U bent hier

Deze maatregelen kunt u treffen bij wangedrag door ouders

Ouders
PO | VO | MBO

Bent u al eens geconfronteerd met een ouder of verzorger die zich bij herhaling verbaal of fysiek agressief of intimiderend opstelt? Of met iemand op een de wijze communiceert die de school in de uitoefening van de reguliere taken belemmerd? Dit soort gedragingen van ouders hebben een negatieve impact op de betrokken medewerkers en vormen om deze reden een verzuimrisico. Dit kunt u doen.

In dergelijke gevallen kunt u de ouder bijvoorbeeld de maatregel van een kort en tijdelijk school-/pleinverbod opleggen en in het uiterste geval kan de leerling vanwege het gedrag en/of de opstelling van ouders van school verwijderd worden. 
 
Wanneer u een bepaalde maatregel overweegt is het zeer van belang om te bekijken of gekozen kan worden voor een minder verstrekkende maatregel die effect kan hebben op het ongewenste gedrag. Daarnaast is het ook goed om u te realiseren dat van de leerkrachten, de school en het schoolbestuur ten opzichte van de ouders een hoge mate van tolerantie verwacht wordt. De medewerker moet soms een dikke huid hebben.
In dit verband wordt hierna ingegaan op twee recente adviezen van landelijke klachten-/geschillencommissies.
 

Bemoeienis ouder en berichten met een kwetsende inhoud

Het eerste advies betrof een verwijdering van school van een leerling, vanwege actieve bemoeienis van een moeder met een arbeidsrechtelijk conflict tussen een leraar - die in verband met een mediationtraject van werkzaamheden was ontheven - en de schoolleiding. 

De ouder verschafte zich onder schooltijd verschillende keren toegang tot de school om in de groep van de leraar die ontheven was van werkzaamheden, een briefje van de deze leraar voor te lezen. Vervolgens deelde zij, nadat de nieuwe leerkracht van de groep, de duo-leerkracht en de directeur het haar had verboden, het briefje via WhatsApp met de ouders van de leerlingen van de groep. 

Ook stuurde de moeder volgens de school meerdere anonieme e-mailberichten die op onderdelen kwetsend zijn voor de directeur en het bestuur aan de RvT en de MR. 
 
Het schoolbestuur stelde zich op het standpunt dat anonieme brieven aan deze organen evenals een artikel in een plaatselijke krant over problemen op school, onder andere gelet op bepaalde bewoordingen, aan de moeder toe te schrijven zijn. Het bestuur legde haar geen schoolpleinverbod op, omdat er onvoldoende sprake was van een bedreiging van de fysieke veiligheid, maar ook omdat het niet effectief werd geacht.
 
Mede vanwege het ontwrichtende gedrag van de moeder heeft de directeur om overplaatsing gezocht en is een leerkracht vertrokken.
 
De commissie oordeelde na de belangen van de partijen ook ten opzichte van het belang van de leerling afgewogen te hebben dat de feiten onvoldoende van gewicht waren om de leerling te kunnen verwijderen. De commissie zag ook wel dat de verstandhouding tussen de bestuurder en de moeder was beschadigd, maar vond dit niet doorslaggevend, omdat de bestuurder de werkzaamheden slechts tijdelijk had waargenomen voordat de nieuwe directeur aantrad en de bestuurder in de toekomst dan ook geen regulier contact meer zou hebben met de moeder over de schoolvorderingen van de leerling.
 
De commissie is van oordeel dat de maatregel van verwijdering niet proportioneel is en dat er minder verstrekkende alternatieven denkbaar waren, zoals het laten verlopen van de contacten via de vader, een (tijdelijk) contactverbod of een tijdelijk schoolpleinverbod voor de moeder. Van dit laatste verbod ging een symbolische werking uit. 
 

Publiekelijk negatief afschilderen van de leerkracht

Een tweede advies gaat over beschuldigingen van ouders richting een leerkracht, waarbij deze telkens met stemverheffing publiekelijk negatief werd afgeschilderd. De school achtte deze beschuldigingen dermate ernstig en ontwrichtend dat zij de ouders een schoolpleinverbod voor een halve dag oplegden. 
 
De commissie is van mening dat niet zozeer de integriteit van de leerkracht door de ouders in twijfel wordt getrokken als wel de professionaliteit. Het telkens negatief afschilderen van de aanpak van de leerkracht kan naar het oordeel van de commissie niet als ernstig en onheus bedrag bestempeld worden. Ouders hebben volgens de commissie het recht kritiek te leveren op leerkrachten en zij mogen hierover klagen.
 
De school had na het eerste schoolpleinverbod een tweede toegangsverbod (voor de duur van één dag) opgelegd toen de ouders bij de deur van de school een invaljuf ter verantwoording riepen. Dit incident was naar het oordeel van de commissie niet dermate grensoverschrijdend dat het een toegangsverbod rechtvaardigde. 
 

Belangenafweging voorafgaand aan het treffen van maatregelen

Van deze uitspraken leren we dat het zeer aan te bevelen is om voordat over wordt gegaan tot het opleggen van een maatregel vanwege wangedrag van de ouder, een zorgvuldige belangenafweging te maken en te onderzoeken of aan de hand van mogelijke alternatieven tot een oplossing gekomen kan worden. 
 
Wanneer ouders de inhoud van hun boodschap op een provocerende, manipulerende of cynische manier brengen en fatsoensnormen worden overschreden, wordt de opgelegde maatregel waarschijnlijk eerder proportioneel geacht door een klachten- of geschillencommissie dan wanneer ouders op een niet mis te verstane wijze kritiek van onderwijskundige of algemene aard geven, waarbij kwetsend taalgebruik wordt gehanteerd of waarbij een medewerker publiekelijk negatief wordt afgeschilderd. 
In dat laatste geval is er sprake van een grijs gebied van gedrag dat door de commissie al dan niet acceptabel wordt geacht. Uit de aangehaalde uitspraken volgt dat als het gedrag van de ouder in het grijze gebied valt, een hoge tolerantiegraad van de leerkrachten, de school en het schoolbestuur wordt verwacht, waarbij zij geacht worden een dikke huid te hebben.  
 

Kom goed beslagen ten ijs

Om in dergelijke situaties goed beslagen ten ijs te komen vormen duidelijk gestelde gedragsregels en fatsoensnormen, waarin vermeld is dat op een school op een respectvolle wijze met elkaar wordt omgegaan in de tekst van de schoolgids en een protocol de basis. Het is niet noodzakelijk om een protocol te hebben, maar het hebben van een protocol draagt wel bij aan duidelijkheid richting de ouders over concrete gedragsregels en de gevolgen bij overtreding hiervan. 
 
Dit zijn de mogelijke alternatieven die onderzocht dienen te worden voordat u grijpt naar het uiterste de middel van verwijdering van een leerling in verband met wangedrag van de ouders:
  • communicatief vaardig personeel inzetten in de contacten met complexe ouders
  • bemiddeling met ouders aangaan
  • schriftelijke waarschuwingen geven
  • een kort en tijdelijk school-/en pleinverbod opleggen (waarvan een symbolische waarde uit kan gaan) 
  • een kort, tijdelijk contactverbod met één van de ouders (waarbij de contacten met de andere ouder eventueel buiten de school om worden onderhouden)
 
Let er hierbij wel op dat bij het opleggen van een maatregel de formele procedure die in de wet, de schoolgids en eventueel het protocol beschreven is, op een juiste wijze doorlopen wordt.
 

Protocol

Voor time-out, schorsing en verwijdering van leerlingen moet de school beleid opstellen.
In ons modelprotocol vindt u niet alleen hoe u kunt omgaan met grensoverschrijdend of ontwrichtend gedrag van ouders, maar treft u ook voorbeeldbrieven aan.
 
Neem wanneer u overweegt om bij ongewenst gedrag een maatregel op te leggen, gerust contact met onze juridische helpdesk op T 0348 74 44 60 - helpdesk@verus.nl
 
Verus biedt ook bemiddeling tussen ouders en school  en de communicatietraining, Elkaar verstaan, aan. Neem wanneer u meer weten over de mogelijkheden contact op onze adviseur ouderbetrokkenheid, Monica Neomagus, T 0348 74 44 44 of mail naar bemiddeling@verus.nl.