ER WAS EENS…. (DEEL 9)

Carla Rhebergen vertelt een sprookje. Deze week het laatste hoofdstuk, 8: Charmkela deelt uit…

Na de tweede bijeenkomst zijn de Raad van Licht en Wilfred nog lang nagebleven. Alhoewel ze het allemaal een vreemde, lastige en huiveringwekkende bijeenkomst vonden is er ook een soort van saamhorigheid ontstaan. “Poeh wat was ik bang toen ik in de kloof dreigde te vallen, als jullie er niet waren geweest, dan… ”, zei Melchior telkens opnieuw.

De derde bijeenkomst gaat over tien minuten beginnen. Charmkela is er nog niet. Beekman is ook nergens te bekennen. Hij moet er wel zijn want anders waren de deuren niet open geweest en was er ook geen koffie, bedenkt Balthasia zich. Aha daar hoort ze stemmen op de keldertrap. Beekman en Charmkela hebben een grote doos bij zich die ze in de hoek van de kelder neerzetten, daarnaast gooit Charmkela haar tas neer. Beekman verdwijnt: “Mooie avond allemaal”, zegt hij en neemt zijn vertrouwde plekje in achter de deur en volgt alles via het sleutelgat. 

“En hoe gaat het met jullie zo samen, na jullie avontuur?” vraagt Charmkela. “Nog nagedacht over de vragen van de 12-jarige leerling, de ouder, de koning en het gat in de glazen vloer en wat er gebeurde?” De ogen van Charmkela zijn als ondoorgrondelijke wateren. De gouden bal begint weer schokkend te draaien en zakt dieper in de kloof weg. Nu bemerken ze het wel .”De gouden bal draait niet vloeiend“, zegt Balthasia. “En krijgt steeds minder glans” bemerkt Kasper. “Waar ligt dat nou aan Charmkela, geef jij nu maar eens antwoord, Jij bent het orakel waar wij voor betalen is het niet?” Charmkela ploft neer op een stoel en gaat op haar handen zitten. Ze ziet de angst in de ogen van de Raad van Licht en de hulpeloosheid van Wilfred. “We zijn er nog niet”, praat ze in zichzelf. “Volgens mij heb je mij niet nodig om ‘jouw’ antwoorden te geven. Wat belemmert jullie om met elkaar te zoeken naar antwoorden? Wat is er dan aan de hand hier in de kelder, waarom werkt het dan op deze manier niet en wel als er een gat in de glazen vloer is?” Dat laatste stukje van de zin: en wel als er een gat in de glazen vloer is, horen de Raad van Licht en Wilfred niet.


Dan barsten Wilfred en de Raad van Licht uit in een kakofonie van stemmen. “Het werkt niet omdat er totaal geen focus is” zegt Melchior. Steeds komt er een ander stemgeluid uit hun keel. “Welke focus en wat zijn de afspraken dan?”, zegt de een. “Hoe willen we met elkaar omgaan?”, zegt de ander. “De documenten zijn niet op orde!” “Wat vinden wij met elkaar belangrijk?” “Wie ben jij om mij aan te spreken op mijn gedrag?” “Je hebt mijn vertrouwen beschaamd!” “Wie ben je om dat verboden woord te gebruiken, hoe durf je?”
Zo gaat het een tijdje door. Charmkela laat het gebeuren, ze loopt naar haar tas en pakt er een geheimzinnig doosje uit. Ze blijft zitten hoewel ze de gouden bal onder zich voelt bewegen en dieper wegzakken in de kloof. De vloer schokt en in tegenstelling tot de vorige keren beginnen nu ook de tafel en de stoelen langzaam door de ruimte te schuiven. Balthasia slaat van schrik haar handen voor haar ogen: “De vloer, de gouden bal” stamelt ze “het gaat helemaal mis.”

Als Charmkela voelt dat het genoeg is geweest, maakt ze het geheimzinnige doosje open. “Kijk ik heb iets voor jullie meegenomen… Pak een bonbon met het wapen van Espwaard erop en kom tot rust, even een moment voor jezelf”. Verbouwereerd pakken ze allemaal een bonbon en eten die langzaam op, ieder in zijn eigen gedachten verzonken. “Ziezo er is weer iets van harmonie”, zegt Wilfred om zichzelf moed in te praten. Hoe moet het toch verder met elkaar? Zonder dat de Raad van Licht en Wilfred het merken worden ze kleiner… “Wat zat er in de bonbon?” vraagt Kasper zich af. Het lijkt wel of ik… Langzaam gaat Charmkela naar de grote doos die ze samen met Beekman naar binnen heeft gedragen. Ze sjort aan de doos totdat deze in het midden van de glazen vloer staat. Wilfred en de Raad van Licht staren naar de doos en zien dat er een goudgeel licht uit de doos straalt. Ze vallen stil. Met open mond kijken ze toe hoe Charmkela een glanzende miniatuur replica van de gouden bal en magische driehoek waarop de Vrijplaats rust, uit de doos haalt. De driehoek staat met één hoekpunt op de grond.

“Zullen we eens kijken of we deze driehoek in balans kunnen krijgen?” vraagt Charmkela. “Wie wil er beginnen?” Het duurt even, maar dan komt Balthasia aarzelend naar voren en stapt op de punt die op de grond rust. “Laten we goed vastleggen hoe de Vrijplaats in elkaar zit”, zegt ze. Dan voelt Kasper dat het zijn beurt is en probeert voorzichtig op een andere punt te stappen. “Laten we het daar goed over hebben, en ook over wat we van elkaar verwachten”, zegt hij. De driehoek wiebelt vervaarlijk. Dan kan Melchior niet achterblijven. Voorzichtig betreedt hij de derde punt. “We moeten goed weten op basis waarvan we moeilijke keuzes maken, en elkaar daarop blijven aanspreken”, zegt hij. Goed naar elkaar kijkend weten ze met elkaar de driehoek in evenwicht te brengen.
Alleen Wilfred staat nog naast de driehoek. Heb ik hierin nog een plek, vraagt hij zich even af. Dan stapt hij resoluut naar voren en kiest, zonder het precaire evenwicht in gevaar te brengen, zijn positie precies in het midden van de driehoek. De Raad van Licht kijkt hem hoopvol aan. Wilfred ziet en voelt alle ogen op zich gericht. “Ik, ik, ik stamelt hij… ” “Ja wat ik, ik…zeg toch eens wat je vindt man” roept Melchior en zwaait daarbij zijn handen in de lucht waardoor de driehoek gevaarlijk ver naar zijn kant op tuimelt. “Dat getwijfel altijd, ik kan je zo niet vertrouwen.” “Pas op”, roept Balthasia “we vallen er samen af, Melchior stop daarmee! En hou op met dat woord te roepen dat verboden is!”

Charmkela zweeft, zonder dat de anderen dat merken naar Wilfred toe, en staat achter hem midden in de driehoek. Ze fluistert en nodigt hem uit om te zeggen wat hij wil. Wilfred voelt dat een heel klein beetje van haar kracht naar hem overstroomt. “Ik voel me de begrensde sinds jullie hier zijn. Jullie zijn stuk voor stuk mijn begrenzers.” Wilfred roept het niet zo zeer uit, het is meer een half huilen. “Hoe kan dat nou?” zegt Balthasia vanaf haar punt van de driehoek: “Ik geef je kaders zodat de chaos verdwijnt.” “En ik zorg voor minder doelloosheid, door het met jou daar over te hebben,” zegt Kasper vanaf zijn positie in de driehoek, “en ik breng focus zodat urgentie ontstaat, we kunnen niet alles aanpakken.” zegt Melchior. Beekman die vastgenageld aan de vloer door het sleutelgat tuurt fluistert: “En ik breng visie, dan verdwijnt de onrust voor de toekomst, ook voor jou Wilfred.”  

De driehoek schokt telkens wanneer één van de leden van de Raad van Licht spreekt.
“We zijn er nog niet”, krast Charmkela die weer eens van gedaante wisselt. Wilfred bemerkt het: “Ze is weer de heks met een zwarte kat. ”Charmkela springt vanachter Wilfred tussen Melchior en Wilfred in. De driehoek raakt uit evenwicht, de gouden bal gaat rollen… 

Balthasia houdt zicht angstvallig vast…. “STOP, alsjeblieft!” roept ze. Charmkela loopt gemeen lachend over de lijn naar haar toe. “Stop? Waarmee stoppen.” Ze pakt Balthasia vast en duwt haar naar de punt waar Wilfred staat, grijpt Wilfred en duwt Wilfred richting de punt van Kasper. De driehoek, wiebelt en helt naar één kant, tuimelt…de gouden bal begint te rollen… “pas op Balthasia achter je: gevaar!” roept Melchior. En net als het helemaal mis lijkt te gaan kiest Charmkela met de zwarte kat die positie op de driehoek zodat alles in balans is. 

De gebeurtenis leidt tot een pittige discussie tussen de leden van de Raad van Licht. De driehoek lijkt kleiner te worden en de mensen in de kelder groter. Charmkela wandelt naar haar tas en geruisloos neemt ze er een tweede doos uit met bonbons met het wapen van Plezantium en geeft die door aan de leden van de Raad van Licht en Wilfred. Ze pakken een bonbon en eten hem langzaam op; Beekman ziet door het sleutelgat dat de leden langzaam beginnen te zweven net zoals Charmkela. 

Charmkela pakt haar toverstaf uit haar tas, zweeft naar de Raad van Licht en Wilfred. Ze tovert een doorzichtige wand tussen de Raad en Wilfred. “Ik ben de koning die tot jullie spreekt: er zal een Raad van Licht zijn die erop toeziet dat Wilfred van toegevoegde waarde is voor de Alomvattende Ontwikkeling van de leerlingen. Maar jullie staan natuurlijk niet los van elkaar” en Charmkela raakt de doorzichtige wand aan, “je kunt elkaar zien en zelfs aanraken. Maak duidelijk aan elkaar wat de toegevoegde waarde is.” En op dat moment begint, zo lijkt, de tweede bonbons hun werking te doen. De Raad van Licht en Wilfred zweven nu van hoog naar laag door de ruimte. Charmkela zweeft tussen hen door. “Zo vrij als jullie nu in de ruimte bewegen kunnen jullie met elkaar het verschil maken met jullie persoonlijke magische krachten. Zo zwevend zijn jullie het die de structuur werkend maken.” Ze zweeft naar één punt van de driehoek. Daar aangekomen tovert ze een magisch boek. “Ik geef jullie dit boek.” Balthasia zweeft er naar toe en pakt het boek, uit het boek rollen aantekeningen, woorden, wegwijzers, toverspreuken. En in een visioen zien ze allemaal mensen die precies weten waartoe ze er zijn, waar ze aan toe zijn en van welke toegevoegde waarde zij zijn voor de Alomvattende Ontwikkeling van leerlingen. 
Charmkela is nu aangekomen bij een andere punt van de driehoek. Vanuit dit punt worden letters de ruimte in geblazen, je hoort stemmen van leerlingen, ouders, Aanspraakmakers, Wilfred en van de Raad van Licht. Als je goed luistert hoor je woorden en toverspreuken… Kasper vliegt met haar mee.  En door gaat Charmkela naar de derde punt van de driehoek. Daar hebben de stemmen een gezicht gekregen: leerlingen en volwassenen die met de Alomvattende Ontwikkeling te maken hebben, zijn met elkaar bezig in een tot leven gebracht toverspel. Dat niet alleen: de ruimte vult zich met geheimzinnige drijfveren, kleuren, beelden van beroepen van magiërs, het orakel. Er is plezier, er is gedoe, er is geluk, er is verdriet. Melchior is bij deze punt aangekomen.

Dan zweeft ze naar het midden van de driehoek, vliegt omhoog en komt aan bij de vierde punt van de driehoek die driedimensionaal is geworden. En dan gebeurt het, levensgroot ontstaat het woord vertrouwen boven haar, de Raad van Licht en Wilfred. “Kijk”, zegt Charmkela, “hier is het ons uiteindelijk allemaal om te doen. Het vertrouwen kan pas zweven als we allemaal onze eigen krachten kennen én weten waar die van de ander liggen. En als we samen op zoek gaan naar dat wat het beste is voor de leerlingen van de Vrijplaats, dan is er balans en veiligheid.”

“Maar we moeten dus ook zelf taal aan vertrouwen geven.” Het is wonderlijk, terwijl het woord nog steeds niet gebruikt mag worden lijkt het alsof het in de kelder juist van belang is dat met dit woord wordt getoverd. Voor Balthasia geeft het vertrouwen als Wilfred zijn afspraken na komt zodat hij betrouwbaar is. En voor Kasper is het anders, bij hem gaat het erom of Wilfred succesvol is en of hij er persoonlijk ook iets voor terugkrijgt. Melchior zegt dat zijn criteria voor vertrouwen zijn of Wilfred stevig is, lef heeft en durft. De vraag is natuurlijk nu ook hoe Wilfred zelf vertrouwen ziet. Ineens aarzelt de directeur niet meer: “Mij geeft het vertrouwen als jullie stuk voor stuk aardig zijn, naar mij luisteren en normaal doen.” 

Charmkela neemt wat afstand en laat de mensen zelf balanceren op de driedimensionale driehoek. En telkens als er rust en harmonie ontstaat bij de Raad van Licht en Wilfred pakt Charmkela haar toverstaf en strooit een vraag de kelder in: ‘Is balanceren: vrije begrenzing en begrensde vrijheid? Waar gaat begrenzing de grens over? en welke vrijheid geef jij op zodat je de ander meer ruimte kunt geven?” Hoe het komt weet niemand, zelfs Beekman niet die door het sleutelgat alles overziet maar ineens is er ruimte om deze lastige dilemma’s wel met elkaar te bespreken. Natuurlijk soms nog met stemverheffing en lopen de antwoorden nog ver uit elkaar. “Nou” concludeert Melchior “dit was het dan, we zijn er.” Charmkela raakt Melchior aan, “nee Melchior nog niet”. 

Charmkela pakt haar toverstaf zwaait in het rond en plots is de vloer in vijf vlakken verdeeld. Elk vlak gemarkeerd met een eigen gouden bal, merkbare sfeer, grens en vrijheid die soms vloeiend in elkaar overlopen en soms ook helemaal niet (Beekman kan het niet anders omschrijven, hij heeft er geen woorden voor, voor wat hij ziet). Kleuren in de ruimte veranderen steeds; het is er nog mysterieuzer geworden, het nodigt uit om te dromen en elkaar te ontmoeten. Samen de grenzen en de vrijheid en de sfeer te verkennen, te proeven en te ruiken. Maar de vijf vlakken boezemen ook angst in. De grenzen zijn niet duidelijk en strikt. Balthasia bladert in haar magische boek of er aantekeningen zijn over deze vlakken, Kasper vraagt eens even na bij Charmkela wat die vlakken te betekenen hebben en Melchior zweeft er naar toe en wandelt over de vijf vlakken en iedereen in de ruimte ziet hem veranderen: van iemand die een andere gedaante aanneemt tot iemand die steeds meer weer zichzelf wordt. De driedimensionale driehoek in de ruimte zweeft boven Melchior mee. Melchior kijkt omhoog neemt een sprong en houdt zich vast aan de lijn tussen het magische boek en de stemmen met gezichten. Hij klimt in de driehoek en kruipt naar het magische boek en wenkt naar Balthasia: “Kom neem plaats.” Dat doet Balthasia en vervolgens wenkt zij naar Kasper “kom Kasper ga jij nu naar de stemmen.” Kasper pakt de hand van Balthasia en zo goed en zo kwaad als het kan kruipt hij naar dat punt. Alle drie staan ze op een punt met hun armen wijd om hun evenwicht te bewaren. En zonder dat iemand wat zegt neemt Wilfred een sprong en komt bij Kasper terecht bij de stemmen. De driehoek wiebelt, wankelt, kantelt, helt over, tolt rond…. En ineens zijn ze niet bang maar hebben plezier: ‘Kijk ik kan op handen staan roept Melchior…” 
Beekman staat in de deuropening: “Mag ik ook meedoen?” vraagt hij aan Charmkela. “Vanzelfsprekend” zegt het wijze orakel. Beekman gaat naar de punt waar woorden als: vertrouwen en wantrouwen, transparantie en geslotenheid, dichtbij en veraf, vrijheid en begrenzing, geloof, hoop en liefde, hoofd, hart en handen oplichten, hij pakt de punt goed vast en uit alle macht trekt hij de driehoek naar de grond en zet de punt op de gouden bal in het vlak waar de Vrijplaats van waardegedreven magie staat. Vanaf de driedimensionale driehoek kijkt iedereen vol spanning naar Charmkela. “De driehoek heeft vaste grond en bewegingsruimte door de gouden bal”, zucht Beekman. 

“Balthasia hoe is het met het magische boek met aantekeningen en zo hier op deze plaats?”
In plaats van Balthasia geeft Kasper geeft antwoord: “Dat is niet weg, dat bewaren we zorgvuldig en als het nodig is dan pakken we het uit de kast want het is een buitengewoon handig boek om elkaar vast te blijven houden als het spannend wordt…” Balthasia zucht opgelucht: “Eigenlijk is er dus ruimte voor ons allemaal om onze magie in te zetten en onze lievelingsboeken te blijven gebruiken?”  Charmkela knikt tevreden.

Charmkela zoekt nog één keer een grens op bij de Raad van Licht en Wilfred. “Jullie hebben je eigen magie vandaag op allerlei vlakken in gezet. Maar snappen jullie ook waarom de driehoek driedimensionaal is? Melchior neemt het woord, stiekem houdt iedereen toch zijn adem in: “Balthasia, kun jij ons daar iets meer over vertellen misschien? Dat is niet echt mijn magie, maar ik leer het graag van jou” Balthasia schrikt dat Melchior om haar mening vraagt, maar toch antwoordt ze: “Volgens mij kunnen we de drie kanten allemaal vullen met onze eigen magie, onze eigen spreuken, onze eigen taal en onze eigen struggles. En zo krijgt dus iedereen zijn eigen magische identiteitsdriehoek.” Kasper zegt: “Wat kun jij de dingen toch goed onder woorden brengen; complimenten!” Balthasia bloost. “En” zegt Wilfred: “hoe mooi zou het zijn als we onze eigen magische identiteitsdriehoeken vastmaken aan de driedimensionale driehoek hier op de gouden bal in het vlak van Vrijplaats van de waardegedreven magie. Als dat geen mirakel is?” Charmkela lacht.

Iedereen heeft door wat de magie en kracht van Charmkela zijn. Samen praten ze honderd uit over haar net alsof ze er niet bij is. “Weet je nog die keer dat ze ons naar de afgrond dreef, toen met die kloof in de glazen vloer en jij erin viel Melchior?” zegt Kasper. “En dan die keer dat ze steeds iemand anders was. Ik vond het zo eng en die keer dat ze mij een duw gaf” geeft Balthasia aan. “En hoe ze soms kon kijken.” “En dan die keer dat ik er helemaal door heen zat met jullie als Raad van Licht en ze onzichtbaar achter mij stond?” vertelt Wilfred. “En dan die wonderlijke spreuken van haar en wat er nou toch in die bonbons heeft gezeten…?” vraagt Melchior zich af die niet merkt dat hij weer groter wordt. “Altijd was er wat als zij er was en tjonge wat hebben we veel beleefd met elkaar.”
“Mooi die eenheid in verscheidene magische krachten van ons samen in een Raad van Licht ten dienste aan jou Wilfred en daarmee aan de Alomvattende Ontwikkeling van alle leerlingen van  Ameliorika.” zegt Kasper. Dan voor de laatste keer, waait er een bries door de kelder, er is gekleurde nevel, ze houden de adem in en houden elkaar stevig vast. Charmkela raakt ze allemaal even aan. Ze voelen zich nog magischer en krachtiger worden door die aanraking en terwijl ze dat voelen, zien ze Charmkela boven de driedimensionale driehoek op de gouden bal uit zweven, door het woord vertrouwen heen. Ze wijst, voordat ze helemaal vervaagt, naar de glazen vloer. En wat ze daar zien? De gouden bal glanst en draait vloeiend rond langs de randen van de kloof…

In Plezantium is ze nadien nooit meer gezien, hoewel van Beekman wordt gefluisterd dat hij soms bij haar op bezoek gaat. Maar niemand weet waar. 

Lees terug!

Lees Carla's sprookje helemaal

Nieuwe reactie inzenden