U bent hier

Geef onderwijs de kans om sociaal beleid te voeren

Een te snelle integratie van passend onderwijs met jeugdzorg werkt averechts. Samengaan heeft tijd nodig.

In de laatste voortgangsrapportage passend onderwijs (van 5 juli jl. 2017) lijkt gepleit te worden voor een snelle integratie van extra onderwijsondersteuning met maatschappelijke zorg. Er wordt aangestuurd op één regievoerder voor de zogeheten ‘dubbel bijzonder’ problematiek: kinderen met leer- en gedragsproblemen die afhankelijk zijn van zowel passend onderwijs als maatschappelijke zorg vanuit de gemeente.  
 
Maar er zijn een aantal enorme hobbels in de weg:
  • De huidige samenwerking tussen jeugdzorg en onderwijs is verre van ideaal en de voortrekkersrol van de gemeente hierbij voorlopig onzeker. 
  • Door het gebrekkig nakomen van afspraken in het leveren van maatschappelijke ondersteuning aan leerling en gezin door jeugdzorg, wordt het soms onmogelijk voor de school een kind op school te handhaven als het bijvoorbeeld vaak afwezig is of niet normaal te eten krijgt. Uiteindelijk kan thuiszitten het gevolg zijn. 
  • Het ontbreekt aan gemeentelijke richtlijnen voor ouders over de bedoeling van de inzet van het persoonlijk budget. 
 
De voortgangsrapportage noemt passend onderwijs ‘werk-in-uitvoering’. Dit geldt zeker in combinatie met de gelijktijdige invoering van de transities van de jeugdzorg. Een te snelle integratie van passende onderwijszorg met maatschappelijke zorg kan sterk averechts werken. Bij de uitvoering van maatschappelijke voorzieningen moeten in veel gemeenten nog definitieve keuzes gemaakt worden: wel of niet extra zorg bij externe instelling onderbrengen, waar wordt met andere gemeenten een gezamenlijke voorziening getroffen en waar houdt de steun aan een kind op in de school of aan de voordeur van school?
 

Met één regie dreigt de gezamenlijke verantwoording 

De overheid wil in toenemende mate verantwoording op basis van gelijke en kenmerkende verantwoordingscodes. Wonderlijk als we ons bedenken dat scholen toenemend op eigen keuzes beoordeeld worden door de onderwijsinspectie. Nu dreigt onderwijs afhankelijk te worden van het beleid van een andere overheid: de gemeenten. 
 

Niet de verantwoording, maar zorg moet centraal staan

Ik voorspel u nu al: dat levert geheel verkeerde prikkels. Door uniforme codes kan calculerend gedrag ontstaan. Scholen en het samenwerkingsverband en evengoed de gemeenten voor jeugdzorg gaan hun beleid dan vooral richten op de verantwoordingseisen. Gezamenlijke verplichte regievoering vereist een plan van gezamenlijke aanpak en verantwoording. 
 
Dit dwingend karakter van bovenaf staat haaks op het laten ontstaan van een goede relatie en samenwerking vanuit de werkvloer. Goed gezamenlijk beleid is de optelsom van een onderwijs- en begeleidingsplan voor een ‘dubbel bijzonder’ kind dat in goed overleg opgesteld wordt, bij voorkeur door de direct betrokken specialisten zelf. Niet de verantwoording dient centraal te staan maar passende of sociale zorg voor elk kind.
 

Een nieuwe kijk op gezamenlijk sociaal beleid met gemeenten

Zorgbeleid hoort te worden vormgegeven vanuit de aandacht die de leraar nodig heeft om de zorgleerling de beste kansen te geven. Daarvoor moeten besturen verschillende geldstromen - achterstandsgelden, middelen voor passend onderwijs etcetera- kunnen inzetten daar waar de leraar die extra aandacht verlangt voor zijn leerling. 
 
Om werkelijk gelijke kansen te geven moet het in eerste instantie niet uitmaken welke geldstroom de benodigde middelen levert. Zet daarvoor geen regievoerder neer, maar geef schoolbesturen ruimte om, met goede verantwoording over hun eigen beleid, hun middelen te gebruiken. Zó kunnen scholen werk maken van gelijke kansen- of beter nog: sociaal beleid. 
 
Voor meedenken en ideeën stuur een mail aan Freek Pardoel - fpardoel@verus.nl 

Nieuwe reactie inzenden