U bent hier

Wie spreekt met de inspectie?

Kan een inspecteur eisen alleen met het bestuur te spreken? Mag de directeur er altijd bij zitten? Sommige inspecteurs stellen dat ze alleen met het bestuur willen spreken, anderen gaan daar soepeler mee om. Wat is redelijk in uw situatie?

Wet op het onderwijstoezicht

De Wet op het onderwijstoezicht richt zich tot de instelling (school) en het bevoegd gezag (artikel 1, onderdeel k). Maar wie is dat bevoegd gezag? Uit de onderwijswetten blijkt dat in het bijzonder onderwijs dit de rechtspersoon (de vereniging of stichting) is die de school of scholen bestuurt

Onderzoekskader van de inspectie voor het onderwijs

Het Onderzoekskader onderscheidt (in § 1.3) het object van toezicht en het object van onderzoek. Volgens dit Onderzoekskader ‘vormen de school en het bestuur het object van toezicht. Interventies met een juridisch karakter hebben in voorkomende gevallen betrekking op deze niveaus.  Het object van onderzoek is datgene wat de inspectie onderzoekt om tot haar oordeel of waardering over de school of de besturing te komen’ valt te lezen in § 1.3 van het Onderzoekskader. Maar wie is nu het bestuur, bijvoorbeeld als het gaat om de vaststelling van het onderzoeksplan in het kader van het op een school te verrichten verificatieonderzoek (§ 7.2.3)? Met wie praat de inspectie dan? In het Onderzoekskader worden de termen bestuur én schoolbestuur naast elkaar gebruikt. 

Bestuur

Het bevoegd gezag (de stichting of de vereniging) is vrij - volgens het rechtspersonenrecht en de Grondwet -  zelf zijn bestuurlijke inrichting te bepalen. Dus om te bepalen bij wie of bij welk orgaan de functie bestuur wordt belegd. Uiteraard met inachtneming van de wet. Een extra wettelijke eis voor het onderwijs is de verplichte scheiding van de functies bestuur en intern toezicht (Wet goed onderwijs, goed bestuur). Met inachtneming daarvan is de keuze van het bestuursmodel vrij.

Als de Inspectie met het bestuur een gesprek wil voeren, dan voert zij dat gesprek volgens ons dan ook met de personen die volgens documenten van het bevoegd gezag (statuten en al dan niet mede het managementstatuut) met de functie bestuur zijn belast. ‘Bestuur’ kan zijn het college van bestuur, het dagelijks bestuur (uitvoerende bestuursleden in een one-tiermodel, soms in combinatie met de gemandateerde directeur) of de algemeen directeur (met mandaat/delegatie) in een toezichthoudend bestuursmodel. In een eenpitter kan dat de directeur zijn als aan hem alle bestuurlijke bevoegdheden gemandateerd of gedelegeerd zijn, waarbij het verstandig kan zijn een van de bestuursleden het gesprek te laten bijwonen.

Bestaat het bestuur uit leden die een toezichthoudende functie hebben, dan zou ook dan  het gesprek dienen te worden gevoerd met degene(n) in de organisatie die met de functie bestuur is/zijn belast. Uiteraard is het wel zaak er voor zorg te dragen dat de bestuursleden die met de functie intern toezicht zijn belast, zo geïnformeerd zijn dat zij hun taken en bevoegdheden goed kunnen uitoefenen en ook zicht hebben op wie de functie bestuur in de organisatie heeft. 

Check statuten en reglementen en verdere informatie

U kunt contact opnemen met Thérèse Penders als u uw statuten, managementstatuut en reglementen op dit punt wilt laten controleren tpenders@verus.nl 

Voor meer informatie kunt u zich wenden tot Wout Neutel wneutel@verus.nl

afbeelding: Pixabay

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs