U bent hier

Zorgen over 'groenpluk' in beroepsonderwijs

Minister Plasterk en staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs maken zich zorgen over de toename van zogeheten 'groenpluk' in het beroepsonderwijs. Dat zijn leerlingen die gaan werken zonder dat ze in het bezit zijn van een startkwalificatie (diploma). Vooral in tijden van hoogconjunctuur zijn er bedrijven die deze leerlingen aannemen, hoewel ze niet of nauwelijks geschoold zijn.

Minister Plasterk en staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs maken zich zorgen over de toename van zogeheten 'groenpluk' in het beroepsonderwijs. Dat zijn leerlingen die gaan werken zonder dat ze in het bezit zijn van een startkwalificatie (diploma). Vooral in tijden van hoogconjunctuur zijn er bedrijven die deze leerlingen aannemen, hoewel ze niet of nauwelijks geschoold zijn.

Op het moment dat het met de economie slechter gaat, loopt deze categorie het risico ontslagen te worden. Omdat ze geen startkwalificatie hebben (minimaal havo, vwo of mbo-2 diploma) zijn ze kwetsbaar op de arbeidsmarkt en is het voor hen moeilijk om weer aan de slag te komen. De toename van de 'groenpluk' blijkt uit het overzicht van de cijfers van voortijdig schoolverlaten, dat de bewindslieden van Onderwijs onlangs naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

In die brief spreekt Van Bijsterveldt wel de verwachting uit dat de groenpluk volgend jaar gaat afnemen omdat jongeren tegenwoordig wettelijk verplicht zijn om tot hun 18e door te leren, tenzij ze eerder een startkwalificatie hebben. Bovendien zijn er afspraken met de werkgevers gemaakt om jongeren niet uit de schoolbanken te plukken.  

In het schooljaar 2006-2007 is het aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters (vsv'ers) gedaald met 3.400 ten opzichte van het schooljaar daarvoor. In totaal verlieten in het afgelopen schooljaar 53.100 jongeren voortijdig hun opleiding. In het schooljaar 2005-2006 waren dat er nog 56.500. Deze daling sluit aan bij de ambitie van dit kabinet: maximaal 35.000 nieuwe vsv'ers in 2012. "De afname van het aantal voortijdig schoolverlaters is ingezet. Samen met scholen en gemeenten én werkgevers gaan wij de komende jaren door om zoveel mogelijk jongeren te behoeden voor schooluitval", aldus minister Plasterk en staatssecretaris Marja Van Bijsterveldt in een persverklaring.

De uitvalcijfers van het afgelopen schooljaar zijn betrouwbaarder dan voorgaande jaren doordat ze zijn gebaseerd op een verbeterde telmethode op basis van het onderwijsnummer. Zo tellen bijvoorbeeld geslaagden van sommige internationale diploma's en leerlingen die het land en daarmee het onderwijs verlaten niet langer ten onrechte mee als vsv'er. Van Bijsterveldt verwacht dat het aantal nieuwe vsv'ers  in werkelijkheid nóg lager is. Dit komt omdat het Basisregister Onderwijs nog niet helemaal dekkend is.

Regio-afspraken succesvol Eén van de speerpunten van dit kabinet is om het aantal nieuwe vsv-ers terug te dringen tot maximaal 35.000 in 2012. Dat is een halvering ten opzichte van het aantal uitvallers in 2002. De aanpak is daarbij gericht op het voorkómen van schooluitval.

Vorig schooljaar maakte Van Bijsterveldt afspraken met 14 regio's in Nederland om het aantal nieuwe én oude vsv'ers terug te dringen. Deze afspraken bleken succesvol. In de regio's waarmee zij afspraken maakte, bedroeg de afname van het aantal vsv'ers 17%, waarmee het gestelde doel, een vermindering van 10%, ruimschoots werd gehaald.

Van Bijsterveldt maakt de komende tijd nieuwe afspraken met alle regio's in Nederland om het aantal nieuwe vsv'ers de komende vier jaar te reduceren met 40%.

MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs