U bent hier

Samenwerkingsschool: ‘Eerste Kamer moet rol als hoeder Grondwet serieus nemen’

Identiteit | Overheid en onderwijs
PO | VO

De commissie Onderwijs van de Eerste Kamer wil op zo kort mogelijke termijn mondeling overleg met staatssecretaris Dekker over het wetsvoorstel vereenvoudiging samenwerkingsschool voordat zij de verdere procedure voor dit voorstel vaststelt. Verus is van mening dat de Eerste Kamer haar functie als hoeder van de Grondwet serieus moet nemen en daarom het zeer kritische advies van de Raad van State moet honoreren.

Het verzoek tot overleg van de commissie heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met het nieuwe advies van de Raad van State en het antwoord van staatssecretaris Dekker. Verus berichtte daar vorige week ook al over

Verus heeft drie bezwaren bij dit wetsvoorstel. Kort samengevat zijn dat:

  • De samenwerkingsschool moet een uitzondering blijven. De criteria waaronder een samenwerkingsschool met dit wetsvoorstel wordt toegestaan zijn zo ruim dat een derde van alle huidige scholen hieronder valt. Daarmee bestaat het risico dat deze variant op termijn geen uitzondering maar regulier zou kunnen worden.
  • De verplichting voor samenwerkingsscholen om een identiteitscommissie in te stellen vormt een onaanvaardbare inperking van de vrijheid van scholen om zelf een passende wijze van borging van de identiteit in te richten.
  • Een samenwerkingsschool past niet onder een openbaar bestuur omdat een samenwerkingsschool niet neutraal is

Niet met de Grondwet verenigbaar

Op dit laatste punt was de Raad van State zeer helder toen hij zei: “Dat zou er op neerkomen dat de overheid bevoegd is om bijzonder onderwijs aan te bieden onder gelijktijdige waarborgen van neutraliteitsvereisten. Dat is niet met de Grondwet verenigbaar.” 

De grondwetgever heeft het in stand houden van een samenwerkingsschool door een bevoegd gezag met een publiekrechtelijke rechtsvorm uitdrukkelijk afgewezen. Binnen zo’n regime - waarin de overheersende overheidsinvloed gegeven is– is voor een eigen positie van het bijzonder onderwijs onvoldoende ruimte, aldus de Raad van State. Die verwijst daarbij naar Memorie van Toelichting bij het voorstel om de Grondwet te wijzigen met als doel de samenwerkingsschool mogelijk te maken (Kamerstuk 28081 uit 2001/2002).

In zijn antwoord op deze kritiek verwijt Dekker de Raad van State te weinig belang te hechten aan de gelijkwaardigheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs. 

Hij schrijft: “De regering is van mening dat het nooit de bedoeling van de (grond)wetgever kan zijn geweest dat de uitwerking van artikel 23 een ongelijkheid binnen het duale stelsel teweeg zou brengen, iets wat met de onderwijspacificatie 100 jaar geleden juist geprobeerd werd te voorkomen.” 

Daarmee gaat Dekker voorbij aan het feit dat de overheid volgens de Grondwet nooit zelf bestuurlijke verantwoordelijkheid mag dragen voor onderwijs met een levensbeschouwelijke identiteit. Dit is en blijft een principieel verschil met bijzonder onderwijs dat volgens Verus actueel is en blijft.

Continuïteitscriterium 

Ook op het punt van het continuïteitscriterium blijft de Raad van State van mening dat nog steeds sprake is van strijdigheid met de Grondwet. Ook al is door de aanscherping van de normen de reikwijdte van het wetsvoorstel beperkter geworden, toch voldoet het daarmee niet aan het grondwettelijke uitgangspunt dat de samenwerkingsschool een uitzondering moet blijven.

Onbegrijpelijk 

Om tegemoet te komen aan de behoefte uit de praktijk aan formalisering van samenwerkingsscholen zijn slechts enkele overzichtelijke wijzigingen nodig. Het is onbegrijpelijk dat de regering niet bereid is om een nieuw wetsvoorstel in te dienen dat wel past binnen het kader van de Grondwet.

Een Eerste Kamer die een wetsvoorstel aanneemt dat zo evident in strijd is met de Grondwet verlies volgens Verus haar legitimiteit als hoeder van de Grondwet.

Toekomstbestendig onderwijsaanbod is hamerstuk

De commissie Onderwijs besprak deze week ook de procedure voor het wetsvoorstel Vereenvoudiging samenwerkingsschool. De senatoren besloten direct een eindverslag voor dat wetsvoorstel te maken en het als hamerstuk af te doen. Dit gaat waarschijnlijk gebeuren op dinsdag 6 juni a.s.