U bent hier

Hoe christelijke en katholieke scholen hun bronnen aanboren

Identiteit
PO | VO | MBO | HBO | WO

“Veel succes met het maken van fouten”, was de boodschap die Maarten de Veth zijn leerlingen meegaf tijdens de viering aan het begin van het schooljaar. De rector van het Augustinianum in Eindhoven had zich daarbij laten inspireren door Augustinus: “Ik maak fouten, dus ik besta.”

De Veth was één van de schoolleiders en docenten die tijdens de Verus-bijeenkomst Naar de bron vertelden over de manier waarop zij uit de traditie putten. De Veth heeft weer contact gezocht met de augustijnen, ooit de grondleggers van zijn school, om de pedagogische opdracht door het gedachtegoed van Augustinus te laten voeden.

Hoop en vertrouwen

Voor de Beatrixschool in de Haagse Schilderswijk is de inspiratiebron Maarten Luther, die 500 jaar geleden de aanzet gaf tot de Reformatie. Directeur Lineke de Jong illustreerde aan de hand van de Lutherroos hoe de hervormer de school ook vandaag inspireert om goed onderwijs te geven aan leerlingen die hun diverse religieuze achtergronden en hun sociale problematieken mee naar school nemen.

Het christelijk geloof vormt volgens De Jong uitdrukkelijk het hart van de Beatrixschool. Vanuit die basis wil de school haar leerlingen “hoop en vertrouwen” meegeven. De geborgenheid die daarvoor nodig is, ziet De Jong weerspiegeld in het bekende Lutherlied ‘Een vaste burcht is onze God’.

Reflectieve houding

Op het Stanislas College in Delft en omstreken putten ze met “creatieve trouw” uit de traditie van Ignatius van Loyola, stichter van de jezuïetenorde. Zijn spiritualiteit is zozeer “uit het leven gegrepen” dat die ook nu helpt bij “het aanleren van een reflectieve houding, waarbij je regelmatig tijd neemt om stil te staan bij je eigen ervaringen, bij dat wat jou beweegt, om te leren onderscheiden wat die ervaringen je te zeggen hebben”, zei docent godsdienst en identiteitscoördinator Ilse Dekker. “Iets wat niet vanzelfsprekend is in onze haastige samenleving en ons resultaatgerichte onderwijs.”

Dat brengen ze op het Stanislas College in de praktijk met allerlei bezinningsprogramma’s voor leerlingen, leraren en ouders. Daarbij is volgens Dekker essentieel om een “open taal” te gebruiken, “om de collega’s, leerlingen en ouders van nu – met al hun verschillende levensbeschouwelijke achtergronden – op een respectvolle manier uit te nodigen om wat meer de diepte in te gaan, daar tot eigen ervaringen te komen en daar dan weer eigen woorden aan te geven.”

Uitmuntendheid

De Vlaamse jezuïet en internetpastor Nikolaas Sintobin SJ had eerder al de aandacht gevestigd op een concept uit de pedagogische traditie van Ignatius dat wonderwel lijkt te passen bij de hedendaagse nadruk op excellentie: uitmuntendheid. Het Latijnse woord magis (meer, verder) dat Ignatius gebruikt is omstreden, erkende Sintobin. Het kan elitair, intellectualistisch en competitief overkomen.

Die aspecten speelden volgens Sintobin een rol in Ignatius’ eigen leven, maar uiteindelijk kwam hij tot de conclusie dat uitmuntendheid iets anders betekent. Het gaat niet er niet om beter te zijn dan een ander, maar om een unieke, persoonlijke weg van groei te gaan die voor iedereen openligt, ongeacht capaciteiten. Het heeft bovendien te maken met steeds meer het diepste verlangen te onderscheiden en te volgen dat in ieders hart ligt. En ten slotte is het niet gericht op het ego, maar juist op het ontwikkelen van dienstbaarheid: “méér beminnen, zich méér ten dienste stellen van, zich méér toevertrouwen aan”.

Leerlingen op christelijke scholen lezen beter

De Duitse pedagoge Annette Scheunpflug liet met behulp van de Duitse PISA-dataset zien dat de erfenis van de Reformatie, die het zelf lezen van de Bijbel centraal stelde, nog steeds zichtbaar is in significant betere resultaten op het gebied van lezen op christelijke scholen. Daarmee dragen deze scholen volgens haar ook meer bij aan het verkleinen van sociale verschillen.

Die erfenis toont zich ook in de houding en het gedrag dat leerlingen ontwikkelen. De bereidheid om anderen te helpen blijkt bij leerlingen van christelijke scholen iets meer ontwikkeld te zijn. Scheunpflug concludeert dat deze kleine maar significante verschillen laten zien dat religie, ondanks de secularisatie, nog steeds van invloed is op de ontwikkeling van de houding en het gedrag van jonge mensen.