U bent hier

Wie mag de MR ontbinden?

De bestuurder van een vo-school constateert dat de medezeggenschapsraad ondanks zijn herhaald verzoek geen verkiezingen houdt aan het einde van de zittingstermijn van een aantal leden. Dan schrijft hij zelf maar verkiezingen uit. Mag dat?

Sinds 1 januari 2017 bevat de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) een bepaling op grond waarvan de medezeggenschapsraad (MR) ontbonden kan worden. Het is artikel 35 lid 3 Wms:

De commissie kan in haar uitspraak (bij een nalevingsgeschil, KJ) aan de medezeggenschapsraad (...) de verplichting opleggen om bepaalde handelingen te verrichten of na te laten. Wanneer de medezeggenschapsraad een zodanige verplichting niet nakomt, kan de commissie de medezeggenschapsraad ontbinden, onder oplegging aan het bevoegd gezag van de verplichting tot het doen verkiezen van een nieuwe medezeggenschapsraad (...).”

De MR leeft de wet niet na

Daarmee is de overeenkomst tussen de Wms en de Wet op de ondernemingsraden vergroot. Laatstgenoemde wet bevat namelijk (in artikel 36 lid 5) sinds jaren een vergelijkbare bepaling.

De situatie waar artikel 35 lid 3 Wms op doelt is de volgende: de MR voldoet niet aan de verplichtingen die hij volgens de wet of het eigen reglement zou moeten naleven.

Dat is wel lastig voor het bevoegd gezag, want de MR is nodig bij de beleidsvorming of bij het besluiten over de vaststelling of wijziging van reglementen en dergelijken. Ook kan het gebeuren dat de MR zijn algemene taken (zoals beschreven in artikel 7 Wms) niet nakomt, achterkamertjespolitiek bedrijft, bijdraagt aan ongeoorloofde ongelijke behandeling of discriminatie binnen de school of het contact met de achterban onvoldoende onderhoudt.

Het bestuur is aanspreekbaar

Omdat het bestuur aangesproken kan worden door de onderwijsinspectie op de naleving van de onderwijswetten, dus ook van de Wms, kan het aan de MR verzoeken zich te houden aan de wet en het reglement. Artikel 35 lid 2 geeft dan de mogelijkheid aan het bestuur een nalevingsgeschil aanhangig te maken. Als de uitspraak door de MR genegeerd wordt, zo blijkt uit het hierboven geciteerde lid 3 van dat artikel, kan de geschillencommissie de MR ontbinden en het bevoegd gezag opdragen nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

Of er al dan niet sprake is van naleving van de uitspraak van de commissie, kan zij uiteraard alleen te weten komen wanneer het bestuur de commissie daarvan in kennis stelt. Tot op heden was er nog geen geschil over een dergelijke kwestie aanhangig gemaakt. Maar één moet het eerste zijn.

Bestuurder schrijft MR-verkiezingen uit

De rector-bestuurder van een school voor voortgezet onderwijs constateerde dat de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (PMR) ondanks zijn herhaald verzoek geen verkiezingen hield aan het einde van de zittingstermijn van een aantal leden. Hij besloot de PMR op haar verplichtingen te wijzen en ze op te dragen verkiezingen te organiseren. Toen de PMR uiteindelijk een verkiezing voor één lid in plaats van voor alle zes organiseerde, besloot de rector-bestuurder zelf verkiezingen uit te schrijven. Uiteraard schoot dit de PMR in het verkeerde keelgat, en zij wendde zich tot de geschillencommissie. De geschillencommissie had weinig moeite in deze de bestuurder een tik op de vingers te geven. Door zelf verkiezingen uit te schrijven had hij de facto de MR ontbonden, en dat is een bevoegdheid die niet de bestuurder maar uitsluitend de commissie toekomt. Wanneer een MR-lid aftreedt is niet aan de bestuurder, maar aan het MR-lid zelf, uiteraard binnen de grenzen van het reglement.

Bovendien was helemaal niet duidelijk wanneer de leden gekozen waren, zodat het niet mogelijk was vast te stellen of de termijnen inderdaad verstreken waren. Dat had mede te maken met de laksheid van het bestuur, dat – hoewel de school al sinds 2014 bestond – pas in 2018 een reglement had vastgesteld.

Bestuurder had naar de commissie moeten stappen

“Het bevoegd gezag heeft terecht gesteld dat het verantwoordelijk is voor een goed functionerende medezeggenschap. Daarom is het juist en begrijpelijk dat het bevoegd gezag er op toeziet dat de MR de geldende zittingsduur van zijn leden in acht neemt. Dit kan echter niet zover gaan dat het bevoegd gezag met voorbijgaan aan hetgeen daarover in de Wms en het medezeggenschapsreglement is bepaald, eigenmachtig overgaat tot organisatie van verkiezingen.

“Indien de MR zou nalaten om verkiezingen te organiseren terwijl die wel noodzakelijk zijn, hetgeen, zoals eerder gezegd, in dit geval niet helder is geworden, dan ligt het op de weg van het bevoegd gezag om op grond van artikel 35 lid 2 Wms een verzoek bij de Commissie in te dienen tot naleving door de MR van de bij en krachtens de Wms geldende verplichtingen jegens het bevoegd gezag”, stelde de commissie.

Om die reden moest de rector-bestuurder in de school kenbaar maken dat de samenstelling van de MR dezelfde was gebleven.

De uitspraak van 21 januari 2019 is te vinden op www.onderwijsgeschillen.nl, onder nummer 108524.

Vragen hierover? Neem contact op met onze juridische helpdesk of mr. Kees Jansen

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs