Publicatiedatum: 24 november 2022

Verder schrijft Wiersma over verplichte ondersteuning (ook als je die niet denkt nodig te hebben), extra risico-onderzoeken, wettelijk vastgelegde kwaliteitsvereisten voor bestuurders, geen ‘vrijblijvende aanboddoelen’, maar ‘beheersingsdoelen met specificatie van de leeropbrengst’, verplichte deelname aan (inter)nationale peilingsonderzoeken, verplicht gebruik van erkende leerlingvolgsystemen, uitbreiding van de onderzoeken sociale veiligheid, uitbreiding van de (verplichte) internationale peilingsonderzoeken met onder andere ‘burgerschap’ en ‘het jonge kind’.

In Nederland spraken we lange tijd over ‘Vadertje Staat’, om zo stem te geven aan de waardering voor de zorgende en beschermende rol die de overheid op zich genomen had. Minister Wiersma tapt uit een ander vaatje. ‘Strafwerk’ zei VO-Raad-voorzitter Henk Hagoort deze week. We kunnen het ons niet meer voorstellen, maar er is een tijd geweest dat al deze instrumenten, maatregelen en verplichtingen er allemaal niet waren, en het Nederlandse onderwijs -ondanks of dankzij- duurzaam topprestaties leverde. We kunnen niet naar die tijd terug, en we moeten het ook niet willen, maar het geeft te denken.

Nee, het pedagogisch repertoire van ‘vader’ Wiersma lijkt nogal beperkt te zijn. En waar hij besturen, scholen en leraren zegt te (willen) helpen, is een zeker paternalisme niet ver weg.

Pedagogische relatie

Basisvaardigheden zijn heel belangrijk, dagelijkse aandacht voor hoge kwaliteit moet vanzelfsprekend zijn. Daarbij is een goede didactiek een belangrijk hulpmiddel, maar beslissend is de pedagogische relatie. Is deze meester ook míjn meester? De juf is heel deskundig, maar vertrouw ik haar ook? De leraar is streng en rechtvaardig, maar kan ik merken dat hij ook een beetje van ons houdt? De lerares haalt goede resultaten, maar ként ze me ook, en weet ze te appelleren aan mijn betere ik? Alleen in een dergelijk rijke en geschakeerde verstandhouding willen leerlingen werken. Ze voelen zich gekend en kunnen hun eigen antwoord ontdekken op het waarom en waartoe van hun inspanningen.

De gereedschapskist van minister Wiersma lijkt vooral veel hamers te bevatten. Waarom ook niet de loep gebruikt, om samen te ontdekken waar het wringt? Weten we eigenlijk wel waarom bijvoorbeeld ‘diep lezen’ een probleem geworden is? Als politici stemmen proberen te winnen met oneliners, als talkshows alleen maar vluchtig over problemen (heen) praten, als het dagelijks leven vol zit met prikkels voor korte termijn-genot, als app- en twitterberichten de rustige beschouwing hebben verdrongen, welk voorbeeld geven we dan? Weten we eigenlijk wel wat we van leerlingen vragen? En waarom ook niet de verrekijker van de verbeelding gebruikt? We lopen op elk domein van het maatschappelijk leven aan tegen de grenzen van onze drift tot beheersing, exploitatie en controle. Maar op het terrein van het onderwijs hollen we -blijkbaar- door. Waarom ook daar niet onthaasten om wat verder te kijken dan onze neus lang is? Welke wereld dragen wij over aan de volgende generatie? Zouden leerlingen niet in beweging willen komen als wij hen uitnodigen om het beter te doen dan wij het gedaan hebben?

Mijn minister van onderwijs

Toen Thorbecke zijn grootse werk verrichtte met de Grondwet van 1848, had hij daarvoor één heel belangrijk motief. Hij wilde vooral de zogenaamde volkskracht mobiliseren. Alle krachten in de samenleving waren nodig om Nederland bij de tijd te brengen en te moderniseren. Nederland was in slaap gesukkeld, dreigde internationaal de boot te missen, mede omdat alle problemen -groot en klein- op het bordje van de koning terecht kwamen. De vrijheden die hij in de Grondwet vastlegde, waren bedoeld om de burger te beschermen én om een beroep te doen op zijn ondernemingsgeest, verantwoordelijkheidsbesef en burgerzin. Ook nu staat Nederland voor een dergelijk grote omslag.

Ik wil minister Wiersma graag ervaren als míjn minister van onderwijs. Misschien kan hij inspiratie opdoen aan het pedagogisch-staatkundig besef van de grote liberaal Thorbecke.


Anders kijken naar het masterplan

Focus op de versterking van taal, lezen en rekenen: dat is wat minister Dennis Wiersma met het masterplan basisvaardigheden hoopt te bereiken. Voor de herfstvakantie verscheen een eerste rapportage over dit masterplan. Verus wil met zijn campagne ‘Anders kijken naar het masterplan’ graag constructief-kritisch meedenken over dit plan, maar onderstreept dat goed onderwijs zoveel meer is dan kwalificatie en socialisatie.

Wij nodigen de minister en het onderwijsveld uit om met elkaar in gesprek te gaan over waartoe we dit allemaal doen. Zo willen wij een ander, positief geluid laten horen over waar het volgens ons in het onderwijs écht om draait. Wil je onze campagne over het masterplan blijven volgen? Of wil je deelnemen aan het gesprek over het waartoe?

Gerelateerde berichten