Publicatiedatum: 13 november 2019

De Kort nam de identiteitsontwikkeling van de kleine protestants-christelijke pabo in de afgelopen 30 jaar onder de loep. Daarvoor identificeerde ze ‘scharnierpunten’ in de ontwikkeling van de school. “Want juist in een kritische situatie komt identiteit pregnant naar voren.”

We moeten een grondslag

Een voorbeeld: de totstandkoming van de Marnix Academie. Een gevolg van het feit dat de overheid pabo’s wilde in plaats van gescheiden opleidingen voor leraren en kleuterleidsters. De keuze voor een fusie van de drie christelijke opleidingen in Utrecht was vanzelfsprekend en onbetwist. “Bij de fusie werd gezegd: we moeten een grondslag hebben”, weet De Kort. Die kwam er zonder al te veel problemen: protestants-christelijk. Uit de documenten die De Kort voor haar onderzoek bestudeerde constateert ze: “Er is een religieus label dus we gaan over tot de instrumentele orde van de dag.”

Pleonasme

Barbara de kort2

Waar is Jezus gebleven?

Hoe dan ook: er zijn opvattingen over hoe het levensbeschouwelijke label moet leiden tot bepaalde zaken die zichtbaar zijn in de school. “Mensen vinden levensbeschouwelijke keuzes tekortschieten”, geeft De Kort als voorbeeld. “Iemand die ik interviewde zei: ‘Waar is Jezus gebleven?’”

Of neem de tijd dat De Kort bestuurder was. Ze schreef een identiteitsdocument waarvan haar raad van toezicht zei dat die “niet heel protestant” geformuleerd was, terwijl haar MR hem “veel te christelijk” vond. “Levensbeschouwelijke identiteit als label leidt tot reacties als: ‘Ik wil het er niet over hebben’, ‘Ik weet niet hoe ik er taal aan moet geven’ of “Ik ben het er niet mee eens”.

Maak een quilt

De Kort: “Iemand zei over identiteitsontwikkeling dat het is als werken aan een quilt. De één brengt een draad aan, de ander een lapje. Mensen zijn aan het werk aan dat quilt, anderen niet. En ik dacht: wat wij doen is het levensbeschouwelijke, het religieuze, gebruiken als een handboek quilting. Terwijl identiteit zit in de keuzes die je samen maakt.”

Blijf bezig

Voor haar onderzoek maakte de promovenda een reconstructieraamwerk. “Het is de moeite waard voor andere onderwijsinstellingen dat te gebruiken. Het maakt je bewust van de keuzes die er zijn gemaakt en van de vraag of het nodig is daar opnieuw naar te kijken.”

Ook zit in haar proefschrift een appèl naar de Marnix toe, zegt De Kort. Namelijk dat je bezig moet blijven met identiteit. “Anders stollen dingen. Dan maak je ook het verschil niet meer, ben je niet meer herkenbaar.”

De openbare verdediging van het proefschrift vindt plaats op 20 november 2019, 13.45 uur. Aula van de Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, Amsterdam.

Gerelateerde berichten