Wisseling van de wacht: Is zeggen dat je weggaat hetzelfde als weggaan?

Al jarenlang mogen we als adviseurs meereizen met deze school. We kennen de betrokken intern toezichthouders, de directeur die per mandaat namens het bestuur optreedt en vele anderen.  
Mooi is ook hoe we daarbij soms heel persoonlijke gesprekken voeren of die mogen begeleiden. 
 
Dit is de derde blog in de serie Wisseling van de wacht
 

Een persoonlijk gesprek over timing: zeggen dat je weggaat is hetzelfde als weggaan? 

Zo kwam tijdens een gesprek met de voorzitter van het toezichthoudend bestuur, (je zou kunnen zeggen een ‘eminence grise’) vrij plotseling het naderend vertrek van zowel hemzelf als van zijn directeur aan de orde. 
Hij refereert aan de enorme positieve drive van deze directeur en al het goede dat zij heeft gedaan voor het onderwijs, de leerlingen en leerkrachten. “Kortom, een persoon, die - op weg naar het pensioen - zeker nog veel te doen wil hebben in de komende periode.” 
 
Op de vraag naar het moment waarop de directeur vertrekt, vertelt de voorzitter dat dat nog wel even duurt, circa twee jaar. En aansluitend: “Gezien die periode wil ik het nog niet hebben over haar vertrek. Althans, in de school. Want wanneer we het met iedereen gaan hebben over het aanstaande vertrek, dan is ze eigenlijk al vertrokken, toch?”  
 
Hij spreekt daarmee zijn zorg uit. Hij heeft in de afgelopen jaren ook gezien hoe het soms ‘kan rommelen’ en lijkt behoefte te hebben om de rust bewaken. 
Op mijn vraag of het naderend vertrek van de directeur wel onderwerp van gesprek tussen hen onderling is, wordt geantwoord: “Nog niet, maar dat ga ik binnenkort doen. Temeer ik zelf ook vertrek.”
 

Verstaan we elkaar? 

Zo’n zes maanden later spreek ik hen samen. 
 
Met een glimlach op het gezicht vertelt de voorzitter  hoe het naderende vertrek eigenlijk al geruime tijd onderwerp van gesprek is. Juist om het op tijd met elkaar te hebben over thema’s zoals:
  • Komt de opvolger uit de eigen organisatie? 
  • Wat moet het profiel zijn van de opvolger, waar moet die op voort kunnen bouwen of juist heel anders in zijn?
  • Welke dingen willen we voor die tijd samen nog echt afgemaakt hebben?
  • Op welke manier en op welk moment wordt de MR in de procedure betrokken?
  • Biedt het vertrek mogelijkheden om nog eens totaal buiten de kaders te denken?
 
Waar de voorzitter zich aanvankelijk wat zorgen leek te maken over de mogelijke onrust of juist de positie van de directeur, bleek het tegendeel waar te zijn. Juist vanwege de uitstekende positie, het vertrouwen in elkaar, wordt het onderwerp als vanzelfsprekend besproken. Het geeft beiden rust om ruim van tevoren allerlei onderwerpen samen te verkennen en uit te werken.    
 
Even komt ook een gesprek ter sprake, dat de directeur met de voorzitter voerde over dienst positie.
“Het mooie was”, vertelt de directeur, “dat ik - wanneer ik heel goed luisterde - de behoefte van de voorzitter zelf hoorde."
Om dit te verduidelijken, vroeg ze hem: "Klopt het wanneer ik het idee krijg dat je je in zo’n situatie als de mijne knap ongemakkelijk zou voelen?" 
 
“Ja, precies!”, beaamde de voorzitter . "Het lijkt me vreselijk om tijdens de lunch antwoord te moeten geven op vragen als: Hoe voelt het nu om weg te gaan? Dat wil ik jou niet aandoen. Je moet toch gewoon lekker door kunnen werken en in positie blijven? Of denk jij hier anders over?"
Dat bleek inderdaad het geval te zijn. 
 

Waarom op tijd beginnen over je eigen vertrek? 

Met een glimlach vertelt de directeur dat ze hebben afgesproken om het afscheid van de voorzitter maar niet al te groot te maken. Maar met haar eigen vertrek zijn ze op tijd begonnen.
“Voor het team bleek het juist een zekere geruststelling om het hierover ook met mij te kunnen hebben en de zorg hierover te kunnen delen”, vertelt de voorzitter. “En om te zien dat deze zorg van haar kant ook serieus genomen werd."
 
Dat herkent de directeur: "Ze zaten niet bepaald te wachten op afwimpelende uitspraken als: 'deze school is niet van mij afhankelijk', of: 'jullie vinden vast een goede nieuwe directeur.' 
Dat wisten ze zelf ook wel..."
 
De voorzitter: "Onderliggend zaten vragen zoals: 'wat betekent het voor mij en ons wanneer ze weggaat?' 'Welke zaken willen we blijven doen zoals altijd en welke zaken vooral anders?' En 'wat betekent dat dan weer voor de profielschets voor de vervanger?'"
 
"Ik ben eigenlijk reuze trots op mijn team", lacht de directeur.  
 
Dit verhaal is fictief, maar gebaseerd op een praktijkcasus
 

Lees ook


Nieuwe reactie inzenden