Publicatiedatum: 17 juni 2020

Metaforen om deze ongekende crisis te duiden, zijn niet van de lucht. Mij valt het Bijbelse beeld van de woestijn in. In deze woestijntijd ervaren we dat we, op school en thuis, zekerheden en vaste manieren moeten loslaten. Is het mogelijk om daarin, zoals het volk Israël op zijn tocht door de woestijn, ook iets van bevrijding te zien?

Het Bijbelboek Exodus vertelt hoe het volk Israël, na bevrijd te zijn uit de slavernij in Egypte, een lange tocht door de woestijn moest maken in de richting van het beloofde land. Het is wellicht wat kras om de pre-coronatijd in het onderwijs als slavernij te duiden, maar op de scholen realiseren velen zich nu des te meer hoezeer hun werk werd gedicteerd door methoden en protocollen, leerdoelen, eindtermen en toets- en examenresultaten. En merken ze hoe lastig het is om zich nu niet te laten leiden door angst voor leerachterstanden en inhaalstress.

Des te opmerkelijker is het dat scholen er in deze tussentijd in de woestijn in geslaagd zijn om zulke ‘zekerheden’ te relativeren en het onderwijs opnieuw gestalte te geven met wat nu mogelijk en voorhanden is. Het exodusverhaal wijst erop dat het noodgedwongen afzien van allerlei vanzelfsprekendheden ons vrij kan maken om ons te richten op de vraag waar het ook alweer allemaal om begonnen was.

Het goede (samen)leven voor allen

Dat dat niet vanzelf gaat, maakt het exodusverhaal óók duidelijk. Ongeveer een derde ervan bestaat uit een minutieuze beschrijving van de bouw van de tabernakel. Dat was een verplaatsbaar heiligdom in de vorm van een grote tent die werd opgezet rond een kist met de verbondstekst, de bezegeling van het wederzijdse verbond tussen God en zijn volk, gericht op het goede leven voor allen. Alle Israëlieten werden opgeroepen om daaraan vrijwillig iets bij te dragen: van goud, zilver, koper tot stoffen, huiden en boomstammen.
De Britse rabbijn Jonathan Sacks ziet de bouw van de tabernakel als model voor een diverse samenleving. Zo’n gemeenschap komt tot stand doordat mensen met al hun verschillen vrijwillig een bijdrage leveren aan een gezamenlijk huis. Het is daarbij essentieel dat

  • ieder zijn bijdrage vrijwillig geeft, ofwel “gedreven door zijn hart” (Exodus 35:5);
  • ieders bijdrage als even waardevol wordt gezien;
  • ieder zich realiseert waar het gezamenlijke project op gericht is: het goede (samen)leven voor allen.

Gezamenlijk onderwijshuis

De schoolgemeenschap is ook zo’n diverse samenleving en daarmee voor de leerlingen ook een oefenplaats voor hun functioneren in de maatschappij. Leraren, IB’ers, onderwijsondersteuners, schoolleiders, bestuurders en – niet te vergeten – ouders, leerlingen en studenten hebben in de afgelopen tijd hard gewerkt om die onderwijsgemeenschap op nieuwe, voorlopige manieren vorm te geven. Wat zou het mooi zijn als we op basis daarvan deze woestijntijd kunnen gebruiken om te werken aan een gezamenlijk onderwijshuis

  • dat minder vastligt in procedures en protocollen, en dus minder kans krijgt om te ‘verstenen’;
  • waaraan iedereen “gedreven door zijn hart” kan bijdragen, niet in de laatste plaats de leerlingen en studenten;
  • dat is gebouwd rond de bedoeling van onderwijs: het goede (samen)leven voor allen.

Niet alles past bij elkaar

Zo’n huis is weliswaar verplaatsbaar – en dus mee te nemen naar veranderende omstandigheden – maar, zo leert het verhaal van de tabernakel, wordt tegelijkertijd steeds weer met de grootste zorgvuldigheid opgebouwd. Niet alles kan dienen om de bedoeling van onderwijs onderdak te bieden, en niet alles past bij elkaar.
Ook dat is een vraag voor in de woestijn: past alles wat in onze schoolgemeenschap bij elkaar komt aan pedagogisch vakmanschap, onderwijsvisies, organisatieprincipes en -vormen, methoden, tradities, omgangsvormen en leiderschapsstijlen bij elkaar. Maar ook bij wat er op het spel staat, namelijk de toekomst openen voor jonge mensen?

Gerelateerde berichten