U bent hier

Never waste…

De laatste weken heb ik vanuit Verus veel schoolleiders en bestuurders gebeld. En steeds weer was ik aangenaam verrast door de manier waarop zij me vertelden dat hun leerkrachten over onvermoede talenten bleken te beschikken. Daarbij was het ze opgevallen dat beslissingen waarover men onder normale omstandigheden jaren had moeten delibereren, nu in enkele uren genomen konden worden. Alle mitsen en maren rondom de intensieve inzet van ICT in het onderwijsleerproces bleken onder de druk van de coronacrisis als sneeuw voor de zon te verdwijnen. ‘Never waste a good crisis!’, was de boodschap.

Als dat zo is zijn er misschien nog wel meer dingen die onder normale omstandigheden onbespreekbaar zijn, maar nu wat gemakkelijker te veranderen lijken. Dan bedoel ik niet de opgeklopte behoefte aan verre vakanties of van over de hele aardbol aangevoerde gerechten, of de goed bedoelde maar dubieuze voorstellen om burgers via hun iPhone beter in de gaten te kunnen houden. Ik heb het over het schooljaar.

Verspilling

De scheiding tussen twee schooljaren wordt momenteel gemarkeerd door een lange zomervakantie. Formeel loopt het schooljaar van 1 augustus tot 31 juli, maar standaard begint en eindigt het schooljaar met enkele weken vakantie. Welke weken dat zijn wordt door de minister vastgesteld. Het land is in drie regio’s verdeeld, en de periode waarin voor elk van de regio’s de vakantie is voorgeschreven wisselt. Het gevolg is dat het ene schooljaar soms – in het (on)gunstigste geval – 38 weken duurt en het andere – eveneens in het (on)gunstigste geval – 42 weken. Ik heb het dan niet over de totale lestijd, maar over de periode van het als zodanig beleefde begin en eind van het schooljaar. Vanwege de lengte, in combinatie met het feit dat leerlingen instromen, of van leerjaar wisselen, of de school verlaten, wordt de zomervakantie ervaren als een soort waterscheiding tussen twee werelden, die van het oude en het nieuwe schooljaar. Na die zes of – in de praktijk – zeven of acht weken zijn leerlingen veel vergeten, en kan een nieuwe docent ophalen wat de vorige docent in het vorige schooljaar aan lesstof heeft overgebracht. Dat kost soms een paar weken van het schooljaar, te meer omdat die nieuwe docent niet altijd weet welke stof precies door zijn collega is behandeld en op welke manier. Zo wordt veel lestijd verspild.

Ook administratief wordt de wisseling van het schooljaar per 1 augustus als lastig ervaren. Financieel is een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar. De bekostiging is daar ook op gebaseerd, want er moet verslag gedaan worden van het kalenderjaar. In begrotingen moet, vanwege die vreemde knip per 1 augustus, waarvóór het aantal leerlingen en dus de bekostigingsgrondslag verschilt van daarna, altijd een soort 7/12 en 5/12 berekening worden gemaakt.

Het schooljaar van 17 maanden

Geïnspireerd door een ingezonden briefje in een landelijke krant zou ik de vraag willen opwerpen: kunnen we voortaan niet het schooljaar samen laten vallen met het kalenderjaar? Nu leerlingen al een aantal weken niet naar school kunnen, nu dat wellicht tot de zomervakantie gaat duren, nu examens en eindtoetsen niet gewoon kunnen worden afgenomen, kennismakingsbezoekjes aan het vervolgonderwijs worden geskipt, enzovoorts, kunnen we de tijd tussen de zomervakantie en de kerstvakantie van dit kalenderjaar gebruiken om al dat soort dingen in te halen. De centrale examens, die gepland waren voor mei vinden dan gewoon in november plaats. Minister Slob hoeft dan ook niet een nieuwe slaag-zakregeling te bedenken, en nog meer van die trucs om de ellende van deze maanden te dempen. Kortom, al die zaken waar we nu een enorm probleem van (moeten) maken schuiven we gewoon voor ons uit, en dan blijkt de tijd opeens onze beste vriend te zijn. De kinderen hebben rustig de tijd om in te halen, ook op sociaal gebied, wat ze de afgelopen en de komende weken gemist zullen hebben. Leerkrachten hebben daar ook de tijd voor. Het schooljaar 2019-2020 gaat de geschiedenis in als het schooljaar van zeventien maanden. Diploma’s zullen niet bekeken worden op het jaartal 2020 om de waarde er van lager in te schatten dan die van andere jaren, en als we dan vanaf 2021 het kalenderjaar definiëren als boekjaar én als schooljaar, plukken we daar nog jaren de vruchten van.

Voorbeelden?

De leerkracht die na de zomervakantie alles moet ophalen wat vergeten is weet precies wat hij vóór die vakantie gedaan heeft en kan dat gemakkelijker in herinnering roepen dan zijn collega die dat niet weet.
Het stress veroorzakende idee dat met de zomervakantie het huidige universum ophoudt en er na de zomervakantie een nieuw voor ons klaarstaat heeft zijn argument verloren. Het wordt veel vanzelfsprekender om beleidsaangelegenheden over het jaar heen te spreiden.
De behoefte aan een zomervakantie van zes of meer weken, zo’n 120 jaar geleden ingevoerd om ouders in de gelegenheid te stellen hun kinderen bij het werk op het land in te zetten, zal vanzelf minder worden. Plak er bij de kerstvakantie een weekje aan en laat er van de zomervakantie twee of drie schieten. Dan kunnen de verplichte uren in minder weken worden gegeven, en dat lijkt me voor iedereen een rustiger idee. En er is geen gedoe over korte of lange schooljaren meer.
De afscheidsmusical van groep acht kan gekoppeld worden aan de kerstviering. Wat een tijdwinst, zonder dat het minder gezellig wordt!
De administratie hoeft minder rekenwerk te verrichten, want schooljaar = boekjaar = kalenderjaar.
En, last but not least, examenfeestjes worden vanwege het seizoen voortaan binnen gevierd. Daar worden de buren blij van.

Reacties

Door Piet Broersma op 10 apr 2020 | 09:50

Ik heb het idee vorige week ook bij de PO-raad laten vallen. Met nog wat wensen over het vooraf vaststellen van bekostiging en dat niet meer met terugwerkende kracht wijzigen en het maken van cao's met terugwerkende kracht. Maar voordat het benodigde ambtenarenkorps in beweging komt, moet er toch iets meer gebeuren.

Nieuwe reactie inzenden

Kees Jansen

jurist
0348 74 44 34