U bent hier

Eerste Kamer akkoord met wetsvoorstel samenwerkingsschool

Identiteit
PO

Deze week ging ook de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel vereenvoudiging samenwerkingsschool. Een ruime meerderheid steunde de plannen van staatssecretaris Dekker om de getalscriteria te verruimen en het mogelijk te maken dat ook het openbaar onderwijs samenwerkingsscholen mag besturen. VVD, PvdA, 50PLUS, SP, D66 en PVV stemden voor het wetsvoorstel. SGP, CU, CDA, GL, PvdD en OSF stemden tegen.

Langdurig traject

Met het aannemen van het voorstel is een einde gekomen aan een wetgevingsproces dat ruim een jaar geduurd heeft. Daarbij heeft de behandeling in de Eerste Kamer net zo lang geduurd als de behandeling in de Tweede Kamer. 

De senatoren namen de tijd om zich uitgebreid te laten voorlichten door de Raad van State. Dit adviesorgaan van de regering had namelijk bij de indiening van het wetsvoorstel aangegeven dat het strijdig was met de Grondwet. Daarbij ging het om de verruiming van het zogenaamde continuïteitscriterium en de mogelijkheid om een samenwerkingsschool onder een openbaar bestuur te hangen. De Raad bleef bij zijn eerdere standpunt in zijn voorlichting van 22 maart jl.  

Welles-nietes

Staatssecretaris Dekker was het daar niet mee eens. Hij was van mening dat zijn voorstel keurig binnen de  marges van artikel 23 Grondwet bleef. 

Volgens senator Schalk (SGP) zijn we daarmee terecht gekomen in een soort welles-nietes, in een patstelling. Maar, zo sprak hij, “dit is wel de Eerste Kamer der Staten Generaal. Dit huis staat wel bekend als de hoeder van de Grondwet”.

Modern-day presidential communication

De discussie in de senaat spitste zich vooral toe op de bestuurlijke vormgeving. Het ruimere continuïteitscriterium leverde alleen bij CU en SGP problemen op. Deze fracties waren van mening dat daarmee de grenzen van de Grondwetsherziening uit 2006 worden overschreden. 

Meer fracties waren echter faliekant tegen de bestuurlijke vormgeving van de samenwerkingsschool. Senator Ruard Ganzevoort drukte dat als volgt uit: “De staatssecretaris noemt zijn benadering dan een moderne invulling van de Grondwet. Het deed me een beetje denken aan Trump, die schelden op Twitter vertaalt als modern-day presidential communication.” Daarnaast vindt hij dat Dekker een uitglijder maakt door bijzonder onderwijs te laten samenvallen met levensbeschouwelijk onderwijs, dat dan door een identiteitscommissie kan worden geborgd. 

Staatssecretaris Dekker legde in zijn beantwoording nogmaals uit waarom het wetsvoorstel naar de mening van de regering wel verantwoord is. De regering was, naar zijn zeggen, niet over een-nacht-ijs gegaan. Tegenover de adviezen van de Raad van State, het Nederlands Centrum voor Onderwijsrecht en de Onderwijsraad staan de adviezen van de door de regering zelf aangestuurde juristen van OCW en BZK. 

Moties 

In de tweede termijn gaven de senatoren aan waarom hun fracties wel of niet zouden instemmen met het wetsvoorstel. Daarbij diende Arda Gerkens (SP) een motie in om het ‘fundamentele maatschappelijke debat over de toekomstbestendigheid van de grondrechtelijke bescherming van de vrijheid van onderwijs te entameren’. Deze motie haalde het niet. 
De motie van Jan Anthonie Bruijn (VVD) haalde het wel. Hij vroeg aan de regering om ‘te bevorderen dat door de PO-Raad en de VO-raad gezamenlijk een handreiking wordt opgesteld die betrokkenen bij de vorming van de samenwerkingsschool kunnen gebruiken om op een zorgvuldige manier de vraagstukken met betrekking tot het bijzondere en openbare domein van de samenwerkingsschool statutair vast te leggen’. 

Identiteitscommissie

Aan een formele samenwerkingsschool is een identiteitscommissie verbonden, zo luidt het nieuwe artikel 17d lid 4. Deze wettelijk verplichte commissie heeft tot taak het openbare karakter en de bijzondere identiteit vorm te geven en te bewaken. 
De ervaringen met dit soort commissies zijn niet onverdeeld positief. Verus denkt dan ook dat door deze verplichting veel besturen terecht terughoudend zullen zijn om over te gaan tot een formele samenwerkingsschool. 
Daarnaast blijft Verus is van mening dat een samenwerkingsschool onder een bijzonder bestuur hoort omdat het bevoegd gezag van openbaar onderwijs gehouden is tot levensbeschouwelijke neutraliteit. Wij raden onze leden dan ook aan om formele samenwerkingsscholen uitsluitend tot stand te brengen onder samenwerkingsbesturen dan wel besturen voor bijzonder onderwijs. 

Overweegt u een formele of informele samenwerkingsschool te starten? De adviseurs van Verus denken graag met u mee om dit zo goed mogelijk vorm te geven. Neem daarvoor contact op met Dick den Bakker, ddenbakker@verus.nl of 06 23 63 38 49