U bent hier

Q&A medezeggenschap

Hier beantwoorden we vragen over medezeggenschap, die bij ons binnenkomen vanwege de coronacrisis. Is er nog iets niet duidelijk? Neem dan contact op met onze juridische helpdesk, 0348 74 44 60, helpdesk@verus.nl.

Kun je een medewerker of leerling verplichten tot het dragen van een mondkapje op school?

Het antwoord vindt u hier. >>

De basisscholen mogen weer opstarten. De manier waarop is echter open gelaten in de boodschap van de regering. Heeft de MR invloed op de manier waarop we weer gaan beginnen? Welke handvatten biedt de Wms bij het overleg met de MR?

  1. In de eerste plaats is er artikel 8 lid 1 Wms, dat het bevoegd gezag de opdracht geeft de MR tijdig, gevraagd en ongevraagd, te voorzien van alle informatie die de MR voor het uitoefenen van zijn werkzaamheden redelijkerwijs nodig heeft. Het overleg met de MR zal dus voor alles een informerend karakter moeten hebben.
  2. Op basis van de geboden informatie kan de MR, met artikel 6 lid 2 Wms in de hand, het gesprek aangaan, voorstellen doen of standpunten innemen. Op de voorstellen mag ook een antwoord van het bevoegd gezag verwacht worden. Ik kan me voorstellen dat aan de vormvereisten – schriftelijk, met redenen omkleed, binnen drie maanden, mogelijkheid tot extra overleg – in de gegeven omstandigheden niet altijd zal kunnen worden voldaan. Maak daarover dus ook afspraken met de MR.
  3. Verder geeft artikel 10 lid 1 onder e de MR een instemmingsbevoegdheid bij de vaststelling door het bevoegd gezag van ‘regels op het gebied van het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid , voor zover niet behorend tot de bevoegdheid van de personeelsgeleding’. De maatregelen die worden genomen – voor zover het bevoegd gezag daar zelf speelruimte in heeft – zullen daar zeker onder vallen.
  4. De vraag of hier ook sprake is van de adviesbevoegdheid met betrekking tot ‘vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school’ (artikel 11 lid 1 onder f Wms) of ‘vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toelating en verwijdering van leerlingen’ (artikel 11 lid 1 onder j Wms) waag ik te betwijfelen. Weliswaar zal de schoolorganisatie gedurende enige tijd anders zijn dan normaal, maar het voert te ver om te spreken over een ‘beleid’ met betrekking tot de organisatie. Het is een tijdelijke oplossing voor een tijdelijk probleem. Ook is hier het toelatingsbeleid ten opzichte van leerlingen niet in het geding. Alle leerlingen zijn al toegelaten. Het gaat om plaatsing van leerlingen, en dat is geen zaak voor de MR.
  5. Waar het gaat om regelingen voor het personeel uit of verwant met kwetsbare groepen, kan de personeelsgeleding een instemmingsbevoegdheid doen gelden op basis van artikel 12 lid 1 onder k: ‘vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden’.
  6. Wanneer dit soort zaken op bovenschools niveau worden vastgesteld hoort het kennelijk bij de ‘aangelegenheden die alle of een meerderheid van de scholen betreffen’ en is de GMR aan zet.

Wellicht ten overvloede mag worden opgemerkt dat er haast geboden is. Een gebruikelijke reactietermijn van zes weken werkt in de gegeven omstandigheden niet. Van de MR mag zeker souplesse verwacht worden. En we kunnen aannemen dat er geen MR is die deze gelegenheid zal aangrijpen eens even om de procedurele puntjes op de i te zetten.

Wat is de rol van de (G)MR bij alle maatregelen die genomen moeten worden ten tijde van de coronacrisis?

In principe maakt het feit dat er een crisis is niet uit voor de rol van de medezeggenschap. De bevoegdheden blijven gewoon bestaan. Wel kan er met de termijnen iets gebeuren.

Artikel 26 lid 3 van het door Verus opgestelde basisreglement stelt:

‘In spoedeisende gevallen kan het bevoegd gezag de raad verzoeken binnen een kortere termijn dan de in het eerste lid bedoelde het schriftelijke standpunt uit te brengen. Tenzij zwaarwegende argumenten zich daartegen verzetten stemt de raad daar mee in.’

En de toelichting daarop luidt:

’Bij spoedeisende gevallen moet gedacht worden aan de situatie waarin de opschortende werking van de vakantie in combinatie met de in het medezeggenschapsstatuut genoemde termijnen een tijdige tenuitvoerlegging van het voorgenomen besluit frustreert, of wanneer om aanspraak te maken op een bepaalde tegemoetkoming een deadline gehaald moet worden. Het bevoegd gezag kan dit lid niet inroepen om een verwijtbaar uitstel van een verzoek om advies of instemming ongedaan te maken. Zie ook Landelijke Commissie voor Geschillen WMS, 31 maart 2016, 107108.’

Nu dus van het bevoegd gezag snel handelen wordt geëist, mag van de (G)MR verwacht worden dat men snel reageert.

Een andere oplossing is dat met de (G)MR een soort mandaat wordt afgesproken voor beslissingen, en dat het bevoegd gezag zich in rustiger tijden verantwoordt.

De crisis mag natuurlijk geen dekmantel zijn om snel beleidsmatige beslissingen te nemen, die met de crisis niets te maken hebben. Evenmin kan het zo zijn dat wanneer een nu tijdelijke maatregel zo goed bevalt dat het bevoegd gezag vindt dat die maatregel wel ‘staand beleid’ kan worden de medezeggenschap daarover niet meer geraadpleegd hoeft te worden.

De informele kant is net zo belangrijk. Er moeten veel brieven en berichten voor ouders, leerlingen en personeel de deur uit. Het is goed om de (G)MR of een geleding daarvan op de hoogte te houden. Veel overleg kan ook met bijvoorbeeld de voorzitter van de (G)MR plaatsvinden, en wanneer die een mandaat van de gehele raad heeft, kan het bestuur of de directeur ook afspraken met hem of haar maken, zo niet over de inhoud dan toch over procedures.

En vergeet niet dat de (G)MR ook leden kent die van bepaalde onderwerpen meer weten dan de bestuurder of directeur. Maak er onbekommerd gebruik van! De meeste leden zijn blij als ze in deze moeilijke tijd worden aangesproken op hun expertise en zo iets voor de school kunnen doen.

 

Vragen of opmerkingen?

afbeelding van Juridische helpdesk
Onze juristen helpen u graag.
0348 74 44 60