Publicatiedatum: 30 juni 2022

Twee weken geleden debatteerde de Tweede Kamer uitvoerig over het wetsvoorstel Uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs, dat door minister Wiersma op laatste moment nog flink was aangescherpt, tegen het advies van zijn eigen ambtenaren in. In feite werden de wijzigingen die Wiersma’s voorganger Arie Slob naar aanleiding van het advies van de Raad van State had doorgevoerd in het oorspronkelijk wetsvoorstel weer teruggedraaid.

Antwoorden

In het debat van 16 juni betoonden veel fracties zich erg kritisch en waren er veel vragen. Zoveel, dat besloten werd het debat niet af te maken, maar een schriftelijke vragenronde in te lassen. Dinsdag 28 juni kwamen de antwoorden. Tegelijkertijd stuurde de minister een nota van wijziging naar de Tweede Kamer, waarmee hij de mogelijkheden om direct in te grijpen in besturen of raden van toezicht aan enkele zwaardere voorwaarden verbind:

  • Een spoedaanwijzing kan alleen worden gegeven bij een “wezenlijk vermoeden” van wanbeheer. Dat lijkt een iets zwaardere eis dan het “redelijke vermoeden” waar de minister eerst mee wilde volstaan. In het oorspronkelijke voorstel was sprake van een “ernstig vermoeden”.
  • Wanneer de minister een aanwijzing of een spoedaanwijzing wil opleggen, moet hij motiveren waarom het doel dat hij voor ogen heeft niet met een minder zwaar middel bereikt kan worden.
  • Uit het inspectierapport dat ten grondslag ligt aan de (spoed)aanwijzing moet blijken dat er sprake is van wanbeheer, respectievelijk dat aan de voorwaarden voor het geven van een spoedaanwijzing is voldaan.

Ook de Kamerfracties zaten niet stil en dienden verschillende amendementen in. Zo wil GroenLinks de medezeggenschap een grotere rol geven, bijvoorbeeld bij het ontslaan van een toezichthouder in geval van wanbeheer. D66 en VVD willen in de wet opnemen dat in het funderend onderwijs en het mbo, net als het ho, scholen en instellingen zorgdragen voor de bevordering van het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef van hun vertegenwoordigers. ChristenUnie en CDA dienden een amendement in dat het geven van een aanwijzing bij een overtreding van de burgerschapsopdracht slechts mogelijk maakt als het gaat om een “structurele of flagrante” overtreding. Dit laatste is deels een terugkeer naar het eerdere wetsvoorstel en in die zin ook een betekenisvolle stap.

Ruime meerderheid

Tijdens het tweede deel van het debat, dat op 29 juni gevoerd werd, leken de vertegenwoordigers van CDA en ChristenUnie zich achter het wetsvoorstel te scharen zoals het na de laatste wijzigingen van de minister luidt, mits hun eigen amendement wordt aangenomen. Daarmee heeft de minister de coalitiepartijen achter zich, want VVD en D66 waren al positief. Zo ook oppositiepartijen PVV en SP, dus het wetsvoorstel lijkt af te stevenen op een ruime meerderheid.

Ondanks de verbeteringen die in deze laatste debatronde zijn doorgevoerd, blijft Verus zeer kritisch over het wetsvoorstel. Nut en noodzaak zijn onvoldoende aangetoond en de rechtsbescherming van scholen blijft onder de maat, onder meer door het gebruik van open normen als “wezenlijk vermoeden” en “flagrante overtreding”. Eerdere formuleerde Verus zijn kritiek samen met andere organisaties ter gelegenheid van de internetconsultatie over het wetsvoorstel en de schriftelijke behandeling in het najaar van 2021. Twee weken geleden stuurden we deze kritische brief.

Gerelateerde berichten