U bent hier

Week tegen pesten. Moet de leerkracht ook in de Whatsappgroep?

“Ja, alleen de populaire meisjes. Zelf zit ik er ook in”, reageert een meisje op de vraag van het Jeugdjournaal of jouw klas een WhatsApp-groep heeft. Het is de Week tegen pesten. Hoe moet je als school in dat licht omgaan met WhatsApp-groepen? “Als ouder mag je best één keer in de week in de mobiel van je kind kijken.”

Vorig jaar bleek uit onderzoek van het Jeugdjournaal dat 60% van de basisscholieren met een mobiele telefoon in een WhatsApp-groep zit. Van hen zegt 40% dat er gepest wordt in zo’n groep. 

Bij groepsapps is buitensluiten het grootste probleem, zegt expert digitale geletterdheid Remco Pijpers van Kennisnet. “Of iemand het gevoel geven er niet bij te horen: wel in de groep opnemen, maar negeren door nooit te reageren als ze berichtjes sturen.”

Offline buiten de groep, dan online ook

Wie het offline al niet zo goed doet in de groep, krijgt dat vaak nog eens bevestigd op WhatsApp. Pijpers: “Sommige kinderen, vooral in de puber-leeftijd, hebben dan ook nog de neiging om uit de school te klappen: op de WhatsApp-groep posten ‘Het gaat niet goed met me’ of ‘Ik ben depressief’. Maar die setting is niet de juiste. Zulke berichtjes kunnen een self-fulfilling prophecy worden: kinderen stellen zich kwetsbaar op en krijgen vervelende reacties.”

Voer het gesprek over social media en appgroepen, adviseert Pijpers. Een taak van de school, wat hem betreft, want het gaat om digitaal burgerschap. “Het gaat om de relatie met je leerlingen. Die relatie kun je makkelijker leggen als je weet wat er speelt in je klas. Wat er gebeurt op WhatsApp beïnvloedt de dynamiek in de klas.”

En WhatsApp verbieden? Of kinderen verplichten dat jij meekijkt? Daar gelooft Pijpers niet in. Meekijken kan goed werken, zeker op de basisschool, maar niet op de middelbare school. “Ze willen je er niet bij hebben, ze willen ook hun eigen ruimte.”

Leraar kijkt mee

Toch verwacht groepsleerkracht 8 en adjunct directeur Jan Willem van de Werken dat er een leerkracht wordt toegevoegd als meer dan vier kinderen een WhatsApp-groep starten. Sterker: zo staat het in het social mediaprotocol van De Hoeksteen in Ooltgensplaat.

Hij bespreekt het protocol op dag één of twee van groep 8. Aan het einde van dat jaar hebben ze allemaal een mobiel. En soms gebeurt het dat de leerkracht van groep 7 of 6 al bij hem binnenloopt: “Jan Willem, wil jij even komen uitleggen?” 

Van school én ouders

Onderling pesten via WhatsApp was de aanleiding voor de afspraken. De ouders vroegen of Van de Werken niet in die groep wilde meekijken. “Iedere informatieavond aan het begin van het schooljaar leg ik nu uit dat WhatsApp een ding van de school én de ouders is. Als ouders kun je best afspreken dat je eens per week in de telefoon van je kind kijkt. En dat hij zijn mobiel beneden laat als hij naar bed gaat.”

Intussen zit Van de Werken in vier leerlingengroepsapps. “Let op je taalgebruik”, reageert hij soms. Maar de schooldirecteur gebruikt WhatsApp vooral om leuke en nuttige informatie te delen. Hij twittert over de schoolreis, instagramt foto’s van het kamp en deelt linkjes in de groepsapp. 

Gedoe op de app

Ook directeur Margreet de Deugd van CBS De Wegwijzer in Heukelum vindt WhatsApp een zaak van school én ouders. Toen de school vorig jaar kampte met ‘gedoe’ in groep 6, bleek ook een WhatsAppgroep van zo’n acht kinderen een rol te spelen. Een aantal ouders was daarvan op de hoogte, een aantal niet. Tijdens een ouderavond zeiden ze met z’n allen dat het afgelopen moest zijn met die groep, en zo geschiedde. 

Maar eensluidend beleid op WhatsAppgroepen heeft De Deugd niet. “We geven lessen mediawijsheid en verder komt WhatsApp ter sprake als het speelt. ’t Speelt half thuis en half op school. Dat vind ik het dilemma. Daarom zochten we vorig jaar het partnerschap met ouders. Dat heeft heel goed gewerkt.”

In de brugklas

Brugklasmentor Gert Schreurs start met zijn leerlingen al op de kennismakingsdag voor de zomervakantie een WhatsApp-groep. Ze mogen zelf ook nog een groep beginnen, maar in die groep waar de mentor deel van uitmaakt, gaat het alleen over school. “En ik wil dat ze daar ook elkaars vragen proberen te beantwoorden.”

Over de groep waar Schreurs niet inzit, zijn geen afspraken gemaakt. Wel gaat het de eerste schoolweken over cyberpesten en je gedrag op social media. In mentorgesprekken vraagt hij weleens hoe het op de app gaat. 

Vooral voordelen

Qua pesten maakte de mentor in het verleden wel wat kleine akkefietjes mee, maar het mag eigenlijk geen naam hebben. “En áls er wat gebeurt, zijn ze er snel bij: een nummer valt snel te traceren. Pas was er sprake van intimidatie via WhatsApp: de aanstichter was de volgende dag al het bokje.”

Uitsluiting en pesten? Schreurs ziet vooral voordelen van de WhatsApp-groep. “Ik kan zo makkelijk met ze in contact komen. En dat hoor ik ook van collega’s. Het enige nadeel is dat de stap naar een rechtstreeks berichtje ook kleiner is geworden. Soms denk ik: ‘Daar heb je er weer eentje’.”

Remco Pijpers maakte de gratis les WhatsHappy die problemen met chatten bespreekbaar maakt en leerlingen uitdaagt afspraken te maken over hoe ze fatsoenlijk met elkaar omgaan 

Beeld Luis

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs