Publicatiedatum: 1 december 2021

Naast de subsidiemogelijkheden, wordt ook vaak bij de werkgever aangeklopt, dan wel biedt de werkgever zelf aan om de werknemer te ondersteunen door bepaalde kosten van de opleiding te betalen en/of studieverlof te verlenen. Veel werkgevers kiezen er dan voor om een studiekostenbeding overeen te komen waarbij met de werknemer wordt afgesproken dat hij/zij (een deel) van de door de werkgever betaalde kosten moet terugbetalen als hij/zij de opleiding niet met succes afrondt, dan wel kort na het afronden van de opleiding ontslag neemt. Mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan is het ook toegestaan om dergelijke afspraken te maken. Althans dat was lange tijd het geval…

EU-richtlijn

Op 20 juni 2019 is namelijk de EU-richtlijn betreffende de transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie vastgesteld. Uiterlijk 1 augustus 2022 moet deze richtlijn zijn omgezet in het Nederlandse rechtssysteem. In deze richtlijn staan o.a. voorschriften opgenomen over het studiekostenbeding.

In de richtlijn is opgenomen dat lidstaten ervoor zorg moeten dragen dat wanneer de werkgever op grond van het Unierecht of het nationale recht of CAO verplicht is zijn werknemers een opleiding te verstrekken om het werk waarvoor zij zijn aangeworven uit te voeren, deze opleiding kosteloos moet worden aangeboden aan de werknemers, dit als arbeidstijd wordt beschouwd en, indien mogelijk, plaatsvindt tijdens de werkuren. Uit de toelichting op de richtlijn blijkt dat beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie niet als verplichte opleiding worden gezien.

Nederlands wetsvoorstel

Op 11 november 2021 is het Nederlandse wetsvoorstel dat uitvoering moet geven aan deze Europese richtlijn ingediend bij de Tweede Kamer. In het wetsvoorstel wordt vrijwel dezelfde formulering gebruikt als ook in de richtlijn is opgenomen: “Wanneer de werkgever op grond van toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationale recht, een collectieve arbeidsovereenkomst, of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan verplicht is zijn werknemers scholing te verstrekken om het werk waarvoor zij zijn aangenomen uit te voeren, wordt de scholing kosteloos aangeboden aan de werknemers, beschouwd als arbeidstijd en, indien mogelijk, vindt deze plaats tijdens de tijdstippen waarop arbeid verricht moet worden.” Ook staat er: “Een beding waarbij de kosten van scholing als hiervoor bedoeld worden verhaald op of verrekend met geldelijke inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking van de werknemer, is nietig.”

Wat valt hier nu onder?

In de toelichting op deze bepaling wordt onder andere het volgende aangegeven: In artikel 13 van de Richtlijn is, kort gezegd, geregeld dat een wettelijk verplichte opleiding voor de werknemer kosteloos is en als arbeidstijd wordt beschouwd. Deze bepaling wordt geïmplementeerd in artikel 7:611a BW. Niet iedere opleiding valt onder deze bepaling. Het gaat alleen om opleidingen die de werkgever op grond van de wet of collectieve overeenkomst verplicht is aan te bieden. Het gaat niet om de verplichting van een werknemer om bepaalde opleidingen in de zin van de beroepskwalificatierichtlijn te volgen, voor het behouden van de beroepskwalificatie. Het betreft uitsluitend aan de werkgever opgelegde verplichtingen tot het verstrekken een opleiding. De werkgever kan op grond van nationaal recht, of collectieve overeenkomst of Europees recht, gehouden zijn deze opleiding aan te bieden. Het gaat dan meestal om opleidingen op het gebied van veiligheid en arbeidsvoorwaarden (bijvoorbeeld het bijhouden van de vakbekwaamheid). De richtlijn schrijft voor dat de kosten van deze opleidingen niet ten laste komen van de werknemer.

Wat betekent dit nu voor opleidingen die werknemers in het onderwijs volgen? Bijvoorbeeld de opleidingen waarmee een onderwijsbevoegdheid wordt behaald?

Onderwijsbevoegdheid

Kijkend naar de onderwijswetgeving is duidelijk dat er maar beperkte mogelijkheden zijn om onbevoegde leerkrachten voor de klas te zetten en dat het behalen van een onderwijsbevoegdheid vrijwel altijd noodzakelijk is. In de wetgeving staat echter niet opgenomen dat de werkgever verplicht is deze opleiding aan de werknemer aan te bieden. Kijken we naar de verschillende cao’s dan ligt dit iets genuanceerder. In de cao PO is een dergelijke verplichting niet terug te vinden. In de cao VO staat echter wel opgenomen dat een werkgever die een onbevoegde leraar benoemt, bij aanvang van de arbeidsovereenkomst in overleg een studieplan opstelt, waarin facilitering in tijd en geld zijn vastgelegd, die leidt tot het behalen van een wettelijke onderwijsbevoegdheid. Dit lijkt al iets dichter in de buurt te komen van waar het wetsvoorstel op ziet, al kan je deze bepaling meer zien als een voorwaarde om een onbevoegd leraar te mogen benoemen. Een expliciete verplichting om een opleiding aan te bieden valt er niet helemaal in te lezen.

Vooralsnog gaan wij er daarom van uit dat, nu de wet geen verplichting kent om een opleiding aan te bieden en ook de cao dit niet expliciet voorschrijft, het straks nog steeds mogelijk blijft om studiekostenbedingen te sluiten met een werknemer die een opleiding gaan volgen die leidt tot het behalen van een onderwijsbevoegdheid. Wel is uiteraard van belang hoe de tekst van de cao luidt als de wetswijziging in werking treedt.

Studiekostenbeding

Treedt het wetsvoorstel in werking dan zal straks dus gelden dat bij het aangaan van een studiekostenbeding goed bekeken moet worden of de studiekosten verband houden met scholing die de werkgever op grond van een wet of cao verplicht moet aanbieden. Is dat het geval dan kan een studiekostenbeding niet meer rechtsgeldig overeen worden gekomen. Dit geldt ook voor studiekostenbedingen die al zijn gesloten voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel. Vanaf 1 augustus 2022 geldt dat alle studiekostenbedingen die verband houden met scholing die een werkgever verplicht moet aanbieden, nietig zijn en er door de werkgever dus geen beroep meer op kan worden gedaan.

Gaat het om scholing die de werkgever niet verplicht hoeft aan te bieden, dan geldt dat ook na inwerkingtreding van het wetsvoorstel het voor een werkgever nog steeds mogelijk blijft om een rechtsgeldig studiekostenbeding overeen te komen.

Vragen?

Met vragen kun je terecht bij onze juridische helpdesk.

Gerelateerde berichten