Publicatiedatum: 28 oktober 2020

Dat leidde tot enige consternatie toen enkele klasgenoten, kinderen van Ghanees-Nederlandse pinksterchristenen, weigerden het flesje aan te raken. Zo’n product van heidens bijgeloof zou wel eens duivelse invloed kunnen hebben. De leerkracht reageerde daarop door deze leerlingen te berispen: denk erom, op deze school hebben we respect voor elkaars godsdienst!

Ongeplande momenten

Dit voorval laat mooi zien dat burgerschapsvorming niet alleen een kwestie is van methoden en programma’s, maar ook (en misschien wel vooral) gebeurt op dit soort ongeplande momenten. En juist als het geplande lesprogramma wordt onderbroken, kan er op dit gebied veel worden geleerd. Dat vraagt van leraren tegenwoordigheid van geest om die mogelijkheden te zien en de bereidheid om het lesprogramma even te laten voor wat het is.

De leerkracht in kwestie koos voor een socialiserende benadering door haar leerlingen eraan te herinneren hoe ze zich op school ten opzichte van elkaar behoren te gedragen: met respect. Met wellicht als onbedoeld effect een loyaliteitsconflict bij de betreffende leerlingen (‘wat wij thuis en in de kerk leren, kan hier kennelijk niet door de beugel’) en argwaan bij de jongen die de spreekbeurt hield, jegens medeleerlingen die zijn religieuze traditie kennelijk afkeuren.

Gesprek aangaan

Ze had er ook voor kunnen kiezen om de betreffende leerlingen zonder oordeel te bevragen (wat bedoelen jullie precies, hoe komen jullie daarbij, waar zijn jullie bang voor?) en bij de jongen van de spreekbeurt (en de rest van de klas) te informeren hoe dat op hen is overgekomen. Om vervolgens het gesprek te openen over de vraag of en zo ja, hoe je iemand kunt respecteren als je zijn of haar geloof of levenswijze afkeurt.

Dat vraagt heel wat van leraren, en of ze daarbij veel hebben aan Slobs “verduidelijking van de burgerschapsopdracht”, betwijfel ik. Waar ze volgens mij wel iets aan hebben, is dat ze zich gedragen weten door een team- en schoolcultuur waarin geregeld wordt gesproken over de vraag wat de school met burgerschapsvorming beoogt en waar het gebeurt. En waarin leraren in het licht daarvan dit soort casussen met elkaar kunnen delen en wellicht documenteren. Dat laatste niet zozeer voor de inspectie (hoewel dit soort verhalen onderdeel kunnen zijn van een meer narratieve verantwoording), maar vooral met het oog op een gezamenlijk leerproces in pedagogische burgerschapsvorming.

Meer weten over burgerschapsvorming en wat Verus voor jouw school kan betekenen?

Gerelateerde berichten