U bent hier

Wanneer is een werknemer hersteld voor het eigen werk?

Wanneer is een langdurig zieke medewerker zodanig hersteld, dat deze zijn of haar werkzaamheden duurzaam kan hervatten? Deze vraag speelt uiteraard niet alleen in het onderwijs. 

Een volledige hersteld melding voor de eigen functie op een moment dat het nog zeer de vraag is of het herstel wel duurzaam is, kan verstrekkende consequenties hebben. Dit leert de volgende uitspraak van de kantonrechter te Utrecht in een kort geding (ECLI:NL:RBMNE:2017:2526).

Een schoonmaker van treinen viel op 4 december 2014 wegens ziekte uit voor zijn werk van 40 uur per week waarvan ook nachtdiensten deel uitmaakten. Zijn re-integratie verliep niet snel, maar op 26 maart 2016 kon hij weer 40 uur per week werken. Echter, de bij zijn functie behorende nachtdiensten waren te zwaar voor hem. De bedrijfsarts verwachtte op dat moment nog terugval wanneer hij ook met nachtdiensten zou worden belast. De werknemer was dus niet hersteld voor zijn eigen arbeid.

De schoonmaker miste zijn onregelmatigheidstoeslag doordat hij geen nachtdiensten mocht draaien en daarom vroeg hij het UWV om een deskundigenoordeel ten aanzien van de opgelegde beperking voor nachtdiensten. De UWV-verzekeringsarts deelde het oordeel van de bedrijfsarts.

Op 29 augustus 2016 adviseerde de bedrijfsarts een duurzaamheidstoets van vier weken voor het weer beginnen met nachtdiensten. Hij meldde ook dat hij niet verwacht, ondanks de duur van het verzuim, dat een WIA-aanvraag nodig zou zijn. De schoonmaker hervatte direct zijn werkzaamheden in de nachtdiensten.

Op 28 september 2016 vond na afloop van de duurzaamheidstoets overleg plaats tussen werkgever en de schoonmaker. Werkgever gaf te kennen formeel verlenging van de 104 weken wachttijd ingevolge de WIA bij het UWV aan te willen vragen. Dit zou betekenen dat werknemer nog niet hersteld zou worden gemeld. Hier was werknemer het niet mee eens en uiteindelijk stemde werkgever in met de wens van de schoonmaker om van de WIA-aanvraag volledig af te zien.

Tot 18 januari 2017 heeft de schoonmaker met twee kleine onderbrekingen wegens verkoudheid/griep, volledig gewerkt. Op 18 januari 2017 viel hij weer volledig uit. De bedrijfsarts stelde dat een duidelijke oorzaak van zijn uitval niet direct was aan te wijzen, maar dat een terugval mogelijk werd veroorzaakt door de nachtdiensten. De bedrijfsarts adviseerde zo snel mogelijk een re-integratietraject tweede spoor voor een passende functie op te pakken. Kennelijk ging de bedrijfsarts ervan uit dat de werknemer niet hersteld was gemeld.

Op grond van het feit dat een werkgever in de marktsector na 104 weken ziekte, waarbij geen loonsanctie is opgelegd, niet langer verplicht is het loon van een werknemer door te betalen indien er geen werk wordt verricht, besloot de werkgever van de schoonmaker zijn loon met ingang van 9 maart 2017 stop te zetten. De schoonmaker accepteerde dit niet en wendde zich in kort geding tot de kantonrechter met als eis de doorbetaling van zijn loon. Hij stelde daarbij dat zijn arbeidsongeschiktheidsperiode die op 4 december 2014 begon op 29 augustus 2016 of in ieder geval na einde van de duurzaamheidstoets op 26 september 2016 was geëindigd.

De kantonrechter stelt de schoonmaker in het gelijk. Hij overweegt hierbij dat in ieder geval na 26 september 2016 de schoonmaker voor langere tijd zijn volledige werkzaamheden heeft volgehouden. Ook indien zou komen vast te staan dat de oorzaak van de nieuwe uitval moet worden gezocht in het verrichten van nachtdiensten, dan nog is er kennelijk sprake van een situatie die in augustus/september 2016 niet te voorzien was. Hieruit volgt volgens de kantonrechter dat er sprake is van een langere periode van werkhervatting dan vier weken zodat er met ingang van 18 januari 2017 een nieuwe wachttijd van 104 weken ingevolge de WIA is ingetreden, waarbij dus het loon moet worden doorbetaald. Dat er (mogelijk) sprake is van de zelfde oorzaak van werkuitval als in het verleden is geen grond om terugkijkend de tweede ziekteperiode te koppelen aan de eerste ziekteperiode als een ononderbroken voortzetting daarvan.

Naar de praktijk 

Mocht er na een langdurige ziekteperiode twijfel bij werkgever en bedrijfsarts leven over de vraag of de werknemer zijn of haar eigen werkzaamheden weer volledig duurzaam kan hervatten, dan is het aan te bevelen om te wachten met een hersteld melding en eerst met elkaar te bespreken of de werknemer zijn of haar eigen werk met alle bijbehorende taken en verantwoordelijkheden duurzaam kan vervullen. 

Het is aan te bevelen om over een langere periode te bezien of de werknemer daadwerkelijk het eigen werk volledig en duurzaam kan verrichten. Regelmatig overleg met de bedrijfsarts is hierbij van belang. Het is te overwegen om na een periode van 21 maanden arbeidsongeschiktheid verlenging van de wachttijd WIA aan te vragen bij het UWV. 

Wanneer een werknemer vier weken volledig hersteld is gemeld en toch weer (gedeeltelijk) uitvalt, begint er een nieuwe ziekteperiode van twee jaar. 
Ook het verrichten van andere passend werkzaamheden op re-integratie basis die op zich loonwaarde vertegenwoordigen, brengt niet met zich mee dat de werknemer gedeeltelijk hersteld kan worden geacht voor de eigen bedongen arbeid.  

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem contact op met advocaat Kees Verhaart 

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs