U bent hier

'Wij schenden geen regels, maar verschuilen ons er ook niet achter’

Een nieuw ICT-systeem én een nieuw strategisch beleidsplan. Iedereen weet: die zaken roepen de nodige weerstand op in een organisatie. Maar toen kwam de crisis. En bleek iedereen bij SPOLT gewoon mega-flexibel. “In ongewone tijden, doen onze mensen het ongewoon goed.”

Het stof van de eerste weken, waarin de briefing die hij op dinsdagavond schreef, op woensdagochtend alweer achterhaald bleek, is intussen neergedaald. Maar het is nog steeds een ongewone tijd en er komt nog veel op zijn scholen af, weet Gérard Zeegers, bestuurder van SPOLT met 15 scholen in de gemeenten Leudal en Maasgouw. Op de directeuren, de leerkrachten, de kinderen en de ouders.

Gezond verstand en samenwerken

Die eerste week gingen zij voortvarend aan de slag: op zondag 15 maart lag er een noodplan klaar. “In no time gefixed door onze ICT’ers. Geen strak vooraf bedacht, opgelegd plan”, zegt Zeegers daarover, “maar veel meer een handreiking en bovenal een aanmoediging voor onze leerkrachten om gewoon hun gezonde verstand te gebruiken en samen op te trekken. Om zo goed mogelijk te doen wat bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen.” Op maandag en dinsdag sloegen de teams op de scholen de handen ineen. En toen tijdens de voorbereidingen duidelijk werd dat 53 (van de 2268) leerlingen thuis niet konden beschikken over een eigen laptop, pc of tablet, stelde SPOLT de benodigde devices beschikbaar, zodat alle kinderen de online lessen zouden kunnen volgen. Ook werd vlot in kaart gebracht welke kinderen ouders met cruciale beroepen hebben. Zeegers belde met de gemeente en de partners in kinderopvang om de noodopvang op school onder lestijd en daarbuiten goed te regelen. En op woensdag draaide de boel: “Een groot compliment aan alle collega’s. Het is bijzonder om te ervaren welke creativiteit mensen in een noodsituatie weten aan te boren.”

Kwetsbare kinderen

Zeegers is ‘geen zorgelijk type’ (“chaos? ’t Is wel een dynamische tijd”). Terwijl de scholen vervolgens in beeld brachten welke kinderen in kwetsbare posities zitten, ging Zeegers in overleg met het Centrum voor Jeugd en Gezin om te zorgen voor afstemming. “Zonder de privacy van ouders of kinderen te schenden, waren we vastbesloten om goed te zorgen voor onze kinderen. Directeuren of leerkrachten die zich zorgen maakten om een gezin of een kind, namen contact op met het CJG, deelden hun zorg en pakten door: ‘Ik maak me zorgen over Kees. En als jullie dat ook doen, dan moeten we actie ondernemen.’ Andersom gebeurde dat ook. De lijnen waren kort. ”Waar kinderen op school worden opgevangen, gaat dat in goed overleg met de ouders.”

“We hebben de afgelopen weken geen regels geschonden, maar ons er ook niet achter verscholen. Want het grootste belang is de veiligheid van kinderen. Als wij dagen moeten overleggen alvorens een kind uit een kwetsbare situatie te halen, dan trek ik dat slecht”, zegt Zeegers. “Sommige ouders zijn ook gewoon opgelucht als hun kind weer gewoon naar school kan. Naar de eigen, vertrouwde leerkracht.”

Veranderbereidheid

En nu, na vier weken, plukt Zeegers ook de vruchten van de huidige situatie voor zijn eigen organisatie. “Toen de Coronacrisis uitbrak, zaten we midden in de migratie naar een nieuw ICT-systeem op alle SPOLT-scholen. Vooraf hadden we rekening gehouden met de gebruikelijke aanpassingsproblemen, die zich voordoen als je overgaat naar een compleet nieuwe omgeving. Niets was minder waar. Op hetzelfde moment dat onze leerkrachten zomaar ineens de opdracht kregen om onderwijs-op-afstand te realiseren, kregen zij ook zomaar ineens de beschikking over de juiste technologische mogelijkheden om dat waar te maken. En dat deden ze. Prachtig om te zien hoe zij aan de slag gingen en zich de nieuwe omgeving in rap tempo meester maakten.”

Een andere belangrijke ontwikkeling voor SPOLT, die min of meer samenviel met de Coronacrisis was de presentatie van het strategisch beleidsplan 2020-2024, afgelopen januari.

”We hebben tijdens die bijeenkomst onze ambitie om het onderwijs zo in te richten dat het voor alle kinderen betekenisvol zou kunnen zijn hardop uitgesproken. Gemiddeld genomen doen we het, als je kijkt naar de inspectienormen, best goed hoor”, vertelt Zeegers. “Maar we stelden ook vast dat we de kinderen die meer aankunnen, nog te veel afremmen, en dat we te hard trekken aan de kinderen die mogelijk iets meer tijd nodig hebben om zich nieuwe kennis of vaardigheden eigen te maken. En dat werkt niet. We willen en we moeten meer onderwijs op maat aanbieden. En dat betekent dat we het leerstofjaarklassensysteem gaan doorbreken en dat we de ambitie en de noodzaak om het onderwijs anders te gaan organiseren volmondig hebben erkend en omarmd.”
Dat plan werd door een deel van de medewerkers met gejuich ontvangen, anderen maakten zich zorgen.

En toen sloten de scholen. Zomaar ineens. “En toen moesten we, van de ene op de andere dag, het onderwijs wel anders gaan organiseren. Het was indrukwekkend om te zien hoe onze mensen deze uitdaging aangingen. Álle leerkrachten hebben de afgelopen weken laten zien dat ze in een compleet andere situatie bereid en in staat zijn om te veranderen. Het is nu zaak om daarmee door te gaan en meer divergent te gaan werken. Laten we het ijzer smeden nu het heet is.”

Leerkrachten zijn geen boa’s

Natuurlijk zijn er ook zorgen. Want hoe gaan de scholen straks weer open?
“Scholen moeten een veilige haven zijn voor kinderen”, benadrukt Zeegers. “Er is de afgelopen weken wel wat gepasseerd in de wereld natuurlijk. Ook in de wereld van onze kinderen. Als jouw oma overlijdt, of als de baan van jouw ouders op de tocht staat, dan heeft dat een enorm impact op gezinnen en op kinderen.

En ook als het niet zo heftig is, dan nog hebben al die kinderen te maken gehad met spanning en zorg. Als onze scholen straks weer open gaan dan moeten de kinderen, eenmaal binnen de schoolpoort, naar hartenlust kunnen spelen en leren. Ze moeten dan ook weer kunnen thuiskomen bij hun eigen juf of meester. Als de leerkrachten de kinderen straks in een anderhalve-meter-school moeten ontvangen, dan wil ik niet dat zij als volleerde boa’s moeten toezien op wet- en regelgeving. Dat werkt niet. Het is van belang dat zij hun belangrijke en basale pedagogische en didactische opdracht vrij kunnen uitvoeren. Ik heb de Deense aanpak bestudeerd. Daar schrok ik van. Ik zou het ernstig betreuren als onze scholen straks open moeten als pseudo-klinische instituten… dat verdraagt het kind in mij niet goed…”

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs