Publicatiedatum: 10 februari 2022

Daar mag het bijzonder onderwijs wel eigen visies, gezichtspunten, waarden en overtuigingen aan toevoegen, maar ‘niet andersom,’ zoals herhaaldelijk in het advies wordt gezegd. Dat is vreemd, vindt Biesta. “Hierdoor ontstaat het beeld alsof een bepaalde groep de eigenaar van het common ground is, en dat er daarbuiten dan nog een laag met mensen is die ‘anders’ zijn.’’

Er is in principe niets mis met de juridische toon van het advies van de Onderwijsraad. Biesta benadrukt dat de raad helder aangeeft wat de wettelijke kaders zijn, waar heikele situaties zitten en wat de grenzen zijn. ‘’Natuurlijk moet iedereen in Nederland zich aan de wet houden, maar de vraag over onderwijsvrijheid is groter dan dat’’, stelt Biesta. De manier waarop de Onderwijsraad de democratie neerzet in het advies, roept bij de pedagoog vraagtekens op. ‘’Er ontstaat een beeld dat sommige mensen de baas zijn van het common ground, en daarbuiten vallen de mensen die anders denken of een levensbeschouwing hebben. Er wordt daarvan gezegd: daarvoor maken we ruimte. Dat is vreemd’’, zegt hij.

Want, volgens Biesta, bestaat een democratische rechtsstaat juist uit individuen en groepen met verschillende visies over wat goed leven is en die met elkaar proberen die pluraliteit in stand houden. ‘’Je bouwt niet eerst een democratische rechtsstaat op en kijkt daarna wie er gebruik van zou willen maken. Het begint bij de pluraliteit en de vraag wat we moeten doen om goed te kunnen samenleven als we die pluraliteit belangrijk vinden. Hier zit volgens mij het democratisch tekort van het advies. het is de wereld op zijn kop. Democratie gaat niet vooraf aan de pluraliteit; pluraliteit gaat juist vooraf aan de democratie.’’

Gedeelde zorg dragen

Het advies geeft de indruk dat degenen die waken over de democratie – en het is natuurlijk heel belangrijk dat er over de democratie gewaakt wordt – zelf neutraal zouden zijn, en dat het ‘anderen’ zijn die er een levensovertuiging op na zouden houden., Maar Biesta benadrukt dat niemand op een neutrale manier leeft. Ieder heeft zijn waarden die hij of zij belangrijk acht. En daarom wordt de democratie een gedeelde zorg. ‘‘Iedereen die een visie heeft op goed leven en het tegelijkertijd belangrijk vindt om ruimte te hebben voor die verschillende visies, moet gedeelde zorg dragen voor onze democratie. Er is niet een bepaalde groep die dat voor anderen uitmaakt of uit kan maken.’’

Dit heeft ook te maken met de manier waarop in het advies over de rechtvaardiging van de democratie wordt gesproken. Is de grondslag van de democratie gelegen in het feit dat er een meerderheid in de samenleving is die de democratische waarden ondersteunt? Volgens Biesta is dat een bijzonder kwetsbare manier om na te denken over de democratische rechtsstaat. ‘’Als je zegt dat de basis is dat een meerderheid van de samenleving die waarden aanhangt, dan zet je de deur op een kier voor het moment dat er een meerderheid is die zegt: we stoten die waarden af. Het is een zwakke manier om na te denken over de grondslag van de democratie. De democratische waarden zijn niet de voorkeur van een bepaalde meerderheid. Iedereen die ruimte claimt voor vrijheid, moet tegelijkertijd zorg dragen voor de condities waaronder samenleven in pluraliteit mogelijk is.''

Democratisch speelveld

Behalve hoe er tegen vrijheid van onderwijs wordt aangekeken, ziet Biesta hetzelfde denkpatroon terugkomen bij de aanscherping van de burgerschapsopdracht. ‘’De democratische waarden lijken hierbij in het bezit te zijn van een meerderheid, waar de inspectie dan de taak krijgt om de minderheid (lees: bijzondere scholen) erop te wijzen hoe ze zich moeten gedragen. Dat is erg onhandige insteek voor burgerschapsonderwijs. We moeten juist denken vanuit de vrijheid die we koesteren en de verantwoordelijkheid die met zijn allen hebben voor ons democratisch speelveld. Als je het op deze manier formuleert, heb je geen wij versus zij, maar een gedeelde zorg.’’

In het advies zit teveel een toon van ‘neutraal’ tegenover ‘bijzonder.’ Ik zou juist willen benadrukken dat onderwijsvrijheid te maken heeft met het recht op ruimte voor eigen visie, maar met dat recht komt ook de plicht om zorg te dragen voor de democratische ‘infrastructuur.’ ‘’We moeten veel meer inzien dat met dit recht een verantwoordelijkheid voor het grotere geheel komt. Veel groepen in de samenleving willen die verantwoordelijkheid graag dragen, maar de discussie wordt ongemakkelijk als die groepen worden neergezet als ‘anders.’ Dat blijft een wat onhandige manoeuvre in het advies van de raad.’’

Biesta pleit er voor om het gesprek over vrijheid van onderwijs gaande te houden en elkaar intellectueel scherp te houden. ‘’Wat zijn de keuzes die worden gemaakt, waar zitten de risico’s en is er een andere insteek mogelijk? Dat is de waarde van het publieke debat. En het is de taak van wetenschap en advies om de politiek te blijven voeden, vooral om te laten zien dat er andere manieren zijn om de relatie tussen onderwijsvrijheid, pluraliteit en de democratische rechtsstaat te begrijpen.’’

Gert Biesta schreef voor het tijdschrift Groen van de ChristenUnie een opinie over vrijheid van onderwijs en het democratisch tekort in het advies van de Onderwijsraad over artikel 23. Deze hele opinie kun je via deze link downloaden.

Daarnaast schreef Biesta eerder al een whitepaper voor Verus over hoe scholen in het complexe speelveld van de samenleving vorm kunnen geven aan burgerschapsvorming en hoe zij hun weg hierin kunnen vinden. In dit whitepaper biedt hij enkele handreikingen daartoe.

Gerelateerde berichten