De leerling centraal in het onderwijs?

Identiteitsadviseur Nico Dullemans - Het woord ‘personaliseren’ is het nieuwe toverwoord van onderwijsvernieuwers. Het betekent dat de persoon van de leerling het vertrekpunt van de organisatie van onderwijs en leren is. Maar twee Belgische wetenschappers waarschuwen daartegen. Zij verwachten dat de eigen, onderwijspedagogische plaats die de school in de samenleving heeft, een lanceerplaats dreigt te worden van inzetbare, maar gebrekkig gevormde jonge mensen.    

Deze twee onderzoekers zijn Maarten Simons en Jan Masschelein, beiden verbonden aan de KU Leuven. In het najaar verscheen van hen De leerling centraal in het onderwijs? Grenzen van personalisering, een klein, handzaam en toegankelijk boek waarin wordt uitgelegd waarom de school lijkt te worden veranderd in een leeromgeving, een nieuwe organisatie van onderwijs en leren. Wat daarmee op het spel komt te staan, is de eigen, pedagogische plaats van de school.

Drie luiken

Laten we daarom eerst eens stilstaan bij die eigen plaats die de school in de samenleving heeft, haar maatschappelijke taak, die onderwijspedagogisch is, zoals dat heet. Dit als eerste luik. Het tweede luik, dat volgende week in onze nieuwsbrief zal verschijnen, is bedoeld om zicht te bieden op de transformatie van de school die wordt voorgestaan. Uit welke motieven wordt geprobeerd haar om te vormen tot een ‘leeromgeving’? Ten slotte het derde luik, dat vlak voor Kerstmis zal verschijnen. Dat is bestemd voor een kritische toetsing van deze omvorming, ingegeven door die onderwijspedagogische taak van de school.      

De eigenaardigheid van de school 

De school is géén tweede opvoedingsmilieu en ook gaat het op school níet om een voorbereiding op het volwaardig meedoen in de samenleving. School bewaart afstand tot het gezin en ook is de school geen verlengstuk van de maatschappij. Op school gaat het om iets dat met haar eigen aard te maken heeft. Simons en Masschelein wijzen drie uitgangspunten aan, die de werking van de school weergeven, namelijk ‘vrijheid’, ‘gelijkheid’ en ‘vorming’. 

Vrijheid

Denk bij ‘vrijheid’ in dit verband niet aan politieke vrijheid, juridische vrijheid, vrijheid om te ondernemen of keuzevrijheid. Het gaat hier om pedagogische vrijheid. Dit betekent: de ruimte die jongeren hebben om buiten de productieve orde te blijven. Vrij zijn van werk, met andere woorden.  Deze vrijheid is bedoeld voor studie en oefening. Waarom is dit zo belangrijk? 
Jonge mensen zijn niet voorbestemd, maar moeten ruimhartig de kans krijgen zelf een bestemming te zoeken. Dat is de pedagogische gedachte erachter. Anders gezegd, het is niet het ouderlijk milieu, hun (natuurlijke) aanleg of een maatschappelijke orde die hen op voorhand in bepaalde richtingen sturen. De school biedt hen als het ware een vrijplaats aan. 

Gelijkheid

Het tweede uitgangspunt is ‘gelijkheid’ en heeft met die vrijheid te maken. Als de gedachte is dat we jonge mensen niet moeten voorbestemmen, dan is het logisch dat dit voor iedere jongere geldt. Iedereen moet dan de vrijheid genieten om eerst te studeren en te oefenen. Iedereen is een leerling!

Vorming

Het derde uitgangspunt is ‘vorming’. Deze heeft twee kanten. De ene zijde laat de leerling zien die zichzelf een vorm geeft aan de hand van de aangeboden inhouden, het curriculum. Op de andere zijde zien we de leerling, die aan het onderhoud van de eigen vorm werkt. De leerling werkt aan de eigen basisconditie. Dit om voorbereid te zijn om de volgende stappen te wagen.

Inderdaad: ‘wagen’, want niets is zeker. De school kan niet garanderen dat de leerling tot grote hoogte zal stijgen; de leerling zelf trouwens ook niet. Op school gaat het er om dat de leerlingen zich leren te verhouden tot de wereldse zaken, tot hun omgeving, tot wat hen beïnvloedt of wat hen bepaalt. Dat leren zij door deel te nemen, maar tegelijk ook door afstand te bewaren. Daarom is deze vorming persoonlijk. De vorm ligt dus niet bij voorbaat vast. Het gaat niet om een of ander geïdealiseerd beeld van de ‘gevormde mens’.

Een kritische plaats 

Als we met deze pedagogische blik naar de school kijken, dan begrijpen we dat school een vrijplaats is, of beter: een kritische ruimte. Simons en Masschelein wijzen op de Duits-Amerikaanse filosoof Hannah Arendt (1906-1975), die de school ziet als een plaats waar de komende generatie zich kan ervaren als een nieuwe generatie. De volgende lichting jonge mensen, die met de wereld misschien wel nieuwe wegen in wil slaan. Steeds kan de bestaande maatschappelijke orde ter discussie staan.

Zo bezien is het de vraag niet wat de school kan betekenen voor gezin en maatschappij. Het is andersom: wat kunnen gezin en maatschappij voor de school betekenen?   
Maar aan die vraag komen wij tegenwoordig niet toe. Er is, ook internationaal, een brede beweging gaande die school doet veranderen in een dienstverlener. Niks eigen plaats. Daarover gaat het tweede luik – volgende week.

Wilt u hierover met mij doorpraten? Mail naar ndullemans@verus.nl.  

Reacties

Door Theo Hanssen (niet gecontroleerd) op

Beste Nico,
Met veel interesse heb ik je blog gelezen en ben benieuwd naar het vervolg van het drieluik. Met name je stelling dat de school er niet is voor het gezin en de maatschappij maar juist omgekeerd is een uitspraak die veel mensen aan het denken zal/moet zetten.

Groeten, Theo Hanssen

Nieuwe reactie inzenden