Publicatiedatum: 16 juni 2022

Het PvdA-Kamerlid wil de volgende drie wijzigingen in artikel 23 van de Grondwet:

  • De toevoeging dat ieder kind recht heeft op onderwijs en kansengelijkheid in het onderwijs.
  • Een acceptatieplicht op scholen, waarbij iedere leerling (ongeacht levensbeschouwing) moet worden geaccepteerd op elke school.
  • Het respect voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat moet worden vastgelegd in de Grondwet.

Recht op onderwijs

De Raad van State onderschrijft het belang van het opnemen van het recht op onderwijs in de Grondwet. Zij adviseert dit niet als een recht voor ieder kind, maar als een recht voor eenieder te omschrijven. Daarnaast wijst zij erop dat het recht op onderwijs niet moet worden geïnterpreteerd als een aanspraak op toelating tot een specifieke school: een school moet een zekere ruimte houden om leerlingen te weigeren, bijvoorbeeld vanwege de capaciteit van de school.

Acceptatieplicht

De Raad van State adviseert om af te zien van een acceptatieplicht, omdat hierbij niet voldoende wordt aangetoond hoe kansengelijkheid hierdoor wordt bevorderd. Volgens De Hoop is de acceptatieplicht juist wel belangrijk, omdat een schoolbestuur volgens hem niet mag beslissen over wie wel of niet wordt aangenomen. In zijn wetsvoorstel schrijft hij dan ook dat elk kind moet worden aangenomen, als de ouders of vertegenwoordigers de grondslag van de school respecteren. De Raad kijkt daar kritisch naar en vindt het te vaag wat ‘respecteren’ betekent. Houdt dit in dat leerlingen zich aan kledingvoorschriften moeten houden? En in hoeverre moeten zij meedoen met religieuze rituelen of godsdienstlessen? Daarnaast vindt de Raad dat de proportionaliteit van de maatregel onvoldoende onderbouwd is ten opzichte van rechten en vrijheden van ouders en schoolbesturen.

Basiswaarden democratische rechtsstaat

Ook de andere twee punten die De Hoop wil wijzigen, vindt de Raad te weinig onderbouwd. Hoewel zij de waarden (kansengelijkheid, ontplooiing van de persoonlijkheid en basiswaarden van de democratische rechtsstaat) wel onderschrijft, is het advies om deze aanvullingen te schrappen. De Raad vindt het namelijk onduidelijk waarom juist deze doelstellingen van het onderwijs in de Grondwet moeten worden genoemd en andere doelen niet. De Raad van State ziet wel meer perspectief voor het onderbouwen van de doelstelling met betrekking tot de basiswaarden van de democratische rechtsstaat: “Kennis van het belang van de rechtsstaat is immers van fundamenteel belang voor de weerbaarheid van de democratische rechtsstaat.”

Reactie Verus

Verus heeft veel fundamentele vragen bij het initiatiefwetsvoorstel van de PvdA. Het voorstel ziet de vrijheid van onderwijs namelijk als probleem voor gelijke kansen. Verus vindt echter dat de vrijheid van onderwijs juist een belangrijke bijdrage kan leveren aan de oplossing van uitdagingen in het onderwijs, zoals het tegengaan van segregatie en het bevorderen van inclusie. Het uiterst kritische advies van de Raad van State is in lijn met het perspectief van Verus op het wetsvoorstel. Zo vindt de Raad net als Verus dat de noodzaak voor een acceptatieplicht niet is aangetoond: deze maatregel is niet doeltreffend om kansengelijkheid te bevorderen en niet proportioneel ten opzichte van rechten en vrijheden van ouders en schoolbesturen. Verus is benieuwd naar de manier waarop de PvdA de adviezen van de Raad van State gaat verwerken.

Gerelateerde berichten