U bent hier

Overheid doet met nieuwe eisen aan jaarverslag aan indirecte sturing

Overheid en onderwijs
PO | VO | MBO | HBO | WO

In een recente brief aan de Kamer gaat het ministerie van Onderwijs in op kwaliteitsborging van bestuur en intern toezicht. De overheid zet een stap naar indirecte sturing, constateert Dimitri van Hekken, adviseur governance van Verus.

Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker van Onderwijs zijn al enige tijd demissionair, maar dat neemt niet weg dat ze gewoon lijnen uitzetten voor de toekomst. De brief ‘Kwaliteitsborging bestuur en intern toezicht’, die de bewindslieden onlangs naar de Tweede Kamer stuurden, is minder vrijblijvend dan men misschien zou verwachten, gezien hun demissionaire status. 

Dimitri van Hekken, adviseur governance bij Verus, onderstreept de positieve resultaten die in de brief genoemd worden, maar hij heeft ook kritiek. Want de in de brief voorgestelde beleidsmaatregelen om transparantie en verantwoording door de schoolbesturen te verbeteren, zouden ook wel eens neer kunnen komen op indirecte sturing. En dat staat op gespannen voet met het karakter van het bijzonder onderwijs.  

Ministerie wil inzicht in keuzes

De zorg van Van Hekken gaat over de opmerking in de brief dat het ministerie niet wil tornen aan de lumpsumsystematiek, maar tegelijkertijd stelt dat er “behoefte is aan meer zicht op de uitgaven die gedaan worden door schoolbesturen en de onderliggende keuzes die daarbij worden gemaakt”. 
Dat kan, nog steeds volgens de brief, bijvoorbeeld inzichtelijk worden gemaakt door van schoolbesturen te verlangen dat ze in het jaarverslag `een koppeling maken met de eigen schoolplannen en toe te lichten hoe de eigen ambities en prestaties zich verhouden tot bepaalde nationale doelstellingen”. 

Inhoudelijke eisen

“Vooropgesteld, er is natuurlijk helemaal niets op tegen dat het bijzonder onderwijs - private organisaties -  dat met publieke middelen werkt om publieke doelstellingen te realiseren, zich verantwoordt”, reageert Van Hekken. “Maar de systematiek van de lumpsum is dat scholen de risico’s dragen, maar ook dat ze zeggenschap hebben; die dingen horen bij elkaar. Nu is de overheid bezig om nadere eisen te stellen aan het jaarverslag. Niet procesmatig, maar men heeft het expliciet over inhoudelijke eisen. Zoals het in de brief staat neigt dat naar indirecte sturing door de overheid. Wat met de ene hand is gegeven met de lumpsum, namelijk meer autonomie, wordt met de andere hand ingeperkt.” 

Peerpressure 

Volgens adviseur Van Hekken is er alle reden om alert te zijn. Neem bijvoorbeeld de woningcorporatiesector waaraan de minister in de brief zelf ook bewust refereert. 
Als gevolg van misstanden in het verleden zijn woningcorporaties gedwongen om in hun jaarverslag zeer gedetailleerd te vermelden hoe ze met hun budget zijn omgegaan, met name wat betreft de kostenstructuur. Op basis van die informatie zijn er in de sector lijstjes ontstaan waaruit je bijvoorbeeld kunt opmaken welke woningcorporatie te veel kosten maakt. Vervolgens ontstaat er een zekere peerpressure op de woningcorporaties: leg als bestuur maar eens uit waarom je veel duurder bent dan andere corporaties.  

Verantwoorden vanuit de eigen visie

Naast de woningcorporaties wordt ook de zorgsector als voorbeeld genoemd. En dat is in de ogen van Van Hekken niet de richting die het onderwijs op zou moeten gaan. “Wordt het straks de bedoeling dat besturen  vragen gaan krijgen als: waarom heb je de nationale doelstellingen onvoldoende bereikt terwijl u er wel het geld er voor krijgt? Wilt u dat even uitleggen? Of dat je als bestuur vervolgens te horen krijgt ‘wij willen dat u uw geld anders besteedt’.”

Op die manier kan er een situatie ontstaan waarin je je als bijzonder onderwijs laat dwingen om te doen wat de nationale overheid wil, stelt Van Hekken. En een situatie waarin besturen zich niet meer  verantwoorden omdat ze dat zelf, vanuit het eigen verhaal over goed onderwijs, de positie in de lokale gemeenschap en het verantwoordelijkheidsgevoel  graag willen doen, maar omdat het moet.