U bent hier

‘Werken aan inclusie en verschillen waarderen is een continu proces dat verankerd moet worden in een organisatie’

Het MBO-practoraat Verschillen Waarderen van de Federatie Christelijk MBO is samen met MBO Utrecht en Landstede, beiden lid van Verus, en ROC Twente gestart met het thema ‘werken aan verschillen waarderen’. Het tweejarige project ‘Task Force Inclusivity’, oftewel Team Inclusief, wil impact maken op school als het gaat om diversiteit, inclusie en gelijke kansen.  ‘’Als je kijkt naar studies over gelijke kansen bevorderen en inclusie in het onderwijs, dan blijkt daaruit dat je om echt iets te bereiken een integrale aanpak nodig hebt. Daar gaan wij ons de komende tijd mee bezig houden’’, zegt practor Birgit Pfeifer.

Vanuit de federatie zijn MBO Utrecht en Landstede de pioniers van dit project. Zij hebben allebei een team van onderwijsmedewerkers en studenten samengesteld die de komende twee jaar de ruimte krijgt om aan te slag te gaan met inclusiviteit, gelijke kansen en het waarderen van verschillen. De teams bestaan bewust uit mensen uit alle lagen van de organisatie in combinatie met studenten om zo tot een integrale aanpak te komen.

Drie aandachtspunten

Om tot die integrale aanpak te komen, werken de teams met drie aandachtspunten die continu met elkaar in verbinding staan. Bij het aandachtspunt Werk wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een gezamenlijke taal met betrekking tot de betekenis van inclusiviteit en (on)gelijkheid. Ook worden er per school interventies ontwikkeld, geïmplementeerd en geëvalueerd. Bij het aandachtspunt Onderzoek gaan leden van Team Inclusief op hun school aan de slag met participatief actieonderzoek naar kansen en belemmeringen omtrent inclusiviteit en verschillen waarderen. Dit doen zij door onder meer in gesprek te gaan met studenten en collega’s uit alle lagen van de organisatie en het werkveld.

Tot slot is er ook het aandachtspunt Draagvlak, waarbij wordt ingezet op het draagvlak dat in een school nodig is om verandering voor elkaar te krijgen. Alles wat het team doet, heeft namelijk als doel om draagvlak te creëren, te vergroten en om de rest van de organisatie mee te krijgen. Zo hebben de teams een training gevolgd waarin veel aandacht werd besteed aan het vinden van bondgenoten en zelf een goede bondgenoot zijn.

Ondersteuning

Het practoraat ondersteunt de teams bij het nadenken over hoe een integrale aanpak rondom inclusiviteit kan worden vormgegeven op de scholen. Pfeifer: ‘’Wij ondersteunen bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van interventies. Ook helpen we met de analyses van de data die zij op school hebben verzameld. In principe ondersteunt het practoraat team Inclusief op alle manieren mogelijk. Maar ze moeten er wel zélf mee aan de slag.’’

Om ervoor te zorgen dat alle leden van Team Inclusief voorbereid worden op wat hen te doen staat, is er recent een tweedaagse geweest. ‘’Hierin zijn de teams aan de slag gegaan om gemeenschappelijke taal te ontwikkelen en om samen na te denken over hoe een integrale aanpak omtrent inclusiviteit en verschillende waarderen vormgegeven wordt op school.’’ Pfeifer benadrukt ook dat de deelnemende scholen juist in deze aanpak ook wat strubbelingen zullen ervaren, die onrust opleveren. ‘’Maar dat mag ook. Het is goed, dat zo’n school hier nu wel mee aan de slag gaat en zegt: ‘Ik sta hierachter en de schuring binnen de school durf ik aan. Ik wil niet alleen iets in een visie hebben staan, maar ook in de praktijk uitvoeren’. Met zo’n open houding ben ik heel blij.’’

Resultaten

Met welke kwesties de deelnemende scholen nu bezig zijn en wat de uitkomsten zullen zijn, daarover kan Pfeifer nog niet veel loslaten. ‘’Maar het zou bijvoorbeeld kunnen dat een school wil kijken naar het curriculum rondom burgerschap. Een optie zou zijn dat zij dat in co-creatie met studenten gaan ontwikkelen. Of als een school met de vraag zit hoe zij meer meiden op technische opleidingen kunnen aantrekken, dan zou je eraan kunnen denken om samen met meiden het technisch onderwijs te gaan ontwikkelen. Je kunt allerlei dingen bedenken die ontstaan als je onderzoek, werk en draagvlak combineert.’’

Uiteindelijk hopen de scholen na deze twee jaar met hun beleidsmakers te kijken naar hoe het beleid rondom inclusiviteit en verschillen waarderen aangepast kan worden. ‘’Het is een oneindige beweging die verankerd moet worden in de organisatie. Ook zullen we na deze twee jaar de opgedane kennis, de ervaren belemmeringen en de kansen die we zien, publiceren. Zodat al dit moois terechtkomt bij wie het wil horen. Het is zeker geen handboek over hoe je inclusiever kunt zijn, want elke context in school is anders. Maar het is wel belangrijk de kennis te delen.’’

MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs