U bent hier

Oorsprong van Verus (katholiek)

Eerst waren er schoolbesturen voor het lager onderwijs, merendeels kerkbesturen. Zij waren niet verenigd in een besturenbond, dat gebeurde pas in 1963. In het katholiek middelbaar onderwijs, waar veel scholen bestuurd werden door congregaties, werd in de jaren twintig van de vorige eeuw al wel besturenbonden opgericht.

Het was baron van Wijnbergen (1869-1950) die zich heeft ingezet voor een centrale organisatie voor het katholiek onderwijs. Hij was lid geworden van de Tweede Kamer in 1904 en maakte deel uit van de staatscommissie die de onderwijspacificatie voorbereidde. Al tijdens dat proces adviseerde hij de bisschoppen om tot een centraal punt te komen. Hij voorzag dat de beëindiging van de schoolstrijd (de realisatie van de financiële gelijkstelling met het openbaar onderwijs) grote kansen zou bieden voor de expansie van het katholiek onderwijs. Van Wijnbergen overzag dat en bedacht dat in zo’n situatie een databank onmisbaar is, voor het onderwijs zelf en voor parlement en overheid. 

Toch werd dit advies niet snel opgevolgd. Het kostenaspect en de positie van het katholiek jeugdwerk, uitgevoerd door talloze organisaties, zat een centrale onderwijsorganisatie in de weg. De jeugdorganisaties waren heel belangrijk omdat ze voorzagen in de vorming van de jeugd die van de lagere school afkwam, voor de meesten eindonderwijs. Bovendien, in 1910 was de Nederlandse Rooms Katholieke Schoolraad opgericht, bedoeld als aanspreekpunt voor de overheid. Van Wijnbergen stelde voor onderwijs en jeugdwerk (vorming) in het beoogde bureau samen te brengen, maar animositeit tussen leidende mensen stond dat in de weg.

Uiteindelijk besloten de bisschoppen toch tot een bureau en ook tot het samenbrengen van onderwijs en jeugd. Op 20 april 1920 werd het R.K. Centraal Bureau voor Onderwijs en Opvoeding officieel opgericht. Naast de eerder genoemde schoolraad. Met dezelfde taken, met het bureau als backoffice. Maar van die afspraak is weinig terechtgekomen. Het bureau werd stevig opgetuigd en overvleugelde de schoolraad al snel. Het bureau bepaalde het beleid voor het katholiek onderwijs, terwijl de schoolraad meer een orgaan was waarin met vertegenwoordigers van de bisschoppen kon worden gesproken.

Omstreeks 1968 werd 'opvoeding' uit de doelstelling gehaald en veranderde de naam in Centraal Bureau voor het Katholiek Onderwijs, CBKO. 'Opvoeding' werd overgedragen aan het Katholiek Pedagogisch Centrum in 's-Hertogenbosch.

De schoolraad zou in de jaren zestig, na Vaticanum II, de Nederlandse Katholieke Schoolraaad (NKSR) worden, met name belast met de erkenningstaak, maar ook met een forumfunctie. Het was de NKSR die in 1979 een notitie publiceerde over de relatief autonome school, die een markering inhield: van decentralisatie, vooral van rijkstaken naar de schoolbesturen.

De CBKO werd eind jaren tachtig opgesplitst in de VBKO, ter ondersteuning van de besturenbonden en hun leden, en de ABKO, ter ondersteuning van de NKSR. In een later stadium werden deze samengevoegd en fuseerden de besturenbonden van p.o. en v.o. tot VKO, centrum voor katholiek onderwijs.

In mei 2015 fuseerde de VKO met Verus, vereniging voor christelijk onderwijs, om samen verder te gaan als Verus, vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs.