U bent hier

D66-senator: ‘Heel veel bijzonder onderwijs is eigenlijk gewoon openbaar onderwijs’ - Is dat zo?

Identiteit
PO | VO | MBO | HBO | WO

“Wat ik zie, is dat heel veel bijzonder onderwijs eigenlijk gewoon openbaar onderwijs is, als je naar de inhoud kijkt.” Paul Schnabel (D66) zei dit vorige week in een debat in de Eerste Kamer over de samenwerkingsschool. Herkent het onderwijs zijn uitspraken? Verus maakte een rondje langs de velden.

Schnabel greep het debat over de samenwerkingsschool aan om zijn beeld van het bijzonder onderwijs nog wat gedetailleerder te schetsen: “Toen ik voor het Platform Onderwijs2032 door het hele land trok, viel mij op dat ik de behoefte aan een discussie over de identiteit alleen in de streng-christelijke sfeer nog sterk aantrof; verder heb ik daar niets meer over gehoord.” En: “Ik kom oorspronkelijk uit de katholieke wereld. Daar speelt dat (de identiteit van de school, red.) volgens mij helemaal niet meer, want er zijn helemaal geen jonge katholieken meer.”

Verus vroeg wat leden (katholiek, christelijk, in stad en dorp) of zij hetzelfde zien als Schnabel. 

Identiteit als gist

“Ik ervaar wel vaker dat mensen die zelf de link met identiteit hebben verloren, ook de antenne kwijt zijn geraakt voor wat identiteit in een school betekent. En het dus niet meer herkennen”, reageert rector Gijsbert van der Beek (Altena College in Sleewijk). “Vergelijk het met gist. Ik zie zelf identiteit als iets dat enerzijds te herkennen is aan een aantal uiterlijke kenmerken (dagopeningen, vieringen, godsdienstles) en anderzijds als iets dat als een gist alles doortrekt en richting en smaak geeft.” 

Ja, zegt Van der Beek, die uiterlijke kenmerken zijn op diverse christelijke scholen helaas minder geworden. ”Dus dat ziet een buitenstaander niet meer. Maar omdat men de antenne voor het andere kwijt is, denkt men dat het niets meer is.”

Deel van ons ‘waarom’

Eenzelfde reactie geeft Jan van der Poel (Algemeen directeur Federatie Veluwezoom en IJsselstreek): We zijn heel bewust bezig met onze identiteit. “Waar staan we voor en wat betekent dat voor de uitvoering? Eigenlijk heel simpel: het is een deel van ons ‘waarom’ en vandaar uit doen we het ‘wat’ en het ‘hoe’.”

Pieter Gilden (lid CvB Unicoz onderwijsgroep in Zoetermeer en omstreken) noemt Schnabels opmerking “een slecht onderbouwd gelegenheidsargument”. “Deze redenering kan je gelijk omzetten in een bewering andersom: is het niet zo dat veel onderdelen die we terugzien in alleen dus ook openbare basisscholen in Nederland, gevoed zijn door ons christelijk gedachtegoed, ook al wordt dat dan getypeerd als bijvoorbeeld humanistisch."

Het leidt tot iets anders

Dr. Toke Elshof (universitair docent aan de Tilburg School of Catholic Theology) onderzoekt ontwikkelingen binnen de religieuze opvoeding en het religieuze onderwijs en noemt de opmerkingen van de senator een ‘denkfout’. 
Allereerst besteden confessionele scholen integraal, in de klas, aandacht aan godsdienst(en) en levensbeschouwingen, terwijl dit bij openbare scholen een optie is. “Confessionele scholen voeren in de klas een gezamenlijk gesprek waarin meer perspectieven gedeeld kunnen worden. Precies dat ontbreekt in het openbaar onderwijs, dat slechts voorziet in onderwijs van en voor de eigen godsdienstige of levensbeschouwelijke club.” 
Dat is niet alleen niet hetzelfde, zegt Elshof, maar leidt ook tot iets anders. “Het confessionele onderwijs bereidt beter voor op een samenleving die multicultureel en multireligieus is: dat vereist het vermogen tot dialoog over vragen van godsdienst en levensbeschouwing.”

Kijk naar de mission statements van openbare en confessionele scholen en je ziet dat andere waarden worden nagestreefd, zegt Elshof. “En dat confessioneel onderwijs op inhoudelijke punten overeenkomsten vertoont met het openbaar onderwijs betekent niet dat de fundering, de inspiratie of de afgelegde route overeenkomstig is.”

Kom maar eens langs

Op het Ubbo Emmius in Stadskanaal moet Schnabel maar eens langskomen, reageert CvB-voorzitter Gerard van Vliet. Hier vind je een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking én zijn ze volop bezig geweest om nieuwe inhoud aan de identiteit te geven. 
“Daarbij reiken we vanuit de christelijke traditie vragen en antwoorden aan, met de bedoeling om op die manier de betekenis van levensbeschouwing duidelijk te maken. Het is niet meer als honderd jaar geleden waar de trits school, kerk en gezin een eenheid vormde.” 

Scholen zijn geen kerkgemeenschappen

Dát is volgens Pieter Gilden ook waar Schnabels opmerking over de jonge katholieken, die ‘helemaal niet meer’ zijn, mank gaat. Schnabel moet ervoor waken te redeneren vanuit kerkgemeenschappen. “Scholen zijn waardengemeenschappen.”

Leren over godsdienst op school

Elshofs onderzoek wijst uit dat veel ouders vinden dat katholieke scholen hun eigen katholiek-christelijke wortels wel wat meer in de verf mogen zetten. “Dat ze er thuis niet meer aan doen betekent niet dat de school er niks mee hoeft; maar omgekeerd. Ouders die zelf niet van rekenen of lezen houden, mogen toch ook verwachten dat de school hun kinderen daar wel wat in bijbrengt. 
Leren over de katholieke/christelijke godsdienst, en over ander religies vinden ouders nodig voor hun kinderen, en dat werkt door in de keuze voor katholiek onderwijs.”

Goed onderwijs vanuit identiteit

En Schnabels constatering dat de behoefte aan een discussie over de identiteit alleen in de streng-christelijke sfeer nog leeft? Die herkennen de identiteitsbegeleiders van Verus niet. Zij komen op allerlei katholieke en christelijke scholen die hun eigen, soms tegendraadse verhaal over goed onderwijs weten te vertellen en willen laten zien hoe zij zich daarin laten leiden door noties uit de christelijke traditie. 
Identiteitsbegeleider Guido de Bruin: “Dan gaat het niet meer over een ‘discussie over identiteit’ in exclusief levensbeschouwelijke zin maar over het gesprek over goed onderwijs en over de ruimte om daar op een eigen manier vorm aan te geven.”