U bent hier

Die keer ging het eens niet over werkdruk en salaris

Kwaliteit
PO | VO

Na de aanhoudende berichten over personeelstekorten, te lage salariëring, oplopend ziekteverzuim en hoge werkdruk, denkt de modale televisiekijker misschien dat leraren beklagenswaardig zijn. Maar dan gaat men toch echt voorbij aan het bijzondere werk dat de leraar heeft, schrijft Nico Dullemans van Verus. 

Marjolein Suiker, die lesgeeft op De Oostpoort, een katholieke Jenaplanschool in Delft, vat de aard van haar beroep kernachtig samen: “Ik ben geen ochtendmens, maar als ik onder de douche sta, denk ik, ja, ik heb zin. Buiten voel je de wind, de kinderen zijn enthousiast als zij mij zien aankomen. Zo ben ik heel erg met het leven bezig. De kinderen zijn geïnteresseerd, en ik leer van hen. Dat vind ik fijn. Zo kan ik het volhouden. Dan denk ik, werkdruk? Dat valt wel mee. Ik doe het voor de kinderen. Het is zo mooi dat ik met hen over kwesties kan praten, zoals over het milieu, over afval scheiden. De kinderen zijn daar heel erg mee bezig. Dat leidt tot geweldige spreekbeurten. Dat vind ik mooi.”

Het verhaal van Marjolein staat in het boek Leraar, hoe doe jij dat? Vakmanschap in beeld, samen met de verhalen van de collega’s: Ingeborg Terlien (dr. Rijk Kramerschool, Amsterdam), Haitske van de Sande (Christelijke Scholengemeenschap Walcheren, Vlissingen en Middelburg), Harry Blom (Sint Bernadetteschool, Zuidermeer), Ivo Pertijs (KSE, Etten-Leur), Esther van Poelgeest (De Arend, Nunspeet), Marjan Bosma (De Sprankel, Zwolle), Roelf-jan Schipper (Christelijke Scholengemeenschap Reggesteyn, Rijssen), Erik van der Knaap (Titus Brandsmaschool, Delft) en Trudy Kerkhof (DevelsteinCollege, Zwijndrecht). Een aantal van hen nam deel aan de workshop die naar aanleiding van het boek was georganiseerd en die onderdeel was van het programma van het Verus Event 2017, vorige maand in Spant! in Bussum.

Gegrepen door het onderwijs

Marjolein was er, samen met Trudy, Haitske, Roelf-jan en Harry. Een opvallend detail is dat behalve Harry allen in tweede instantie voor het onderwijs kozen. Marjolein bijvoorbeeld, maakte eerst carrière in het verzekeringswezen. Het is duidelijk dat zij gegrepen is door het onderwijs. 

Net zoals Trudy die in het voortgezet onderwijs werkt. Zij vertelt in het boek: “Ik ben zeker van plan door te gaan als leraar, ik vind het veel te leuk. Op school komt wel eens een functie vrij als teamleider, maar zo’n functie gaat toch vooral over regeltaken. Ik geniet van het lesmateriaal dat ik zelf gemaakt heb en dat de leerlingen daarmee aan het werk zijn.” Harry zegt: “Zelf ben ik in de klas altijd blij. Je moet plezier uitstralen, dat je zin in je vak hebt. Dat gaat bij mij automatisch. Ik gebruik veel humor, geef tijd om te ontspannen, om te lachen. En dan weer aan het werk. Ik leer ze die switch te maken.” 

Plezier en voldoening

Roelf-jan koos na de middelbare school voor de heao, maar gaandeweg zag hij in dat kantoorwerk hem niet zou liggen. Hij maakte de opleiding af en volgde de tweedegraads lerarenopleiding economie. Waarom ziet hij het onderwijs wel zitten? “Als vrijwilliger werk ik met jeugd, onder meer bij Soli Deo Gloria, een muziekvereniging bij mij in de buurt. Op de heao dacht ik: jeugd lijkt me wel wat. Vanwege de band die ik met tieners heb; zij nemen iets van mij aan.” Haitske, ten slotte, vertelt: “Ik ben enthousiast en gepassioneerd. In mijn vorige werkkring met toeristen, nu met leerlingen. Het geeft me heel veel plezier en voldoening. Bovendien heb ik nu de ruimte om mijn creativiteit en talenten in te zetten en mijn ambities waar te maken. In het onderwijs kun je het zo gek maken als je zelf wilt. Je kunt je er zelfs helemaal in verliezen!”

Tegenstrijdige opvattingen

Dit zijn opwekkende verhalen in een tijd dat het onderwijssysteem te kampen heeft met crisisverschijnselen. Taco Visser, die de workshop leidde en in het dagelijks leven scholen adviseert, vond dat deze verhalen uitnodigen tot een werkelijk gesprek, tot echt nadenken. Hij stelde daarbij drie vragen: 

  • Waartoe onderwijs? 
  • Hoe wordt het gegeven? 
  • Wat wordt er gegeven? 

Hij liet verschillende antwoorden, afkomstig uit de wetenschap en het beleid, de revue passeren. Meteen werd duidelijk dat er weinig overeenstemming bestaat. Zo bestaan over het leraarschap tegenstrijdige opvattingen. Het zou een gewoon beroep zijn; leraren zijn in de eerste plaats werknemers. Of juist niet: leraren hebben een roeping. Hun werk is bijzonder. In het boek zegt Ingeborg het zo: “De ontdekking dat ik iets kan met de mensen om mij heen, kinderen en collega’s, die mij bovendien waarderen – dat vind ik heerlijk. Voor die tijd zat ik op kantoor. Dat is zo iets anders.” Lesgeven is bijzonder, zoveel is duidelijk. 

Taco Visser, een theoloog die eerder leraar was op een middelbare school en ook verbonden is geweest aan een universiteit waar hij doceerde aan toekomstige leraren, bracht de voortdurende discussie over onderwijs terug tot een simpele driehoek, die wat hem betreft de bedoeling van het onderwijs uitdrukt: persoonsvorming, socialisatie en kwalificatie. Het is de jonge mens die geholpen wordt zich tot een eigen persoon te vormen. Dit geschiedt via het curriculum met zijn kwalificerende en socialiserende functies. Het is de leraar die bij iedere leerling een ingang probeert te vinden, waarna deze toegang tot het curriculum krijgt.

Niet uitvoeren maar overdragen

In het boek staat een inleidend hoofdstuk van professor Gert Biesta, die betrokken is bij de opleiding en nascholing van leraren in het basis-, voortgezet-, beroeps- en hoger onderwijs. Hij schrijft over het curriculum: “Dat moet niet uitgevoerd worden – omdat onderwijs dan een monoloog van de leraar zou blijven – maar moet, met een nauwkeurige term die een beetje uit de mode is geraakt, overgedragen worden. Het gaat erom dat het curriculum aankomt bij de leerling.” Hij wijst daarbij op Erik van der Knaap, een andere leraar uit het boek. Hij geeft gymnastiek. Biesta schrijft: “Erik wil niet alleen het curriculum overdragen maar ook zijn eigen passie om met sport bezig te zijn.”

In het boek geeft Gert Biesta zijn analyse van het vakmanschap van de leraar, een beschrijving die de instemming kreeg van de aanwezige leraren. Haitske, bijvoorbeeld, zag daar een erkenning van haar beroep in. Roelf-jan vond de vergelijking met musici treffend.
Hoe pakt dit mooie werk in de samenleving uit? Die vraag stelde Jan Bot. Hij begon zijn loopbaan als leraar, tegenwoordig bestuurt hij een grote groep scholen in de Kop van Noord-Holland. Jan verzorgde de foto’s in het boek en plaatste er onderschriften bij, waaronder deze: “Je leerlingen zelf aan het stuurwiel laten draaien. De docent die dat ‘waar’ maakt, blijft voor zijn leerlingen levenslang de richting aangeven.” 

Met het boek Leraar, hoe doe jij dat? Vakmanschap in beeld wil Verus het gesprek over goed onderwijs stimuleren. Tien leraren komen aan het woord en onderwijspedagoog Gert Biesta reflecteert op het beroep van de leraar. Leden van Verus kopen het boek met korting. 

Contact hierover? Mail Nico Dullemans