Publicatiedatum: 9 juni 2021

Het ministerie van OCW heeft 8,5 miljard euro beschikbaar gesteld voor ‘interventies die in internationaal onderzoek effectief zijn gebleken’ en die in Nederland ‘kansrijk (zijn) bij de aanpak van coronavertragingen.’ Dit Nationaal Programma Onderwijs vraagt van schoolleiders, bestuurders en docenten een weloverwogen keuze voor prioritering van onderwijsontwikkelingen en speerpunten.

Onze adviseurs van Verus hebben al veel verschillende gesprekken gevoerd over deze keuze. En niet zelden komen daar dilemma’s en onzekerheden bij aan de orde. Maar in veel gevallen denken onze gesprekspartners ook in kansen. Er zijn veel ‘interventies’ mogelijk om het onderwijs van een welkome stimulans te voorzien. Al zou het maar een klein begin zijn.

Veel te kiezen

Wie op de site van OCW een kijkje neemt, ziet een veelheid aan mogelijkheden om de euro’s goed en gericht te besteden. Het programma richt zich op de brede ontwikkeling van kinderen en jongeren: hun cognitieve en beroepsgerichte ontwikkeling, hun sociale en persoonlijke ontwikkeling en hun mentale welbevinden. Cultuureducatie, digitale technologie, klassenverkleining, sportieve activiteiten? Er is veel te doen, er is veel te kiezen.

Verus brengt steeds het pedagogisch perspectief in en benadrukt dit perspectief als tegenwicht tegen een visie op onderwijs dat louter gericht is op doelmatigheid en effectiviteit. Concreet vragen we dus aan overheid, curriculumontwerpers en schoolvertegenwoordigers om rekening te houden met persoonsvorming en sociale vorming van leerlingen. Voor ons is dát goed onderwijs dat de leerling centraal stelt. We zijn daarom ook blij dat één van de interventies inzet op ‘het welbevinden en de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen’. Een directe lijn met de persoonsvorming en sociale vorming is hierin herkenbaar.

‘Voor ons voelde het niet alleen alsof onze vrienden opgesloten waren. Het was zelfs alsof ze niet meer leefden. Want wat is leven als je niet meer kan knuffelen, niet meer samen feest kan vieren, niet meer bij elkaar kan logeren? Het leven was uit Zellum weggetrokken.’’

Zingevingsvragen

Toch zijn we er niet met ‘welbevinden en de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen’ alleen, hoe ongelooflijk belangrijk ook. Binnen deze persoonsvorming en sociale vorming moet er namelijk alle aandacht zijn voor de zingevingsvragen, de levensbeschouwelijke vragen van leerlingen. En juist die ontbreken in de intenties van de overheid. Factoren ‘die eraan bijdragen dat mensen zich goed voelen’ zijn voor een heel groot deel, maar toch niet uitsluitend de volgende: ‘mentaal, emotioneel, gedragsmatig, lichamelijk, sociaal’. Ook zingeving en levensbeschouwing zijn een factor van formaat in een crisis van formaat.


De beide citaten over de stad Zellum komen uit een verhaal dat speciaal voor kinderen in coronatijd is geschreven. Hierin blijkt al hoe ingrijpend een tijd van afstand, angst en ziekte voor kinderen kan zijn: ‘wat is leven als je niet meer kan knuffelen, niet meer samen feest kan vieren, niet meer bij elkaar kan logeren?’ Als fundamenteel onderdeel van het welbevinden van leerlingen moet er aandacht zijn voor hun existentiële gedachten, hun geloof en ongeloof, hun angst en vertrouwen. De coronaperiode deed en doet onmiskenbaar veel met de fundamenten van bestaan. Voor iedereen, en zeker ook voor jonge mensen. Daar moet alle aandacht voor zijn binnen de persoonsvorming en de sociale vorming in het Nationaal Programma Onderwijs.

Leerkrachten, docenten, stel hen die vragen naar zin en onzin, leven en dood, nodig hen uit elkaar die vragen te stellen. Wees nieuwsgierig naar hun antwoorden. Breng hen in aanraking met verhalen van anderen, buiten de klas. Toon en vertel hen ook verhalen uit vroegere tijden, uit recentere dagen, uit beeldende kunst en literatuur: zij geven hen de mogelijkheid zich te identificeren met, of juist afstand te nemen van mensen die ook leven in het midden van onzekerheid en moeite moeten doen hoop te houden.

Gerelateerde berichten