Publicatiedatum: 8 december 2021

In het artikel komt bijvoorbeeld de vrijheid van inrichting aan de orde, waarover behoorlijk wat discussie is. En niet alleen omdat het kan leiden tot praktijken die op gespannen voet staan met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. Zo haalt de auteur Paul Kirschner aan, die bezwaar aantekent tegen de vrijheid van onderwijs, omdat het scholen de ruimte biedt om ineffectieve onderwijsaanpakken toe te passen. Het onderwijs zou evidence geïnformeerd moeten werken. Hoewel dit logisch klinkt, is het volgens Symen van der Zee zo simpel niet:

Je kunt bijvoorbeeld de vraag stellen wat de opbrengsten van onderwijs precies zijn. Natuurlijk zijn er kerndoelen, maar scholen kunnen ook eigen doelstellingen hebben. Deze doelen komen er doorgaans niet bij, maar zijn onderdeel van al het schoolse leren. Bijgevolg wordt er nooit alleen gerekend of taal geleerd, maar worden de kinderen tegelijkertijd ingeleid in een bepaalde manier van zijn. Dit punt bracht hoogleraar Gerdien Bertram-Troost ook al eerder onder de aandacht.

Vrijheid van inrichting correleert met beter leren

Onderzoek over onderwijseffectiviteit is dan ook niet eenduidig. Symen van der Zee noemt als voorbeeld de onderzoekers Agirdag en Merry, die in tegenstelling tot de eerdergenoemde Kirschner groot voorstander zijn van de vrijheid van onderwijs. Hun effectonderzoek laat juist een verband zien tussen de pedagogische vrijheid en de leeropbrengsten in een land. Vrijheid van inrichting correleert volgens hen met beter leren. En dus is de vrijheid van onderwijs wenselijk.

Lees het hele artikel hier.

Gerelateerde berichten