Publicatiedatum: 2 februari 2022

In deze brief worden daarvoor drie aanbevelingen gegeven aan de overheid. In deze blog leg ik uit waarom bestuurders en toezichthouders in het onderwijs net zo goed met deze aanbevelingen aan de slag kunnen.

  1. Bestuur vanuit een langetermijnvisie en de daarbij behorende doelen

Hoe langer de pandemie duurt, hoe sterker de noodzaak toeneemt om een langetermijnbeleid op te stellen. Putters en Bussemaker schrijven dat een langetermijnperspectief als ankerpunt kan fungeren voor voorspelbaar beleid. Bestuurders zouden zich niet alleen op het aanpakken van acute problemen moeten richten. Dan overheerst de korte termijn over de lange termijn. Belangrijke maatschappelijke opgaven, zoals het bevorderen van kansengelijkheid in het onderwijs, verdwijnen daarmee naar de achtergrond. En dat heeft gevolgen: “als dit soort onderliggende maatschappelijke opgaven niet expliciet en integraal worden geadresseerd in de crisisaanpak, of als ze vooruit worden geschoven, ondermijnt dat ook het draagvlak voor het kortetermijnbeleid.”

Bestuurders en toezichthouders in het onderwijs kunnen hier ook hun voordeel mee doen door expliciet ruimte te maken voor het gesprek over een langetermijnvisie. Voor wie bijvoorbeeld de relatie tussen school, ouders en corona wil doordenken, is deze Verus-handreiking erg behulpzaam.

  1. Redeneer vanuit mensen

Mensen willen zich gehoord voelen en serieus worden genomen. De overheid heeft veel naar zich toegetrokken, maar niet alles hoeft en kan door de overheid te worden opgelost, schrijven Putters en Bussemaker. Of zoals het er kernachtig staat: de samenleving bestaat niet uit government’s little helpers, maar uit mensen. Het is precies deze waarschuwing die ook op andere terreinen klinkt, bijvoorbeeld rond de burgerschapsopdracht in het onderwijs. Het maatschappelijk middenveld kan en wil verantwoordelijkheid nemen, maar dat vergt een betrouwbare en voorspelbare overheid.

Er is kortom meer ruimte nodig voor de samenleving om een bijdrage te leveren aan het oplossen van problemen. Dat vereist een overheid die meebeweegt met wat de samenleving voorstelt, ook als dat zekere (verantwoorde) risico’s met zich mee kan brengen ten aanzien van eerder ingezet beleid. Dat is ook een nuttig inzicht voor bestuurders en toezichthouders in het onderwijs. Geef ruimte om te zoeken naar oplossingen die werken voor leerlingen en wees transparant over risico’s die er altijd en bij elke oplossing bestaan.

  1. Wees helder over waardenafwegingen, en gebruik meerdere vormen van kennis

Bij een langetermijnvisie hoort ook het stellen van andere vragen en het maken van evenwichtige waardenafwegingen, ook in perioden van acute crisis. In het advies wordt door de auteurs een onderwijsvoorbeeld gegeven: “het gaat dan niet om het in alle hectiek besluiten of scholen open blijven of dicht moeten, maar om een breed gedragen plan over hoe scholen verantwoord open kunnen blijven, bijvoorbeeld met intensievere ventilatie, deeltijdroosters en waar het kan buitenonderwijs.” In deze afweging zou niet alleen epidemiologische kennis, maar zouden ook andere perspectieven een rol moeten spelen. Hiervoor geldt dat je moeilijke dilemma’s niet altijd met meer kennis kunt oplossen. Je kunt wel de gevolgen van de afweging zoveel mogelijk begrijpen op basis van kennis.

Helder zijn over welke waardenafweging je maakt is ook een bruikbare aanbeveling voor bestuurders en toezichthouders in het onderwijs. Het veronderstelt ook dat bestuur en toezicht met elkaar in gesprek is over die waarden, die potentieel schuren. En over welke kennis wordt gebruikt bij de afweging (en hoe je financiële indicatoren niet als eindpunt, maar als startpunt voor gesprek gebruikt).

Gerelateerde berichten