Publicatiedatum: 8 december 2021

Toen De Kroevendonk zo’n twintig jaar geleden begon aan een inclusievere schoolomgeving, werd het woord inclusief onderwijs nog niet gebruikt. Met het toenmalige team werd hun huidige onderwijsvisie besproken, waaruit grofweg naar voren kwam dat alle kinderen uit de Roosendaalse wijk Langdonk hier terecht moeten kunnen en zichzelf moeten kunnen ontwikkelen. ‘’Als je verwacht dat kinderen in de samenleving ook daadwerkelijk samen leren leven, moet je ze in de schoolse periode niet apart zetten maar juist die brede diversiteit omarmen. Want als kinderen elkaar niet ontmoeten, leren ze ook niet omgaan met elkaar.’’

De overstap naar een inclusieve school is niet van de een op andere dag gemaakt. Dekker benadrukt dat het begint met een heldere visie hoe je als school aankijkt tegen de mens. Bij hen kwam dit ook vanuit de christelijke identiteit van de school. ‘’De mens is een prachtig wezen. Iedereen heeft talenten gekregen die we helpen ontwikkelen. Je kunt heel mooi in een statuut zetten dat je gelooft dat iedereen uniek is, maar je moet het wel vertalen naar de praktijk. We hebben het geloof en God, maar wij zijn de handen en voeten. Wij moeten hen helpen. Dat doe je niet door iedereen op te delen in hokjes en te zeggen: je hoort er niet bij. Het stuk naastenliefde en samen doen komt hierbij sterk naar voren.’’

Scholing

Het is volgens Dekker absoluut niet zo dat als je een sterke visie neerzet, dat er gelijk tientallen kinderen met een beperking binnenstromen. ‘’Het gaat op zo’n moment ook om het voortleven van onze inclusieve visie in de hoofden van je personeel en hen daarin te scholen. Wij hebben toentertijd gekozen voor mediërend leren, dat uitgaat van mogelijkheden in plaats van beperkingen. We hebben vanaf het begin gezegd dat we dit goed moeten borgen. Sinds de tijd dat het IKC hun visie ontwikkelde, is het aantal nieuwe onderwijsmedewerkers enorm gegroeid. Met veel nieuw personeel wordt de scholing inmiddels ook in groepen binnen de school gegeven.

Deze basis is volgens Dekker heel belangrijk. Daarna geeft hij aan dat je als schoolorganisatie gaat kijken naar wat je nodig hebt. ‘’We zijn erg gericht op professionals. Toen we merkten dat we extra handen nodig hadden, hebben we een onderwijsassistent aangenomen. Inmiddels loopt er een tiental onderwijsondersteuners rond. We merken namelijk dat het begeleiden van leerlingen niet slechts een taak is van één leerkracht, maar dat we dit gezamenlijk doen. Daarbij heb je gewoonweg verschillende expertises nodig. Denk aan een logopedist of orthopedagoog. Hiermee hopen we ons personeel ook te stimuleren bij elkaar binnen te lopen en van elkaar te leren.’’

Alleskenner

Een veelvoorkomende vraag die Dekker krijgt, is of je op voorhand alles moet weten? ‘’Nee, gelukkig niet. Daar zou je ook moe van worden’’, lacht hij. Hij geeft als voorbeeld dat er enkele jaren geleden bij een van hun leerlingen diabetes 1 werd vastgesteld. ‘’Dat is het moment waarop wij in actie kwamen. We haalden er een diabetesverpleegkundige bij in het team en er werd onder meer een medicijnkoelkast aangeschaft. We handelen op de momenten dat het nodig is. Je moet niet denken dat je eerst alles moet weten voordat je een stap naar inclusiever onderwijs zet. Het is iets wat je geleidelijk doet met het hele team’’, vertelt hij.

Als een kind met een beperking zich inschrijft bij de Kroevendonk wordt de inschrijving niet afgedaan met enkel een gesprek met Dekker zelf. ‘’We gaan zowel met ouders, als leerling en een intern begeleider in gesprek om zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Daarna wordt de behoefte van de leerling voorgelegd aan het hele team en gaan we samen kijken wat er nodig is om de schoolloopbaan van dit kind een succes te maken. We willen absoluut niet dat een leerling wordt toegelaten in groep 4 en vervolgens in groep 5 weer weg moet. Door alles vooraf met het hele team te bespreken, zorg je dat een kind veilig en wel bij ons kan blijven.’’

Talenten

Er is volgens Dekker veel onderzoek gedaan naar inclusief onderwijs en hoe positief dit werkt op alle kinderen. ‘’Dat zien we ook, op cognitief, sociaal en emotioneel gebied. Dit betekent niet dat hat makkelijk is, want kinderen met een gedragsstoornis zijn niet altijd even ‘aaibaar’. Maar we moeten daar ook mee om leren gaan. Een jaar of vijf geleden kwam Stichting Wij Samen met hun samen naar school-klas bij ons in het pand met 1 leerling. Inmiddels zijn dat er een stuk of 15. Dit zijn kinderen die ontheffing hebben van de leerplicht of waarbij het nog onduidelijk is welke kant het opgaat. Ook deze kinderen hebben recht op onderwijs. Hun begeleiders komen af en toe met hun kinderen langs bij de andere groepen. Daar leren ze omgaan met leeftijdsgenootjes. En je ziet daar mooie effecten van leerlingen die niet uitblinken in taal of rekenen, maar wel hun talent laten zien in de zorg voor andere kinderen.’’

Voor Dekker is het simpel: wij zijn een gewoon kindcentrum waar verschillende mensen uit verschillende disciplines werken en kinderen onderwijs en zorg krijgen die zij nodig hebben. ‘’We hebben veel diversiteit op school. Maar in de basis zijn we allemaal mens. Daar beginnen we mee en zo gaan we met elkaar om. We spreken spelregels af en ontwikkelen samen. Dat er per kind een verschil kan zitten in ontwikkeling, begrijpen we allemaal. Voor een kind met een zware beperking is tellen tot tien een fikse ontwikkeling, terwijl een ander leeftijdsgenootje al met breuken rekent.’’

Mogelijkheden

Daarmee doelt hij op dat je moet aansluiten bij de talenten en behoeften van een kind. ‘’Er is altijd een weg omhoog. Je kijkt niet tegen een plafond aan bij de ontwikkeling van een kind, je ziet de mogelijkheden er juist doorheen. Maar dan moet je wel écht willen kijken. In het onderwijs zijn we gewend om te denken vanuit de beperkingen van het systeem, maar we moeten verder kijken dan dat en ons daar niet door laten leiden.’’

Zo kijkt Dekker ook vol mogelijkheden naar de toekomst. Waaronder de bouw van hun nieuwe kindcentrum dat half 2023 af moet zijn. Met de architect, tevens een oud-leerling, is goed gekeken of de school toegankelijk is voor iedereen. ‘’Dat zijn praktische zaken, die misschien simpel lijken. Maar het is belangrijk dat iedereen, rolstoel of niet, veilig en wel door de school kan manoeuvreren. Ook heb je stilteplekken nodig en juist een plek waar rumoer mag. Zo hebben we in het nieuwe gebouw ook een gedeelte waar kinderen op adem kunnen komen als ze moeten ontprikkelen en is er extra aandacht geweest voor de akoestiek in de gym- en speellokalen.’’

Vertrouwen en ontwikkelen

‘’Je wilt dat kinderen, ongeacht hun beperking, zoveel mogelijk zelf in de school kunnen doen. In de basis gaat het ook om dat zij zich welkom en thuis voelen. Dat past ook bij ons vreedzame schoolbeleid. Aan het begin van de dag wordt ieder kind door het personeel welkom geheten en er gezegd: wat fijn dat je er bent. De kinderen worden gezien, en dat moet het gebouw ook uitstralen. Tuurlijk zijn er voor ons ook punten waarop we ons willen ontwikkelen in de toekomst, zoals de vreedzame school betrekken bij een vreedzame wijk, hoe we bijvoorbeeld meer kunnen aansluiten bij heel specifieke leerbehoeftes van kinderen en hoe we onze didactische vaardigheden blijven ontwikkelen om kinderen zo goed mogelijk te helpen. We blijven groeien en ontwikkelen. Ook als personeel. We geloven in ontwikkeling en daarbij stimuleren we de veerkracht. Leraren zijn erg gemotiveerd over hun vak en als zij na mogen denken over hoe we kinderen nog beter tot hun recht laten komen, dan hebben zij er ook plezier in. De veerkracht ontstaat dan vanzelf en wordt niet langer weggedrukt door de huidige bureaucratische gang van zaken. We leven in een verantwoordingsmaatschappij van wantrouwen. Maar we moeten terug naar het vertrouwen in de professional en in de ontwikkelkracht van een kind.’’

Gerelateerde berichten