Publicatiedatum: 23 februari 2022

Onlangs heeft de Hoge Raad zich gebogen over een dergelijke zaak. Het betrof een werknemer die werd verdacht van het plegen van een misdrijf (strafbaar feit) in de privésfeer, waarna hij in voorlopige hechtenis werd genomen. De werkgever besloot hierop de loonbetalingen te staken, nu werknemer door de voorlopige hechtenis geen werkzaamheden kon verrichten.

Uiteindelijk is werknemer veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar. De werknemer heeft aan de werkgever te kennen gegeven het ingestelde hoger beroep niet voort te zetten. De werkgever besloot vervolgens om de werknemer op staande voet te ontslaan omdat de aan de werknemer verweten handelwijze onaanvaardbaar was en dit onherroepelijk was komen vast te staan. Het vertrouwen was hierdoor onherstelbaar geschaad, meende de werkgever. Gelet hierop was de werkgever dan ook van mening dat niet van haar kon worden gevergd om het dienstverband voort te zetten. De werknemer was het hier niet mee eens en vorderde vernietiging van het ontslag op staande voet en daarnaast dat de loonbetaling weer werd voortgezet vanaf het moment dat de detentie was geëindigd. Toen was hij namelijk weer beschikbaar voor het verrichten van werkzaamheden.

Omstandigheden

Het was hier dan ook de vraag in hoeverre een detentie en het daaruit voortvloeiende werkverzuim van een werknemer voldoende zijn voor een ontslag op staande voet. Hierop is door het Hof geantwoord dat een en ander afhangt van alle omstandigheden van het geval. Zoals: valt de detentie de werknemer te verwijten, en heeft hij de werkgever hiervan zo spoedig mogelijk in kennis heeft gesteld. Het is in elk geval niet zo dat de enkele detentie voldoende is voor rechtsgeldig ontslag op staande voet.

Dat was ook het oordeel van de Hoge Raad. Het door de werknemer gepleegde delict heeft zich volledig in de privésfeer voltrokken en niet is gebleken dat het delict enige negatieve invloed heeft gehad op diens functioneren van werknemer. Ook heeft de werkgever geen directe schade geleden als gevolg van het delict. Het punt van werkgever over de ernst van het delict en de te verwachten onrust op de werkvloer bij terugkeer van de werknemer doet hier niets aan af.

Dit betekent dan ook in een dergelijk geval voorzichtigheid geboden is aan de zijde van de werkgever voor het geven van een rechtsgeldig ontslag op staande voet. Het enkele feit dat een werknemer is veroordeeld c.q. gedetineerd en dus niet in staat is om op de werkvloer te verschijnen, kan onder bepaalde omstandigheden onvoldoende zijn om een rechtsgeldig ontslag op staande voet te geven.

Gerelateerde berichten