen hun aanbod meer kunnen afstemmen op de doelgroep. De vrijblijvendheid moet bovendien verdwijnen uit de samenwerking tussen de regio’s en eigenlijk het hele onderwijs. Dat zijn een paar van de belangrijkste adviezen van Merel van Vroonhoven. Zij werd vorig jaar door onderwijsminister Arie Slob (Onderwijs) aangesteld om te duiden wat er beter kan in de aanpak van het lerarentekort. Als voormalig voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) maakte zij vorig jaar de verrassende overstap van zij-instromer in het speciaal onderwijs. 

Van Vroonhoven stelt verder dat het huidige onderwijsstelsel de hoognodige samenwerking tussen scholen, besturen en opleidingen niet stimuleert maar eerder tegenwerkt. Zodra de subsidies wegvallen, stopt over het algemeen ook de samenwerking.
Lerarenopleidingen zouden verder de behoefte en ervaring van bijvoorbeeld zij-instromers centraal moeten stellen, in plaats van hun eigen geijkte aanbod. Want de opleidingstrajecten sluiten onvoldoende aan bij volwassenen met levens -en werkervaring. Extra begeleiding van starters is daarnaast nodig, juist ook op de scholen, die daarvoor meer capaciteit moeten krijgen. Zonder deze aanpassingen blijft het gevaar bestaan dat instroom snel weer uitstroom wordt.

Schoolleiders

Cruciaal bij de aanpak van de lerarentekorten is verder de betrokkenheid van de beroepsgroep zelf. Zij, de leraren, zijn tot nu toe onvoldoende meegenomen, terwijl ze juist een grote rol kunnen spelen bij het oplossen van het probleem. Over de hele linie zal de beroepsgroep veel intensiever en nadrukkelijker moeten worden betrokken. De taskforce zal zich overigens ook richten op het sluipende tekort aan schoolleiders.

Hoewel er volgens Van Vroonhoven het afgelopen jaar veel in gang is gezet en er extra geld is bijgekomen, is het volgens haar duidelijk dat er meer nodig is om het lerarentekort effectief op te lossen, nu en in de toekomst. Zonder structurele samenwerking van iedereen in het onderwijs en een integrale aanpak, vooral in de regio’s, zal het lerarentekort verder oplopen. 

Tekorten stijgen verder

Het gebrek aan cijfers zorgt er voor dat niet met zekerheid te zeggen valt hoe groot de tekorten daadwerkelijk zijn. Maar wel duidelijk is dat met name in grote steden op scholen momenteel serieuze ingrepen nodig zijn om alle kinderen en jongeren naar school te kunnen laten gaan. Ook is bekend dat de tekorten zullen stijgen: in 2024 met 1970 fte bovenop de huidige tekorten in het primair onderwijs en 1300 fte in het voortgezet onderwijs. 

Onderwijsministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven nemen de aanbevelingen van Van Vroonhoven over, schrijven zij aan de Tweede Kamer. Volgens Slob is er al veel in gang gezet. De belangstelling om in het onderwijs te werken neemt toe, mede door zij-instroom, zegt hij. “Maar er is geen enkele reden om nu achterover te leunen. De prognoses van de tekorten zijn onverminderd ernstig. De adviezen van Merel van Vroonhoven geven veel handvatten om daar wat aan te doen.” De minister geeft aan dat de aanbevelingen op veel steun kunnen rekenen binnen het onderwijsveld. De komende periode worden de voorstellen verder uitgewerkt. 

Lees de eindconclusies over aanpak lerarentekort van Merel van Vroonhoven

PO | VO | MBO | HBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs