Publicatiedatum: 7 juli 2021

Het onderwijs speelt een sleutelrol in de ratrace van deze vermoeiende prestatiemaatschappij. Van Putten schrijft hierover: “De morele kern van die prestatiemaatschappij is eenvoudig: jij bent zelf verantwoordelijk voor de ontplooiing van je leven, het is jouw levensproject, je moet de kansen die je aangereikt worden grijpen, en zo niet, dan is falen je eigen schuld. Het voorheen collectivistische maakbaarheidsdenken heeft hier zijn individualistische vervolg gekregen: je maakt je eigen toekomst, verbeter je leven, en wel permanent.”

Het is belangrijk om leerlingen en studenten te compenseren voor de impact van de coronapandemie. Van hen is veel gevergd om de oudere generatie en het zorgsysteem te beschermen. Extra investeringen in het onderwijs om pijnlijke achterstanden te corrigeren kunnen heel zinvol zijn. Maar in een prestatiemaatschappij is het oppassen geblazen. De uitdaging is te voorkomen dat een Nationaal Programma Onderwijs de bestaande prestatiecultus versterkt.

Herwaardering van rust

Eén van de grote maatschappelijke zorgen van onze tijd is dat corona de ongelijkheid versterkt. Dat maakt het ‘wegwerken’ van achterstanden ook zo urgent. Vergroten rust en ontspanning de ongelijkheid en achterstanden niet juist? Is dat niet typisch iets dat alleen de bovenlaag van de samenleving zich kan permitteren? Van Putten denkt dat het tegendeel het geval is: “Herwaardering van een cultuur van rust zou paradoxaal genoeg weleens de ‘grote gelijkmaker’ kunnen worden. In een cultuur van rust tellen prestaties veel minder mee, maar is het vermogen tot loslaten en ontspannen veel belangrijker.”

In de essaybundel komen naast dr. Robert van Putten ook vier andere denkers aan het woord over het Nationaal Programma Onderwijs. Zo reflecteren prof. dr. Gerdien Bertram-Troost, prof. dr. Renée van Schoonhoven, Sandra van Groningen Msc MA en dr. Theo van der Zee op het NPO en denken zij na over de manier waarop we na corona denken over wat goed onderwijs nu eigenlijk is.

Gerelateerde berichten