Hoe fraude op scholen in de hand wordt gewerkt

Even maar stonden wij stil bij het nieuws over sjoemelende leraren op een Rotterdamse mbo-school en hoorden de reactie van de schoolbestuurder en de staatssecretaris aan. Een incident, zo zal de veronderstelling van velen zijn geweest. Strafmaatregelen, een nieuwe wettelijke regel desnoods en klaar is kees. Maar zo is het niet.

Toen ik erover hoorde dacht ik meteen aan het schandaal drie jaar geleden op een school in de buurt van Atlanta, waarover een gedetailleerd verslag verscheen in een Amerikaans blad. Wrong answer. In an era of high-stakes testing, a struggling school made a shocking choice, stond erboven. Een gereputeerde wiskundeleraar had er voor gezorgd dat de toetsvragen vooraf bekend waren, achteraf voerde hij nog correcties door. Het gebeurde allemaal onder de indirecte aanwijzing van de directeur, die zich op zijn beurt geprest voelde door de schoolbestuurster. Die had gedreigd de school te zullen sluiten als de prestaties niet drastisch omhoog zouden gaan. Toen de resultaten op school spectaculair toenamen, werd zij gewaarschuwd tegen fraude en een klokkenluider schreef een brief. Beide signalen werden genegeerd. Uiteindelijk greep de overheid in en werd een rechtszaak in gang gezet tegen tientallen bureaumedewerkers en leraren, want zover had de fraude kunnen doorwoekeren.

Niet toevallig stond er vorige week in een Engelse krant een paginagroot artikel over de heksenkring waarin de Engelse lagere en middelbare scholen terecht zijn gekomen. Het is de overheid daar die maatstaven heeft opgelegd, waar de scholen koste wat het kost aan willen voldoen. Niet leveren betekent namelijk een ingreep van de inspectie of schoolcommissarissen, hetgeen consequenties kan hebben voor de loopbaan van schoolleiders en andere senior stafmensen, aldus die krant.

Intussen vertrouwen de middelbare scholen de toetsresultaten van de lagere scholen niet meer. Dit gaat zowel over de uitslagen als de kwaliteit van de toetsen. Maar een leraar zegt daarover in de krant: “Het is niet redelijk om te verwachten dat leraren een integer oordeel vellen over zaken waarvoor zij aan de schandpaal kunnen worden genageld.”

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de scholen in de Angelsaksische landen de duimschroeven aangelegd. Maatstaven werden ingevoerd, dat wil zeggen: gemiddelde resultaten die ‘verwacht’ mogen worden, gegeven de onderwijssoort en het type leerlingen. De aanleiding was de twijfel die ontstond over de kwaliteit, maar ook werd in die tijd bedacht dat kwaliteit zou toenemen als scholen onderling de concurrentie aangaan. Maatstafconcurrentie heet dit in kringen van bestuurskundigen. Het is de ideologie van governance by indicators.

Ondanks waarschuwingen in kranten en wetenschappelijke publicaties voor misstanden waartoe maatstafconcurrentie kan leiden, zijn de overheden in die landen vastbesloten dit pad naar betere prestaties verder te volgen. Systemen worden scherper afgesteld, bijvoorbeeld door de invoering van prestatiebeloning van leraren.

Ook in ons land wordt deze ideologie beleden, zij het dat ons parlement daar aarzelingen bij heeft. Kamerleden zijn verdeeld. Sommigen zijn ronduit voor, anderen tegen, weer anderen wankelmoedig. Maar de Eindtoets in het basisonderwijs is ingevoerd, referentieniveaus in de wet vastgelegd en het mbo kent de zogenoemde cascadebekostiging, die bedoeld is de student zo snel mogelijk aan een diploma te helpen. Allemaal maatstaven die scholen op verkeerde gedachten kunnen brengen. Of de onderwijsinspectie, die in De Staat van het Onderwijs een ‘gemiddelde schoolscore’ gebruikt om scholen te kunnen vergelijken, terwijl Cito daar juist tegen waarschuwt. In een notitie van Cito van maart 2013 staat: “Is de gemiddelde schoolscore op de Citotoets geschikt als maat voor de kwaliteit van het onderwijs? Het antwoord hierop volgens Cito is overduidelijk ‘nee’.”

De Kamerleden moeten dit stoppen. 

Reacties

Door J.van der Linden (niet gecontroleerd) op

Terechte zorg over effect van te dominante prestatiecultuur.
Daar waar vooral het bovengemiddelde telt , wordt 50 % tekort gedaan.
De effecten op de persoonlijkheid van leerlingen en leerkrachten die in zo'n cultuur ontwikkelen kunnen vermoedelijk zichtbaar worden in depressiviteit , kwetsbare eigenwaarde , burn-out, en meer effecten die de positieve ontwikkeling van talenten, creativiteit, compassie , verstoren.

Wat een geluk dat Verus er is en alert reageert op ongewenste ,schijnbaar noodzakelijke , maatregelen van overheidswege.

Drs J. van der Linden, psycholoog

Nieuwe reactie inzenden