U bent hier

Wetsvoorstel overheveling buitenonderhoud primair onderwijs

De verantwoordelijkheid voor buitenonderhoud en aanpassingen aan het gebouw komt volledig bij het bevoegd gezag van een school te liggen. Dat beoogt het conceptwetsvoorstel van de minister van OCW althans. Hoe wordt omgegaan met de huidige staat van onderhoud van gebouwen en hoe het bevoegd gezag op zijn nieuwe taak wordt voorbereid, is nog onduidelijk.

Minister Van Bijsterveldt heeft een conceptwetsvoorstel opgesteld waarmee de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet primair onderwijs BES per 1 januari 2014 worden aangepast.

Wat gaat er veranderen?
Met dit wetsvoorstel wordt beoogd het eerste lid, onderdeel b van de artikelen 92 WPO en 90 WES te laten vervallen. Hierdoor komt de verantwoordelijkheid voor aanpassingen en buitenonderhoud bij het bevoegd gezag te liggen.

Het bevoegd gezag zal de uitvoering van de bijbehorende taken zelf moeten gaan bekostigen en krijgt daarvoor extra budget in de lumpsum. Om dit extra budget te regelen worden de artikelen 114 WPO en 112 WEC aangepast. In deze artikelen wordt ‘onderhoud’ vervangen door ‘onderhoud van het gebouw en het terrein’. Door deze toevoeging wordt verduidelijkt dat het straks in de programma’s van eisen gaat om het gehele buitenonderhoud en aanpassingen aan het gebouw.

Invoeringsmaatregelen
Uit de memorie van toelichting blijkt dat er geen inventarisatie zal plaatsvinden van de staat van het buitenonderhoud van alle schoolgebouwen. Een dergelijke inventarisatie zou te complex, te duur en tijdrovend zijn.

In plaats van een inventarisatie is het de intentie van de minister om in overleg met de PO-Raad te komen tot een ministeriële regeling die de invoering van het wetsvoorstel goed laat verlopen. De precieze uitwerking is nog onderwerp van gesprek. Gedacht wordt aan een overgangsperiode gedurende een beperkt aantal jaren waarin een deel van het te overhevelen bedrag wordt achtergehouden om gericht toe te kennen aan bevoegde gezagsorganen met gebouwen of gebouwdelen uit een bepaalde periode.

Het is op dit moment dus nog onduidelijk hoe zal worden omgegaan met het verschil in staat van onderhoud van schoolgebouwen en welke criteria daarvoor gehanteerd gaan worden.

Naast overleg over een ministeriele regeling vindt ook overleg plaats met de PO-Raad over de ondersteuning van bevoegde gezagsorganen voor de uitvoering van hun nieuwe taak. Gedacht wordt aan ondersteuning voor een aantal jaren door enerzijds het beschikbaar stellen van kennisproducten en anderzijds door professionaliseringsactiviteiten voor bevoegde gezagsorganen.

Overgangsregeling
In het overgangsrecht is opgenomen dat op bezwaren en (hoger) beroepen die nog lopen tegen een besluit van de gemeente inzake bouwkundige aanpassingen, het oude recht van toepassing blijft. Daarnaast is expliciet bepaald dat de gemeente bevoegd blijft om een besluit waartegen beroep is ingesteld hangende het bezwaar of (hoger) beroep in te trekken en vervolgens een nieuw besluit te nemen. Dit nieuwe besluit dient wel op basis van het oude recht genomen te worden.

Voorts hoeven ingediende aanvragen voor aanpassingen en buitenonderhoud na inwerkingtreding van deze wet niet verder behandeld te worden. Ook het programma huisvestingsvoorzieningen dat is vastgesteld voor het jaar waarin deze wet in werking treedt, dan wel het jaar daarna, kan vervallen voor zover de bekostiging van de opgenomen voorziening nog geen aanvang heeft genomen.

Dit betekent in de praktijk dat aan aanvragen die nu nog ingediend gaan worden geen uitvoering meer gegeven zal worden indien het wetsvoorstel inderdaad op 1 januari 2014 in werking treedt. Althans niet als een door de gemeente toegewezen voorziening. Reguliere aanvragen dienen namelijk voor 1 februari 2013 (o.g.v. de modelverordening voorzieningen huisvesting) ingediend te worden waarna deze voorzieningen op het programma huisvestingsvoorzieningen 2014 geplaatst worden. Op grond van het overgangsrecht kan dit programma echter vervallen indien de streefdatum van invoering van het wetsvoorstel wordt gehaald.

Advies Besturenraad
Het kan toch raadzaam zijn om een aanvraag voor 1 februari 2013 in te dienen. Indien de streefdatum van inwerkingtreding per 1 januari 2014 niet wordt gehaald zal zoals gebruikelijk alsnog uitvoering worden gegeven aan het huisvestingsprogramma 2014. Daarnaast is het vooralsnog onduidelijk hoe de ministeriële regeling er uit komt te zien en of een ingediende aanvraag voor een voorziening al dan niet van invloed kan zijn op toe te kennen (extra) bedragen. Ook zonder een inventarisatie van de staat van het onderhoud is het namelijk denkbaar dat discussies ontstaan over (verwijtbaar) achterstallig onderhoud, waardoor een schoolbestuur meent recht te hebben op de mogelijk achter te houden gelden op grond van de ministeriële regeling. Ook in dat opzicht is het raadzaam om door het indienen van een aanvraag tijdig aan te geven dat er volgens het schoolbestuur onderhoud is dat uitgevoerd moet worden.

Als duidelijk is hoe de overheveling van het buitenonderhoud definitief vorm krijgt, wordt daaraan door ons aandacht besteed.

Vragen?

Met vragen kunt u terecht bij onze juridische helpdesk.

 

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs