U bent hier

Samenwerkingsschool: Eerste Kamer worstelt met negatief advies Raad van State

Identiteit
PO

De Eerste Kamer worstelt met het negatieve advies van de Raad van State over het wetsvoorstel vereenvoudiging samenwerkingsschool. Vooral de bestuurlijke vormgeving van de samenwerkingsschool, wel of niet onder openbaar bestuur, roept nog veel vragen op.

Dat blijkt uit het verslag van het mondelinge overleg dat de Onderwijscommissie in de Eerste Kamer eerder deze maand met staatssecretaris Dekker voerde. De Onderwijscommissie besloot, vooruitlopend op de schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel, tot een mondeling overleg met Dekker vanwege het negatieve advies van de Raad van State.

Dekker wil marges verruimen

Dekker gaf aan dat naar de mening van de regering het wetsvoorstel nog steeds binnen de kaders van de Grondwet past: we kennen in Nederland een duaal bestel en samenwerkingsscholen moeten daarbinnen een uitzondering zijn. 

De kritiek van de Raad van State is volgens de staatssecretaris niet terecht. Het gaat niet om wat er theoretisch mogelijk is, maar om de praktijk. En die praktijk geeft aan dat op basis van de huidige wet geen enkele samenwerkingsschool tot stand is gekomen. Dat kan volgens Dekker toch niet de bedoeling zijn geweest. Daarom is het noodzakelijk om de marges wat te verruimen door aanpassing van het continuïteitscriterium.

Het tweede punt waarover onenigheid bestaat is de ‘bestuurlijke ophanging’. Volgens de Raad van State zijn sommige zaken nu eenmaal niet verenigbaar. Dat betreft onder andere de neutraliteit van de overheid die zich niet verhoudt met de verantwoordelijkheid voor de identiteit van het bijzondere deel van de samenwerkingsschool. 

Volgens Dekker is het uitgangspunt van de regering bij dit wetsvoorstel vooral de gelijkwaardigheid van openbaar en bijzonder onderwijs. Op dit moment is daar sprake van ongelijkheid. Het bijzonder onderwijs mag iets, wat het openbaar onderwijs niet mag en daar is volgens de staatssecretaris geen goede reden voor. 

Spanningen inherent aan samenwerkingsschool

Tegelijk erkende hij dat er sprake is van spanningen die inherent zijn aan het concept samenwerkingsschool. “Je combineert immers iets wat de wezenskenmerken heeft van het
openbaar en het bijzonder onderwijs. De algemene toegankelijkheid van het openbaar onderwijs combineer je met de niet-algemene toegankelijkheid van het bijzonder onderwijs, en de neutraliteit van het openbaar onderwijs met de identiteit van het bijzonder onderwijs.” 

Maar als twee schoolbesturen hier toch bewust voor kiezen, moet het mogelijk zijn om daar goede (statutaire) afspraken over te maken, aldus Dekker.

Senatoren kritisch op bestuurlijke vormgeving

Voor veel senatoren was met name de bestuurlijke vormgeving van de samenwerkingsschool het prangende punt. Over het continuïteitscriterium was men minder kritisch, hoewel met name Peter Schalk (SGP) ook daarover enkele opmerkingen maakte. 

Senator Ruard Ganzevoort (GL) vatte het zo samen: “(…) als de samenwerkingsschool alleen onder het bijzonder onderwijs kan vallen vanwege het op afstand houden van de overheid, waarom regelen we het dan niet op die manier? Wat is het belang voor de staatssecretaris van het varen van een heel
andere koers?” Ook vroeg een aantal Kamerleden zich af wat de noodzaak van dit wetsvoorstel is, aangezien er nu al veel informele samenwerkingsscholen zijn.

Volgens Sander Dekker zijn die informele samenwerkingsscholen eigenlijk in strijd met de Grondwet en ze passen totaal niet in zijn opvattingen over het duale bestel. Als daar wat gebeurt, staan leraren en ouders met lege handen. Daarom is dit wetsvoorstel noodzakelijk en bestaat er grote behoefte aan. 

Als alleen het bijzonder onderwijs samenwerkingsscholen kan besturen, dan gaan volgens Dekker de gesprekken tussen openbaar en bijzonder heel stroef verlopen want “iedereen gaat zitten kijken en die bijzondere besturen denken dat het wel naar hun kant rolt. Dan komt de gelijkwaardigheid van openbaar en bijzonder onderwijs in de knel en die vind ik belangrijk”.

Extra schriftelijke ronde

Na afloop van dit mondeling overleg maakten CU en SGP van de gelegenheid gebruik om aanvullende schriftelijke vragen te stellen. Die gingen, zoals te verwachten, wederom over het continuïteitscriterium en de bestuurlijke vormgeving. De reactie van Dekker kwam opmerkelijk snel, maar bood eigenlijk geen nieuwe inzichten.

In strijd met Grondwet

Verus is van mening dat de Eerste Kamer niet in zou moeten stemmen met een wetsvoorstel dat strijdig is met de Grondwet. https://www.verus.nl/nieuws/samenwerkingsschool-eerste-kamer-moet-rol-al...

Behandeling nog voor het zomerreces

De Eerste Kamer wil op 11 juli het wetsvoorstel plenair behandelen.